Aantal risicofactoren bekend maar nog veel onduidelijk
Aan het ontstaan van dementie ligt een ingewikkeld samenspel van genetische gevoeligheid en omgeving ten grondslag. Diverse risicofactoren zijn beschreven, maar voor de meeste is de kennis over hun relatie met dementie nog beperkt. De belangrijkste risicofactoren van dementie worden hieronder toegelicht. De gegevens zijn voornamelijk ontleend aan een overzichtsrapport van de Gezondheidsraad ().
Leeftijd duidelijke determinant, geslacht minder duidelijk
Met de leeftijd neemt de kans op dementie toe. Van de bekende risicofactoren is dit de sterkste. Hoewel in veel onderzoeken geen verschil in van dementie wordt gevonden tussen mannen en vrouwen, zijn er ook diverse onderzoeken die wel verschillen aantonen. Zo wordt in de Rotterdamse ERGO-studie en een groot prospectief Europees onderzoek (waar het Rotterdamse dementie-onderzoek deel van uitmaakt) tot 90 jaar voor Alzheimer dementie geen geslachtsverschil gezien, maar boven de 90 jaar bleek de incidentie onder vrouwen hoger te zijn dan onder mannen. De incidentie van vasculaire dementie was juist onder mannen hoger (; ). In een ander onderzoek werd ook voor Alzheimer dementie een hogere incidentie onder vrouwen gezien () en voor vasculaire dementie onder mannen (; ). Er zijn diverse verklaringen geopperd voor het geslachtsverschil bij Alzheimer dementie, waaronder een vroeger overlijden van mannen met een hoog risico op Alzheimer dementie.
Rol van opleidingsniveau in ontstaan van dementie nog onduidelijk
Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat mensen met een lage opleiding een hogere kans hebben op dementie (; ; ; ). Echter, verschillende onderzoeken vonden ook een tegengesteld verband of geen verband of een verband voor alleen de groep met 'mogelijke/beginnende dementie' (). In het ERGO-onderzoek en het Europese onderzoek werd alleen voor vrouwen een verband gevonden (; ; ). Dat verband was tamelijk sterk.
Er zijn verschillende hypothesen geopperd die het verband tussen een lage opleiding en een verhoogde kans op dementie verklaren, zoals die van de 'cognitieve reserve' of 'detecion bias'. De gedachte hierbij is dat personen met een lagere opleiding in een vroeger pathologisch stadium worden gediagnosticeerd dan personen met een hogere opleiding. De onderzoekers opperen dat factoren die zelden worden onderzocht mogelijk het verband verklaren. Gedacht kan worden aan omstandigheden in de vroege jeugd of tijdens de vruchtbare leeftijd, die samenhangen met sociale status èn met de hersenontwikkeling.
Genetische factoren spelen duidelijke rol
Er zijn drie genen bekend waarbij mutaties vrijwel zeker leiden tot de ziekte van Alzheimer (één daarvan komt vaak voor bij Down-syndroom) en één gen die bij aanwezigheid verhoogde kans geeft op dementie. Mogelijk zijn er nog andere genen in het spel, of is er een verhoogd risico als er tevens geheel andere risicofactoren aanwezig zijn.
Vrouwen die voor het 35e jaar een kind met het Down-syndroom krijgen, hebben mogelijk een verhoogde kans op Alzheimer dementie. Mensen met Alzheimer in de familie hebben een iets grotere kans om zelf de vroege variant van Alzheimer te krijgen.
Risicofactoren voor hart- en vaatziekten ook risicofactoren voor dementie
Er komen steeds meer aanwijzingen dat hoge bloeddruk, , , roken en het zogenaamde apoE4-gen de kans op het krijgen van vasculaire dementie verhogen, maar ook op de ziekte van Alzheimer. In tegenstelling tot wat eerder werd gedacht, blijkt ook roken het risico op dementie te verhogen (). Verder lijken een verhoogd serum cholesterol, , overmatige vetinname en verhoging van bepaalde stollingsfactoren in het bloed risicofactoren voor dementie te zijn.
Dementie-achtig beeld bij sommige andere aandoeningen
Dementie komt in verhoogde mate voor bij personen met de ziekte van Parkinson (; ). Mogelijk spelen bij het ontstaan van beide ziekten gemeenschappelijke processen een rol. Ook kan het zijn dat de ziekte van Parkinson de hersenen kwetsbaar maakt voor dementie.
Ook bij andere aandoeningen bestaat er een verhoogde kans op dementie, zoals bij de ziekte van Pick, de ziekte van Huntington, Down syndroom, hiv en de ziekte van Creutzfeldt-Jacob.
Voor overige factoren nog onvoldoende bewijslast
Er wordt nog onderzocht of bepaalde ontstekingsremmers beschermen tegen het krijgen van Alzheimer dementie, evenals het gebruik van oestrogenen door vrouwen na de menopauze en het gebruik van hoge doses vitamine E en C. Over alcoholgebruik zijn de meningen verdeeld. Mogelijk dat alleen zware drinkers die tevens genetisch een verhoogd risico hebben, een hogere kans op dementie hebben.
In het verleden werd ernstig hoofdletsel vaak als risicofactor aangemerkt, maar in recente prospectieve studies wordt geen verband met dementie gevonden.
Veel andere factoren zijn onderzocht, maar een relatie met dementie is niet overtuigend vastgesteld. De meeste bewijslast is er nog voor de factoren inactieve leefstijl, dragerschap van het Herpes simplex virus, blootstelling aan aluminium, zink en koper, het bezit van veel broers en zussen en diverse sociale en psychologische factoren. Zo helpt een rijk sociaal netwerk op oudere leeftijd vermoedelijk om dementie uit te stellen ().