Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Dementie
Omvang van het probleem

Dementie: prevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht

50.500 personen met dementie op 1 januari 2007

Op 1 januari 2007 waren er 50.500 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 32.000 - 80.200) mensen met dementie (puntprevalentie). Dit waren 1,9 per 1.000 mannen en 4,3 per 1.000 vrouwen. In 2007 kwamen er ongeveer 19.100 nieuwe patiënten met dementie bij (incidentie). Dit brengt het totaal aantal mensen met gediagnosticeerde dementie op 69.500 (95%-betrouwbaarheidsinterval: 50.900 - 99.100) in 2007 (jaarprevalentie).

Toelichting bij de gepresenteerde cijfers

De schattingen van de incidentie en prevalentie zijn gebaseerd op de analyse van vijf huisartsenregistraties. In onderstaande tabellen worden ook betrouwbaarheidsintervallen gepresenteerd.

Voor meer informatie over de verschillende huisartsenregistraties, zie: detailsAchtergrond bij keuze van huisartsenregistraties voor incidentie- en prevalentieschatting.

Voor meer informatie over de schattingen en de betrouwbaarheidsintervallen, zie: detailsSchattingsmethode incidentie en prevalentie 2007.

In 2010 overleden 9.014 personen aan de gevolgen van dementie

In 2010 overleden 9.014 personen (30,5 per 100.000 mannen en 77,5 per 100.000 vrouwen) met dementie als primaire doodsoorzaak (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

In de figuren en in de tabellen hieronder zijn de cijfers naar leeftijd en geslacht gepresenteerd.

Figuur 1: Incidentie (per 1.000) van dementie in 2007 naar leeftijd en geslacht.

dementie_incidentie_2007

Figuur 2: Puntprevalentie (per 1.000) van dementie op 1 januari 2007 naar leeftijd en geslacht.

dementie_prevalentie_2007

Incidentie en prevalentie in 2007 en sterfte in 2010 naar leeftijd en geslacht

Tabel 1: Incidentie van dementie (absoluut en per 1.000) naar leeftijd en geslacht in 2007.

Incidentie per 1.000

Incidentie absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0-4

0,03

0,03

15

16

5-9

0,01

0,01

4

5

10-14

0,00

0,00

2

2

15-19

0,00

0,00

1

1

20-24

0,00

0,00

1

1

25-29

0,00

0,00

1

1

30-34

0,00

0,00

2

2

35-39

0,01

0,01

3

4

40-44

0,01

0,01

7

8

45-49

0,03

0,03

17

19

50-54

0,07

0,08

40

47

55-59

0,20

0,23

109

125

60-64

0,51

0,60

247

287

65-69

1,38

1,63

484

594

70-74

3,35

3,96

913

1.245

75-79

7,18

8,52

1.462

2.354

80-84

13,24

15,71

1.646

3.396

85+

19,78

23,38

1.462

4.529

Totaal alle leeftijden

0,79

1,53

6.415

12.637

Ondergrens 95%-betrouwbaarheid

0,48

0,94

3.850

7.776

Bovengrens 95%-betrouwbaarheid

1,37

2,53

11.078

20.979

Totaal 0-14

0,01

0,02

20

23

Totaal 15-64

0,08

0,09

428

496

Totaal 65+

5,82

8,87

5.967

12.117

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

Tabel 3: Sterfte aan dementie (absoluut en per 100.000) naar leeftijd en geslacht in 2010 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Sterfte per 100.000

Sterfte absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0

0,00

0,00

0

0

1-4

0,00

0,00

0

0

5-9

0,00

0,00

0

0

10-14

0,00

0,00

0

0

15-19

0,00

0,00

0

0

20-24

0,00

0,00

0

0

25-29

0,00

0,00

0

0

30-34

0,00

0,00

0

0

35-39

0,00

0,00

0

0

40-44

0,00

0,16

0

1

45-49

0,15

0,16

1

1

50-54

0,34

0,34

2

2

55-59

1,28

1,11

7

6

60-64

4,95

3,69

27

20

65-69

17,32

13,37

67

53

70-74

42,73

50,48

127

167

75-79

170,28

183,38

370

514

80-84

492,59

554,07

672

1.217

85+

1.427,55

2.103,89

1.240

4.520

Totaal alle leeftijden

30,56

77,47

2.513

6.501

Totaal 0-14

0,00

0,00

0

0

Totaal 15-64

0,66

0,54

37

30

Totaal 65+

220,15

448,76

2.476

6.471

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

Tabel 2: Puntprevalentie van dementie (absoluut en per 1.000) naar leeftijd en geslacht op 1 januari 2007.

Puntprevalentie per 1.000

Puntprevalentie absoluut

Leeftijdsklasse

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

0-4

0,04

0,05

20

26

5-9

0,02

0,02

8

11

10-14

0,01

0,01

4

6

15-19

0,01

0,01

3

4

20-24

0,01

0,01

3

4

25-29

0,01

0,01

4

5

30-34

0,01

0,01

6

8

35-39

0,02

0,02

12

16

40-44

0,04

0,05

24

31

45-49

0,08

0,11

49

65

50-54

0,19

0,26

109

144

55-59

0,49

0,65

272

358

60-64

1,19

1,59

551

732

65-69

3,05

4,10

1.055

1.482

70-74

7,36

9,91

1.993

3.112

75-79

16,26

21,89

3.261

6.010

80-84

32,47

43,55

3.995

9.411

85+

54,57

72,54

3.918

13.774

Totaal alle leeftijden

1,89

4,26

15.287

35.197

Ondergrens 95%-betrouwbaarheid

1,18

2,72

9.521

22.487

Bovengrens 95%-betrouwbaarheid

3,08

6,69

24.920

55.284

Totaal 0-14

0,02

0,03

33

42

Totaal 15-64

0,19

0,25

1.033

1.366

Totaal 65+

14,05

24,91

14.221

33.790

De cijfers in de tabel zijn niet afgerond.

.

Begrippen en afkortingen

Definities

Primaire doodsoorzaak
De ziekte of de gebeurtenis waarmee de aaneenschakeling van gebeurtenissen die tot de dood leidde, startte. Men spreekt hierbij wel van de onderliggende ziekte of het grondlijden (Bron: CBS).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.