U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Psychische stoornissen›Dementie›
De prevalentie- en incidentiecijfers op basis van verschillende huisartsenregistraties variëren vaak aanzienlijk. De oorzaak kan zijn dat het voorkomen van ziekten in de praktijkpopulaties verschilt, maar het kan ook het gevolg zijn van verschillen in de algemene werkwijze van de registraties en de wijze waarop prevalentie- en incidentiecijfers worden berekend. Bovendien kunnen registraties voor bepaalde ziekten specifieke (al dan niet vastgelegde) regels hanteren. Daarom zijn hieronder allereerst de kenmerken van dementie beschreven en de kenmerken van de gebruikte huisartsenregistraties. Daarbij gaat het om kenmerken die van invloed zijn op de wijze waarop huisartsen dementie registreren.
Dementie is een chronische ziekte die langzaam voortschrijdt. De eerste symptomen zijn verlies van het kortetermijngeheugen en inprentingsstoornissen en soms karakterveranderingen. Het is vaak lastig de diagnose in een vroeg stadium te stellen. Soms vormt het dementeringsproces namelijk een uiting van een lichamelijke aandoening of van ander oorzaken (bijvoorbeeld sociaal isolement). Dementie wordt nogal eens verward met depressie op oudere leeftijd. Enig goedaardig geheugenverlies waarbij het dagelijks functioneren niet is gestoord, is bovendien een normaal verschijnsel van de veroudering.
Behalve dat er in het vroege stadium van dementie overregistratie is, is er ook onderregistratie. De omgeving van de patiënt onderkent de verschijnselen lang niet altijd, of denkt dat er toch niets aan te doen is. Daardoor komt de aandoening niet of pas laat onder de ogen van de huisarts. Bovendien betrekken huisartsen in hun diagnose meestal ook het beloop van het klinisch beeld. Pas bij een verslechtering zijn zij geneigd de diagnose dementie te stellen. Dit fenomeen leidt er toe dat het vóórkomen zoals gemeten in de huisartsenpraktijk lager lijkt te zijn dan zoals gemeten in bevolkingsonderzoek. In een later stadium, als de dementie ernstiger wordt, zal de huisarts wel altijd worden geconfronteerd met een duidelijk ziektebeeld, en zal deze de aandoening dan ook als zodanig registreren.
Als de thuiszorg en/of mantelzorg de problemen van de patiënt goed opvangt of als de patiënt nauwelijks achteruitgaat, heeft de huisarts vaak minder goed zicht op de dementie. Patiënten met dementie die worden opgenomen in een verpleeghuis, worden uitgeschreven bij de huisartspraktijk omdat de huisarts niet meer de arts van deze mensen is, maar de verpleeghuisarts. Bewoners van een verzorgingshuis hebben tegenwoordig vaak een gezamelijke huisarts; zij bewoners vallen dan niet meer onder de zorg van hun ‘eigen’ huisarts.
Hieronder worden enkele specifieke regels vermeld die de registraties hanteren bij het vastleggen van dementie. Algemene gegevens over de registraties worden zichtbaar als u in de tabel op de desbetreffende registratie klikt.
De prevalentie- en incidentiecijfers zijn weergegeven in onderstaande tabel. Het betreft informatie die begin medio 2005 beschikbaar was. De Kompas-schattingen zijn gemiddelden van enkele registraties, soms de cijfers van een enkele registratie. Voor de keuze van de registraties, zie achtergrond bij keuze van huisartsenregistraties.
Gebruikte code uit de CMR-Nijmegen: E-code 1270. Uit de andere registraties: ICPC-code P70.
Tabel 1: Jaarprevalentie (per 1.000 en absoluut) en incidentie (per 1.000 per jaar en absoluut) van dementie (personen) naar geslacht in vijf huisartsenregistraties; gegevens gestandaardiseerd naar de bevolking in 2003.
CMR-Nijmegen e.o.
3,93
9,24
1,09
2,75
LINH
1,26
2,34
0,33
0,70
RNH, probleemlijst
3,20
6,23
0,81
1,45
RNUH-LEO, probleemlijst
2,69
5,58
0,42
0,96
Transitieproject
1,11
2,76
0,15
Kompasschatting relatief a
2,73
5,95
0,56
Kompas-schatting absoluut a
21.900
48.800
4.500
10.300
a De huidige Kompas-schatting voor de prevalentie is het gemiddelde van de CMR-Nijmegen, het RNH, het RNUH-LEO (probleemlijstgegevens) en het Transitieproject, voor de incidentie het gemiddelde van alle registraties.
Beschrijving van gebruikte gegevensbronnen
Prevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht