Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Dementie
Omvang van het probleem

Dementie: Welke zorg gebruiken patiënten en wat zijn de kosten?

Zorggebruik Ontwikkelingen Kosten

Zorggebruik

Zorg bestaat vooral uit ondersteuning in de thuissituatie

De zorg voor mensen met dementie speelt zich voornamelijk thuis af. Ruim 65% van hen woont thuis (Factsheet Mantelzorg en dementie, NIZW 2005). De huisarts, samen met de eventueel aanwezige mantelzorger, zijn daarom belangrijke zorgverleners. Deze bepalen samen de zorgbehoefte van de patiënt. De zorg wordt vaak complexer naarmate de ziekte vordert. De belasting van de mantelzorger en huisarts in ondersteuning, begeleiding en verzorging van de dementerende wordt daarmee in de loop van het ziekteproces belastender. Verder zal de huisarts, gezien het progressieve karakter van de ziekte, regelmatig inventariseren hoe de zorgsituatie is en zo nodig aanpassingen voorstellen. Dit kan bijvoorbeeld door de thuiszorg in te schakelen om de mantelzorger hulp en ondersteuning te bieden bij de zorg van de patiënt wanneer de zorg zwaar of medisch-technisch wordt. Opname in een verzorgings- of verpleeghuis kan noodzakelijk zijn als de mantelzorger de zorg niet meer aankan of wanneer er geen mantelzorger aanwezig is die voor de patiënt kan zorgen.

Huisarts verwijst relatief veel dementerenden naar de GGZ

De geestelijke gezondheidszorg is in veel gevallen betrokken bij de zorg voor mensen met dementie. Van het totaal aantal verwijzingen die een huisarts uitschrijft voor mensen met dementie gaat 30% naar een GGZ-instelling (Baan et al., 2003). Van de mensen met de verschijnselen van dementie die een verwijzing van de huisarts meekrijgen, wordt 24% verwezen naar een geriater. 22% krijgt een verwijzing naar een neuroloog en 9% naar een psychiater.

Hoge zorgbehoefte bij meerderheid

Bij meer dan driekwart van de dementiepatiënten is de zorgbehoefte hoog. Deze zorg kan bestaan uit ondersteuning, begeleiding of verzorging. Naarmate de dementie vordert, kan hulp bij persoonlijke verzorging, toiletgang en eten, tot 24-uurszorg of bewaking nodig zijn. Bij 23% is incidenteel zorg nodig of om de paar dagen. Wanneer iemand met dementie thuis woont, is 60% hen afhankelijk van 24-uurs zorg, terwijl dit percentage in verzorgings- en verpleeghuizen oploopt tot 90% of meer Factsheet Mantelzorg en dementie, NIZW 2005.

Aanwezige mantelzorger bepalend voor welke zorg patiënt krijgt

De belasting van de eventueel aanwezige mantelzorger is vaak bepalend voor opname in een verpleeg- of verzorgingshuis. Of de mantelzorger de ondersteuning en/of begeleiding van de patiënt niet meer aankan is dan een belangrijke reden voor opname in een verpleeg- of verzorgingshuis. In een later stadium van de ziekte dementie neemt de zorgbehoefte van een patiënt meestal toe. De ondersteuning en/of begeleiding en verzorging van de patiënt kan dan vaak niet meer alleen door de mantelzorger worden gedaan. Ruim 90% van de mensen die ondersteuning krijgen in een psycho-geriatrische dagbehandeling van een verpleeghuis komt uit de thuissituatie (brancherapport Care). 18% van het totaal aantal patiënten met dementie is opgenomen in een verpleeghuis en 17% in een verzorgingshuis (Gezondheidsraad, 2002b).

Van de mensen met dementie die naar de dagbehandeling van een psycho-geriatrisch verpleeghuis gaan, is in 2003 uiteindelijk ruim 25% uit deze begeleiding ontslagen naar de thuissituatie. Bijna de helft (49%) van de mensen die op een dagbehandeling in begeleiding is geweest, zijn nadien in een verpleeghuis en 10% in een verzorgingshuis opgenomen.

Naar boven


Ontwikkelingen

Diagnose door geheugenpoliklinieken

Sinds enkele jaren nemen, naast de huisarts, de geheugenpoliklinieken de (vroege) diagnostiek van dementie in het ziekenhuis op zich. Deze poliklinieken zijn door regionale samenwerkingsverbanden tot stand gekomen (Verhey, 2000).

Om een betere samenwerking in de dementiezorg te stimuleren, is sinds 2004 een landelijk dementieprogramma opgezet. In dit programma werken zorgorganisaties, managers, professionals, en vrijwilligers van de afdeling van Alzheimer Nederland samen aan een regionaal actieprogramma. Op het moment van de tussentijdse evaluatie van dit programma (eind 2006) namen 42 regio's van Nederland deel.

Om een sociaal isolement te kunnen verminderen van zowel dementiepatiënten als de partner zijn allerlei voorzieningen beschikbaar ter ondersteuning. Goede voorbeelden hiervan zijn de Alzheimer-cafés en de ontmoetingscentra waar mensen met dementie en hun verzorgers ondersteuning krijgen (Gezondheidsraad, 2005).

