Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Dementie
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat is dementie en wat is het beloop?

Dementie onder meer gekenmerkt door geheugenstoornissen

Dementie is een complex van symptomen waaraan verschillende oorzaken ten grondslag kunnen liggen. De DSM-IV hanteert als kerncriterium ‘de ontwikkeling van multipele cognitieve stoornissen’. Dit betreft geheugenstoornissen in combinatie met een of meer specifieke cognitieve stoornissen. De geheugenstoornissen kenmerken zich door een verminderd vermogen om nieuwe informatie te leren of zich eerder geleerde informatie te herinneren. De specifieke cognitieve stoornissen zijn:

  • Afasie: zich niet goed meer kunnen uitdrukken in woord of schrift en/of gesproken of geschreven taal niet goed meer begrijpen.
  • Apraxie: geen doelbewuste handelingen kunnen uitvoeren.
  • Agnosie: geen objecten meer kunnen herkennen.
  • Stoornis in uitvoerende functies: niet meer kunnen abstraheren, logische gevolgtrekkingen maken, organiseren, plannen maken, doelgericht handelen.

In de DSM-IV is niet meer, zoals in eerdere versies van de DSM, vereist dat de ziekte een progressief of een irreversibel beloop heeft. Een dementie die tijdelijk is (reversibel) wordt volgens de DSM-IV ook als dementie benoemd.

Meeste patiënten hebben ziekte van Alzheimer of vasculaire dementie

Op grond van verschillende oorzaken van deze multipele cognitieve stoornissen worden subtypen van dementie onderscheiden. Voor een compleet obverzicht, zie tabel 1. Twee typen dementie komen het meeste voor: de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie. In ongeveer 70% van de nieuwe gevallen is sprake van de ziekte van Alzheimer, in 15% van vasculaire dementie en in 15% van een andere dementie.

Hersenafwijkingen typerend voor ziekte van Alzheimer

De oorzaak van de ziekte van Alzheimer is vrijwel niet bekend. Wel duidelijk is dat het proces zich afspeelt in de hersenen. De hersenen van Alzheimer-patiënten zijn iets verschrompeld. In de hersenen worden zogenaamde plaques en tangles gevonden; neerslagen van eiwit waardoor zenuwcellen afsterven. De eerste veranderingen vinden plaats in hersenstructuren die een belangrijke rol spelen bij het geheugen, zoals de hippocampus ( www.alzheimercentrum.nl).

Vasculaire dementie gekenmerkt door beperkte doorbloeding hersenen

Van vasculaire dementie wordt gesproken wanneer doorbloedingsstoornissen in de hersenen leiden tot een verminderd mentaal functioneren. Het klachtenpatroon is afhankelijk van de plaats en de uitgebreidheid van de doorbloedingsstoornissen (herseninfarcten en/of witte stofafwijkingen). Wanneer er doorbloedingsstoornissen zijn van de witte stof, ziet men vaak een traagheid van informatieverwerking optreden. Ook kunnen loopstoornissen, parkinsonverschijnselen en moeite met het ophouden van de urine optreden. (www.alzheimercentrum.nl)

Vaak ook bijkomende symptomen

Bijkomende symptomen bij dementie, waar de behandeling ook vaak op gericht is, kunnen zijn (Aalten et al., 2003):

  • Depressieve stemming, angst en apathie.
  • Hyperactiviteit; rusteloos gedrag en agitatie.
  • Psychose (wanen en hallucinaties).

Nieuwe vormen van dementie

De laatste jaren zijn verschillende subtypen dementie ontdekt:

  • Bij frontotemporale dementie is eerst sprake van geleidelijke gedrags- en persoonlijkheidsveranderingen, terwijl de geheugenstoornissen pas later in het proces optreden. Omdat in eerste instantie vooral de gedragsproblemen (apathie, ontremd gedrag of dwangmatigheid) op de voorgrond treden, wordt vaak niet meteen aan dementie gedacht.
  • Bij Lewy body dementie staan de aandachtsstoornissen op de voorgrond. Hierbij komen ook vaak hallucinaties voor.
  • Mild Cognitive Impairment (MCI) is een lichte vorm van dementie; soms is het een voorstadium van dementie. MCI bestaat uit lichte klachten in slechts één cognitief domein, bij voorbeeld het geheugen. De klachten zijn echter niet zo ernstig dat ze het dagelijks functioneren sterk belemmeren.

