Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Depressie
De ziekte en de gevolgen voor de patiënt

Wat is depressie en wat zijn de gevolgen?

Ziektebeeld Beloop Kwaliteit van leven

Ziektebeeld

Depressie en dysthymie zijn stemmingsstoornissen

Depressie en dysthymie zijn beide stemmingsstoornissen. De belangrijkste symptomen zijn een aanhoudende neerslachtige stemming en een ernstig verlies aan interesse in bijna alle dagelijkse activiteiten. Er bestaan ook andere stemmingsstoornissen - zoals de bipolaire stoornis - maar in deze beschrijving van depressie beperken we ons tot de depressieve stoornis en dysthymie.

Iemand met een depressieve stoornis heeft last van hevige neerslachtigheid

Iemand met een depressieve stoornis heeft last van een hevige neerslachtigheid. Die neerslachtigheid klaart niet na een paar dagen vanzelf op, maar duurt minimaal twee weken. Bij een depressieve stoornis is de neerslachtigheid hevig en tast het dagelijks functioneren aan.

Bij depressieve stoornis ten minste vijf symptomen gedurende twee weken

Iemand heeft een depressieve stoornis volgens de DSM-IV (codes 296.2 en 296.3) wanneer hij of zij gedurende ten minste twee weken last heeft van ten minste vijf van de negen onderstaande symptomen.

Van de twee kernsymptomen moet er minstens één aanwezig zijn:

  • Een zeer neerslachtige stemming gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.
  • Een ernstig verlies van interesse in alle of bijna alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.

Daarnaast dienen nog minimaal drie of vier overige symptomen aanwezig te zijn:

  • Eetproblemen (heel veel of juist heel weinig eten) en veranderingen in het gewicht.
  • Slaapproblemen.
  • Geagiteerd en rusteloos zijn of juist geremd.
  • Vermoeidheid en verlies van energie.
  • Gevoelens van waardeloosheid of overmatige schuld.
  • Concentratieproblemen, vertraagd denken en besluiteloosheid.
  • Terugkerende gedachten aan dood of zelfdoding.

Belangrijkste kenmerk van dysthymie is een chronisch depressieve stemming

Het belangrijkste kenmerk van dysthymie is volgens de DSM-IV (code 300.40) een chronisch depressieve stemming die het grootste deel van de dag aanwezig is, op meer dagen wel dan niet, gedurende ten minste twee jaar.

Symptomen dysthymie nooit langer dan twee maanden afwezig

Van dysthymie wordt gesproken als ten minste twee van de volgende symptomen lange tijd aanwezig zijn, gedurende twee jaar voor volwassenen en één jaar voor kinderen. De symptomen mogen nooit langer dan twee maanden afwezig zijn:

  • Slechte eetlust of juist te veel eten,
  • Slaapgebrek of juist te veel slapen,
  • Gebrek aan energie of vermoeidheid,
  • Gering gevoel van eigenwaarde,
  • Slecht kunnen concentreren of besluiteloos zijn,
  • Gevoelens van hopeloosheid.

De symptomen mogen niet het gevolg zijn van de fysiologische effecten van alcohol of drugsgebruik of van een lichamelijke ziekte. Andere psychische stoornissen die de symptomen zouden kunnen verklaren, zoals somberheid die samenhangt met dementie of schizofrenie of gebrek aan eetlust door een angststoornis, moeten worden uitgesloten bij het stellen van de diagnose.

Dysthymie en depressie nauw verwant, onderscheid soms nauwelijks te maken

Dysthymie en depressie zijn zeer nauw verwant. Het onderscheid tussen deze twee stemmingstoornissen is in sommige gevallen nauwelijks te maken.

  • Patiënten met een depressie krijgen regelmatig met meer dan één subtype van depressie te maken (Judd, 1997a). Om die reden wordt ook wel gesteld dat dysthymie en depressie verschillende fasen zijn in een spectrum van stemmingsstoornissen met één oorzaak (Judd, 1997b).
  • Dysthymie wordt beschouwd als een minder ernstige stemmingsstoornis dan depressie (twee tot vijf symptomen in plaats van minimaal vijf), maar kan door het chronisch verloop ook ernstige gevolgen hebben.
  • Wanneer mensen met een dysthymie tijdelijk ook aan een depressieve stoornis lijden, spreekt men wel van een ‘dubbele depressie’.

