Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Autisme
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat is autisme en wat zijn de gevolgen?

Autisme is ernstige ontwikkelingsstoornis

Autisme is een ernstige stoornis die vaak al vroeg in het kinderleven ontstaat. De stoornis blijft levenslang bestaan. De officiële term voor autisme in de DSM-IV is autistische stoornis. Autisme is één van de vijf zogenaamde ‘autismespectrum stoornissen’ die in de DSM-IV genoemd zijn. De etiologie en pathogenese zijn nog steeds onbekend. Kenmerken van autisme zijn volgens de DSM-IV beperkingen in de omgang met anderen (geen oogcontact maken, niet tot samenspel of vriendschap kunnen komen), beperkingen in de communicatie (zoals ernstig gestoorde taalontwikkeling, eigenaardig woordgebruik), afwezigheid van symbolisch of fantasiespel, een star patroon van steeds terugkerende stereotiep gedrag of bewegingen (zoals belangstelling voor ongebruikelijke zaken, extreem gehecht zijn aan bepaalde voorwerpen, en extreem gehecht zijn aan vaste rituelen, zoals een vaste volgorde bij het aankleden), en weerstand tegen veranderingen (Schoemaker & de Ruiter, 2004). Kinderen hebben al voor hun derde jaar één of meer van deze kenmerken.

Aan autisme verwante stoornissen

Een autistische stoornis is volgens de DSM-IV één van de vijf pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Andere stoornissen die hiertoe behoren zijn de stoornis van Asperger, de stoornis van Rett, de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd, en de ‘pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven’ (zie tabel 1). De laatstgenoemde groep wordt ook wel PDD-NOS genoemd (Pervasive Developmental Disorder, Not Otherwise Specified). Deze zijn alle verwant aan autisme. Een aantal – maar niet alle – symptomen van PDD-NOS lijken op die van autisme. De problematiek van een deel van de kinderen met PDD-NOS wordt aangeduid met ‘atypisch autisme’. De categorie PDD-NOS is een ‘klinische vergaarbak’, waarvan nog onderzocht moet worden wat de inhoud precies is (Schoemaker & de Ruiter, 2004). Het is in toenemende mate de vraag of het een zinvol omschreven categorie is (Van der Gaag et al., 1996).

Verschillende termen voor autisme en daaraan verwante stoornissen

Autisme en daaraan verwante stoornissen hebben zeer ingrijpende (= pervasieve) gevolgen voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Daarom staan ze in de DSM-IV genoemd als pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Ze hebben onderling veel met elkaar gemeen, maar het is ook een zeer heterogene groep personen. De sociale en andere problemen verschillen in type en ernst, met alle mogelijke soorten en combinaties van beperkingen. Daarom worden autisme en daaraan verwante stoornissen ook wel ‘autismespectrum stoornissen genoemd’ (Schoemaker & de Ruiter, 2004).

Tabel 1: Indeling van pervasieve ontwikkelingsstoornissen volgens de DSM-IV-TR en de ICD-10 (APA, 2002)

Pervasieve ontwikkelingsstoornissen

DSM-IV-TR

ICD-10

Autistische stoornis

299.00

F84.0

Stoornis van Asperger

299.80

F84.5

Pervasieve ontwikkelingsstoornis, niet anders omschreven, incl. atypisch autisme (PDD-NOS)

299.80

F84.9

Stoornis van Rett

299.80

F84.2

Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd

299.10

F84.3

Zelfstandig leven vaak onmogelijk met autisme

Bij de meeste kinderen met autisme verminderen de symptomen enigszins als zij de schoolleeftijd bereiken (Verhulst, in druk). De prognose wordt ongunstig beïnvloed door een lage intelligentie of zeer laat op gang komen van de taalontwikkeling. De meeste kinderen met een IQ beneden de 50 zullen geen bruikbare vorm van taal ontwikkelen en er is een kleine kans dat zij redelijk sociaal zullen functioneren als adolescent of volwassene. Het grootste deel is zo ernstig gehandicapt dat institutionalisering of levenslange zorg nodig is. De prognose van kinderen met een IQ van 50 of hoger is weliswaar beter, maar evenmin rooskleurig: 22% van hen functioneert op volwassen leeftijd goed tot zeer goed, 19% redelijk en 58% slecht tot zeer slecht. Slechts enkelen leven zelfstandig, hebben vrienden of hebben een vaste baan. De communicatieve vaardigheden blijven beperkt, evenals het lezen en spellen (Verhulst, in druk). Ook de aan autisme verwante stoornissen blijven meestal levenslang bestaan. Het beloop daarvan is echter in verhouding iets gunstiger dan het beloop van autisme (Schoemaker & de Ruiter, 2004).

Autisme meestal niet gepaard met andere psychische stoornissen

Mensen met autisme hebben meestal geen andere psychische stoornissen. Wel is een groot deel ook verstandelijk gehandicapt; ruim 60% heeft een IQ lager dan 70. Bij mensen met andere autismespectrum stoornissen komen daarentegen wél vaak andere psychische stoornissen voor. Naar schatting is bij minstens één op de drie kinderen met een autismespectrum stoornis ook sprake van ADHD (Schoemaker & de Ruiter, 2004) (zie ook ADHD). Onder volwassenen is depressie waarschijnlijk de meest voorkomende bijkomende stoornis (zie ook: Depressie). Exacte cijfers ontbreken echter.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • APA, American Psychiatric Association.Diagnostische criteria van de DSM-IV-TR (beknopte handleiding). Lisse: Swets & Zeitlinger, 2002.
  • Gaag RJ van der, Robbroeckx L, Smid GA, Verhulst FC.Aan autisme verwante stoornissen. Kind en Adolescent 1996; 17: 157-158.
  • Schoemaker C, Ruiter de C.Nationale monitor geestelijke gezondheid. Jaarboek 2004. Utrecht: Trimbos-instituut, 2004.
  • Verhulst FC.Leerboek Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Assen: Van Gorcum, in druk.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ADHD
Attention Deficit Hyperactivity Disorder
Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit.
DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
ICD-10
International Classification of Diseases, tenth revision
IQ
Intelligentie quotiënt
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.17, 23 juni 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.