Dementie is meestal chronisch en progressief

Het aantal klachten bij dementie neemt in de loop van het ziekteproces toe, evenals de ernst ervan. In de DSM-III-R worden drie stadia van dementie onderscheiden:

  • Eerste stadium (lichte dementie): perioden van apathie, soms afgewisseld met perioden van geprikkeldheid. Werk en sociale activiteiten zijn belemmerd. Persoonlijke hygiëne en de oordeelsvorming zijn voldoende om zelfstandig te kunnen blijven wonen.
  • Tweede stadium (matige dementie): stoornissen van verschillende functies (geheugen, besef van tijd en plaats, praktische en intellectuele vaardigheden, taal en gedrag). Zelfstandig wonen wordt riskant. Toezicht is noodzakelijk, eventueel in beperkte mate;
  • Derde stadium (ernstige dementie): de patiënt kan dagelijkse bezigheden (zoals minimale persoonlijke hygiëne) niet meer uitvoeren. De patiënt is volledig hulpbehoevend en herkent vaak zijn familie en omgeving niet meer.

Beloop dementie afhankelijk van oorzaak

Het beloop van dementie verschilt per oorzaak. De ziekte van Alzheimer begint meestal met een geleidelijke vermindering van het korte termijn geheugen, vervolgens wordt ook het langetermijngeheugen aangetast. Daarnaast onstaan er in de loop van de tijd problemen met andere cognitieve functies. Alzheimerpatiënten kunnen ook minder initiatief dan voorheen vertonen, of prikkelbaarder zijn dan vroeger. Uiteindelijk leidt de ziekte van Alzheimer tot een verlies van zelfstandig functioneren (www.alzheimercentrum.nl).

Bij vasculaire dementie is het begin abrupt. De toestand verslechtert vervolgens schoksgewijs, in combinatie met langer durende stabiele perioden. Het beloop is niet alleen afhankelijk van de oorzaak maar ook van de aanwezigheid van psychische problemen of gedragsproblemen.

Patiënten met dementie hebben hoge sterftekans

Uit buitenlandse studies blijkt dat de levensverwachting van mensen met dementie lager is dan van mensen zonder dementie (Ruwaard & Kramers, 1993). Dit is in de ‘Leiden 85-plus studie’ bevestigd voor personen ouder dan 85 jaar. Na een follow-up van 3,5 jaar, blijkt de sterfte onder personen met dementie 1,9 keer zo hoog te zijn als onder personen zonder dementie (Heeren et al., 1992a).

Tabel 1: Onderverdeling van dementie volgens de DSM-IV

Indeling dementie

DSM-IV codes

ICD-9 codes

ICD-10 codes

Ziekte van Alzheimer (incl. dementie door ziekte van Pick en ziekte van Creutzfeldt-Jacob)

290.00-290.3

290.0-290.3, 331.0

F00, G30

Vasculaire (voorheen multi-infarct) dementie

290.40-290.43

290.4

F01

Dementie door andere somatische aandoeningen

294.1, 294.9

294.1

F02

Persisterende a dementie, teweeggebracht door middelen

291.2 (alcohol), 292.82 (bijv. vluchtige stof, sedativum, hypnoticum, anxiolyticum)

291.2, 292.82

-

Dementie niet anderszins omschreven

294.8

-

F03

Delirium, gesuperponeerd op dementie

(valt onder 290.11, 290.41 en 290.3)

(valt onder 290.3)

F05.1

a persisterend wil zeggen dat de stoornis langer voorkomt dan gebruikelijk bij een intoxicatie of onthouding van een middel

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Aalten P, Vugt ME de, Lousberg R, Korten E, Jaspers N, Senden B, et al.Behavioral problems in dementia: a factor analysis of the neuropsychiatric inventory. Dementia and geriatric Cognitive Disorders, 2003; 15: 99-105.
  • Heeren TJ, Hemert AM van, Rooijmans HGM.A community based study of survival in dementia. Acta Psychiatr Scand, 1992a; 85: 415-8.
  • Ruwaard D, Kramers PGN (red.).Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV). De gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking in de periode 1950-2010. Den Haag: Sdu Uitgeverij, 1993.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.