Ontmoetingscentra effectief

Sinds enkele jaren is het mogelijk de persoon die dementie heeft als de mantelzorger te begeleiden en ondersteunen door zorg aan te bieden in ontmoetingscentra dementie. Personen met een milde dementie of in verder gevorderd stadium (volgens Global Deterioration Scale GDS, Reisberg et al., Sept 1982) zijn beter af met de begeleiding van een ontmoetingscentrum in vergelijking met personen met dementie die begeleiding krijgen via een reguliere dagbehandeling. Er werden minder gedragsproblemen, inactiviteit en niet-sociaal gedrag waargenomen bij de groep dementerenden die deelnemen aan de begeleidingsgroepen van het ontmoetingscentrum. Ook kwamen sombere gevoelens bij deze groep minder voor in vergelijking met de mensen die zorg krijgen van dagbehandelingen van reguliere verpleeg- of verzorgingshuizen (Droes et al., 2004).

Voor partners van jong dementerenden bestaan aparte gespreksgroepen. Deze worden georganiseerd op verschillende locaties in Nederland door de landelijke organisatie Alzheimer Nederland in samenwerking met een regionale instelling voor geestelijke gezondheidszorg of een verpleeghuis (Factsheet Dementie op jonge leeftijd, Alzheimer Nederland).

Naar boven


Kosten

Dementie één van de duurste ziekten

De kosten in 2005 voor dementie bedroegen 3,2 miljard euro. Dit is 4,7% van de totale kosten in de Nederlandse gezondheidszorg in 2005. Binnen de groep psychische stoornissen wordt 22,8% van de kosten gemaakt voor de zorg voor dementiepatiënten (Kosten van Ziektenstudie). Dementie is voor mannen en vrouwen samen na verstandelijke handicap de duurste ziekte (Poos et al., 2008). Zie ook Welke ziekten zijn het duurst?

De meeste kosten door ouderenzorg

Bijna de volledige zorgkosten (97,2%) voor mensen met dementie gingen in 2005 naar de ouderenzorg. Voorheen werden de kosten voor hulpbehoevende ouderen verdeeld over verpleeghuizen, verzorgingshuizen en thuiszorg maar sinds de invoering van functiegerichte budgettering is het onderscheid tussen instellingen vervaagd. Daarom wordt nu gesproken over ouderenzorg.

Vrouwen door hogere levensverwachting grotere kans op dementie

Uit figuur 1 blijkt dat vooral vrouwen met dementie op hogere leeftijd meer kosten voor dementie maken dan vrouwen op jongere leeftijd.

Een mogelijke verklaring voor de hogere zorgkosten bij vrouwen met dementie is dat vrouwen een hogere levensverwachting hebben waardoor er een grotere groep bestaat die deze ziekte kan ontwikkelen. Omdat vrouwen vanwege het verschil in levensverwachting gemiddeld vaker alleenstaand zijn dan mannen, maken zij ook meer gebruik van professionele zorg in een instelling (Polder, 2004,Van den Berg Jeths et al., 2004).

Figuur 1: Kosten van dementie in 2005 uitgesplitst naar leeftijd en geslacht (Bron: Kosten van Ziektenstudie).

Kosten van de zorg van dementie naar leeftijd en geslacht in 2005

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Baan CA, Hutten JH, Rijken PM. Afstemming in de zorg. Een achtergrondstudie naar de zorg voor mensen met een chronische aandoening. RIVM-rapport nr. 282701005. Bilthoven: RIVM/NIVEL,2003.
  • Berg Jeths A van den, Timmermans J, Hoeymans N, Woittiez I.Ouderen nu en in de toekomst: gezondheid, verpleging en verzorging 2000-2020. RIVM-rapport nr. 270502001. Bilthoven/Den Haag: RIVM/SCP, 2004.
  • Droes RM, Meiland F, Smitz M, Tilburg W van.Effect of combined support for people with dementia and carers versus regular day care on behaviour and mood of persons with dementia: results from a multi-centre implementation study. International Journal of Geriatric Psychiatry, 2004; 19: 673-684.
  • Gezondheidsraad.Dementie. Den Haag: Gezondheidsraad, 2002b; publicatienr. 2002/04.
  • Gezondheidsraad.Vergrijzen met ambitie. Den Haag: Gezondheidsraad, 2005; 06.
  • Polder J.Een collectieve stroppenpot? Over de kosten van de AWBZ. Tijdshrift voor Politieke Ekonomie, 2004; 2: 4-23.
  • Poos MJJC, Smit JM, Groen J, Kommer GJ, Slobbe LCJ. Kosten van ziekten in Nederland 2005. RIVM-rapport nr. 270751019. Bilthoven: RIVM,2008.
  • Reisberg B, Ferris SH, Leon MJ de, Crook T.The Global Deterioration Scale for assessment of primary degerative dementia. American Journal Psychiatry, 1982; 139(9): 1136-9.
  • Verhey FRJ.'Het verschijnsel geheugenpolikliniek'. Dementie Actueel, 2000; 2(2): 1-4.

Begrippen en afkortingen

Definities

Geheugenpolikliniek
Multidisciplinair team in ziekenhuis dat zich bezighoudt met de (vroege) diagnostiek en begeleiding van patiënten met dementie.
Mantelzorg
Informele hulp die vrijwillig en onbetaald wordt gegeven.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.