Naar boven


Beloop

Beloop depressieve stoornis verschilt van dysthymie

Het beloop van de depressieve stoornis verschilt van het beloop van dysthymie.

Depressieve stoornis heeft wisselend en grillig beloop en duur varieert

De depressieve stoornis heeft, als de persoon niet wordt behandeld, een wisselend en grillig beloop (Bouvy & Nolen, 1998; Spijker, 2002; Weel-van Baumgarten, 2000):

  • Een periode waarin iemand voldoet aan de criteria voor de depressieve stoornis wordt wel een 'depressieve episode' genoemd. Zo'n episode duurt, ook zonder behandeling, gemiddeld acht maanden.
  • De duur varieert: de helft van de episodes is korter dan drie maanden, terwijl een op de vijf langer duurt dan twee jaar.
  • De kans op terugval is groot: bij 40% van de mensen met depressie keert de stoornis binnen twee jaar terug.

Vooruitzichten voor patiënten met depressie in het ziekenhuis slechter

Patiënten met depressie die in een ziekenhuis zijn opgenomen, hebben over het algemeen ernstiger symptomen, grotere beperkingen in functioneren en meer kans op bijkomende ziekten dan andere mensen met een depressieve stoornis. Dit verklaart waarom de vooruitzichten voor hen slechter zijn, ook bij intensieve behandeling (Judd, 1997a):

  • Ongeveer 60% van de opgenomen patiënten wordt binnen 15 jaar opnieuw voor depressie opgenomen.
  • Ongeveer 10% pleegt suïcide.
  • Slechts één op de vijf blijft nieuwe depressieve episoden bespaard.

Dysthymie verloopt meestal chronisch met grote kans op terugval na herstel

Dysthymie heeft meestal een chronisch beloop met een grote kans op terugval na herstel (Klein et al., 1998; Klein et al., 2000):

  • Ongeveer 40% van de personen met dysthymie herstelt pas na 2 tot 3 jaar.
  • Ongeveer de helft is hersteld na 5 jaar met een gemiddelde duur van 4,8 jaar.
  • Bijna de helft van alle mensen die ooit dysthymie hebben gehad, krijgt het opnieuw.

Kleinere kans op herstel als dysthymie voorafgaat aan depressieve periode

Als dysthymie aan een depressieve periode voorafgaat, is de kans op herstel tussen de episoden kleiner en de kans op meerdere opeenvolgende episoden groter dan wanneer er geen depressieve periode aan vooraf is gegaan (Spijker et al., 2002).

Naar boven


Kwaliteit van leven

Mensen met depressie vaak ernstig beperkt in sociaal en maatschappelijk functioneren

Mensen met depressie zijn vaak ernstig beperkt in hun sociaal en maatschappelijk functioneren. Uit onderzoek met de SF-36 blijkt dat een depressie voor alle aspecten negatieve gevolgen heeft. Met name de vitaliteit, het sociaal functioneren, het rolfunctioren en de geestelijke gezondheid zijn ernstig aangetast (zie tabel 1) (Bijl & Ravelli, 2000; Kruijshaar et al., 2003a).

Kwaliteit van leven afhankelijk van de ernst en de duur

Er is een relatief groot verschil tussen de kwaliteit van leven bij lichte en een ernstige depressie. De kwaliteit van leven neemt af met de ernst van de depressie (Kruijshaar et al., 2003a). In een symptoomvrije periode kan er angst zijn dat de klachten weer terugkomen. Als de depressieve perioden aanhouden, kunnen die overgaan in een chronisch beloop. Dit komt vooral voor bij lichte depressies. Met de duur van de depressie neemt echter ook de kans op lichamelijke ziekten toe door het optreden van weerstandsdaling of zelfverwaarlozing.

Jaar na ziekte nog steeds slechtere kwaliteit van leven

Personen die al een jaar diagnosevrij zijn, geven nog steeds aan dat hun kwaliteit van leven minder is dan van personen die nooit een depressie gehad hebben (Bijl & Ravelli, 2000). Waarschijnlijk is dit niet het gevolg van de depressie in het verleden, maar betreft dit een groep personen die een labielere gesteldheid heeft dan anderen. Deze gesteldheid heeft zich vroeger in episoden van depressie geuit en heeft uiteindelijk een verminderde kwaliteit van leven tot gevolg (Weel-van Baumgarten, 2000).

Tabel 1: Verschil in kwaliteit van leven (gemeten met de SF-36) tussen patiënten met depressie en de algemene populatie (18-64 jaar). Een verschil wijst op een slechtere kwaliteit van leven voor patiënten.

Verschil tussen patiënten en de algemene populatie

Fysiek functioneren

+

Rolfunctioneren fysiek

+

Pijn

+

Ervaren gezondheid

++

Vitaliteit

+++

Sociaal functioneren

+++

Rolfunctioneren emotioneel

+++

Geestelijke gezondheid

+++

0 = geen verschil, + = klein verschil, ++= matig verschil, +++ = groot verschil.

detailsSF-36 scores en achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen

detailsMethode van gegevensverzameling en selectie van literatuur

U kunt algemene informatie over kwaliteit van leven vinden op de pagina over Icoon interne verwijzing naar onderwerpgezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bijl RV, Ravelli A.Current and residual functional disability associated with psychopathology: findings from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Psychol Med 2000; 30: 57-668.
  • Bouvy P, Nolen WA.Diagnostiek en beloop. In: Nolen WA, Hoogduin CAL (red.). Behandelingsstrategieën bij depressie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 1998.
  • Judd L.The clinical course of unipolar major depressive disorders. Archives of General Psychiatry, 1997a; 54(11): 989-991.
  • Judd L.Pleomorphic expressions of unipolar depressive disease: summary of the 1996 CINP President's Workshop. Journal of Affective Disorders, 1997b; 45(1-2): 109-116.
  • Klein D, Norden K, Ferro T, Leader J, Kasch K, Klein L, et al.Thirty-month naturalistic follow-up study of early-onset dysthymic disorder: course, diagnostic stability, and prediction of outcome. Journal of Abnormal Psychology, 1998; 107(2): 338-348.
  • Klein D, Schwartz J, Rose S, Leader J.Five-year course and outcome of dysthymic disorder: A prospective, naturalistic follow-up study. American Journal of Psychiatry, 2000; 157(6): 931-939.
  • Kruijshaar ME, Hoeymans N, Bijl RV, Spijker J, Essink-Bot ML.Levels of disability in Major Depression. Findings from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Journal of Affective Disorders 2003a; 77(1): 53-64.
  • Spijker J.Chronic depression. Determinants and consequences of major depression in the general population. Utrecht: Universiteit Utrecht, 2002.
  • Spijker J, Graaf R de, Bijl R, Beekman A, Ormel J, Nolen W.Duration of major depressive episodes in the general population: results from The Netherlandds Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). British Journal of Psychiatry, 2002; 181(3): 208-213.
  • Weel-van Baumgarten EM, Bosch WJ van den, Hoogen HJ van, Zitman FG.The longterm perspective: a study of psychopathology and health status of patients with history of depression more than 15 years after the first episode. Gen Hosp Psychiatry, 2000; 22: 399-404.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
SF-36
Medical Outcomes Study 36-Item Short Form Health Survey
Vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. Het instrument bestaat uit 8 dimensies: fysiek functioneren, rolbeperkingen door fysieke gezondheidsproblemen, pijn, algemene gezondheidsbeleving, vitaliteit, sociaal functioneren, rolbeperkingen door emotionele problemen, en geestelijke gezondheid. Deze 8 dimensies kunnen bovendien gesommeerd worden in een lichamelijke en een psychische hoofddimensie
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.