Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Angststoornissen
Omvang van het probleem

Hoe vaak komen angststoornissen voor?

Ongeveer 1,1 miljoen personen met angststoornissen

In 2007 werd het aantal personen van 18 tot 65 jaar met een angststoornis geschat op 1.055.900 (413.100 mannen en 642.800 vrouwen). Dat zijn 79 per 1.000 mannen en 124 per 1.000 vrouwen (zie tabel 1). Deze cijfers zijn afkomstig uit een epidemiologisch bevolkingsonderzoek in 2007-2009 (NEMESIS-2; De Graaf et al., 2010a). Jaarlijks krijgt 3,1% van de volwassen bevolking tussen 18 en 65 jaar voor het eerst een angststoornis; 4,6% van de vrouwen en 1,6% van de mannen (Vollebergh et al., 2003). Vrijwel alle angststoornissen komen meer voor onder vrouwen dan onder mannen (zie tabel 1 en 2). Angststoornissen komen voor onder zowel jeugdigen, volwassenen als ouderen (Bremmer et al., 1997). In alle leeftijdsgroepen is vooral het aantal personen met fobieën erg hoog.

Leeftijd ontstaan verschilt per angststoornis

Angststoornissen komen het meest voor in de leeftijdsgroep van 25 tot 44 jaar (Flint, 1994). In deze leeftijdsperiode ontstaan ook de meeste angststoornissen. Angststoornissen kunnen zich echter ook eerder of later ontwikkelen. Met name de sociale fobie, de specifieke fobie en de gegeneraliseerde angststoornis kunnen in de kindertijd, puberteit of adolescentie ontstaan. De paniekstoornis komt daarentegen weinig onder adolescenten voor. Opvallend is dat op latere leeftijd de gegeneraliseerde angststoornis het meest voorkomt. Zie: Interne link naar documentPrevalentie en incidentie naar leeftijd en geslacht.

Veel lagere prevalentie in huisartsenregistraties dan in bevolkingsonderzoek

De jaarprevalentie van angststoornissen wordt op basis van huisartsenregistraties in 2007 geschat op 171.800 (7,1 per 1.000 mannen en 13,8 per 1.000 vrouwen). De incidentie wordt in de huisartsenregistraties geschat op 52.100 (2,4 per 1.000 mannen en 4,0 per 1.000 vrouwen). Indien ook de diagnosecategorie ‘angstgevoelens’ meegenomen wordt zijn de prevalentie (467.400 mensen) en incidentie (199.700 mensen) bijna driemaal hoger (zie tabel 2), maar nog altijd veel lager dan de prevalentie op basis van de bevolkingsonderzoeken. Het aantal mensen met angststoornissen in de huisartsenregistraties is tussen 1991 en 2007 ruim verdubbeld. Zie: Interne link naar documentNeemt het aantal mensen met angststoornissen toe of af?

Huisarts herkent angststoornis vaak niet

De lagere cijfers uit de huisartsenregistraties lijken te worden verklaard door een forse onderrapportage. Eerder Nederlands onderzoek heeft uitgewezen dat huisartsen angststoornissen slecht herkennen. Dit leidt tot onderdiagnostiek, onderbehandeling en onderrapportage (Ormel et al., 1994a). Daar komt bij dat huisartsen symptomen die samenhangen met angst niet als ziektediagnose registreren maar als symptoomdiagnose (Verhaak, 1995). Voorbeelden van die symptoomdiagnosen zijn angstige of nerveuze gevoelens, gespannenheid, acute stress, gevoel van onrust, hyperventilatie, slaapproblemen, overbezorgdheid omtrent gezondheid, bang zijn een bepaalde ziekte te hebben en nerveus-functionele klachten. Daarnaast gaan veel angststoornissen gepaard met bijkomende stoornissen, zoals depressie, die de angststoornis kunnen ‘bedekken’. Ten slotte gaat een deel van de patiënten met een angststoornis niet eerst naar de huisarts, maar direct naar de tweede lijn of de vrijvestigde psycholoog of de psychiater.

Angststoornissen veroorzaken veel ziektelast

De totale ziektelast veroorzaakt door angststoornissen bedroeg 202.000 DALY’s (75.600 bij mannen en 126.400 bij vrouwen) in 2007. In de top tienlijst van ziekten die de grootste ziektelast veroorzaken nemen angststoornissen hiermee de derde plaats in (zesde plaats voor mannen en eerste plaats voor vrouwen). De DALY is een samengestelde maat voor gezondheidsverlies en is opgebouwd uit twee componenten: de jaren verloren door vroegtijdige sterfte en de jaren geleefd met ziekte, rekening houdend met de ernst van de ziekte.

De door angststoornissen veroorzaakte ziektelast wordt geheel veroorzaakt door jaren geleefd met angststoornissen (ziektejaarequivalenten). Zie ook: Interne link naar documentVerloren levensjaren, ziekte en ziektelast voor 56 geselecteerde aandoeningen

Tabel 1: Jaarprevalentie van angststoornissen in 2007 op basis van epidemiologisch bevolkingsonderzoek onder 18-65 jarigen (per 1.000 en absoluut) (Bron: De Graaf et al., 2010a).

Relatief (per 1.000)

Absoluut

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

Gegeneraliseerde angststoornis

14,1

21,7

74.200

112.500

Paniekstoornis

9,8

15,4

51.600

79.700

Fobieën

- enkelvoudige fobie

35,1

65,2

184.500

337.400

- sociale fobie

32,4

43,5

170.400

225.500

- agorafobie

2,1

5,6

11.300

29.100

Enigerlei angststoornis

78,6

124,1

413.100

642.800

Tabel 2: Jaarprevalentie (per 1.000 en absoluut) en incidentie (per 1.000 per jaar en absoluut) van angststoornissen en angststoornis en/of angstgevoelens (personen) in 2007, geschat op basis van huisartsenregistraties.

Jaarprevalentie

Incidentie

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

Angststoornissen

Kompas-schatting relatief

7,1

13,8

2,4

4,0

Kompas-schatting absoluut

57.600

114.200

19.000

33.100

Angststoornissen en/of angstgevoelens

Kompas-schatting relatief

18,8

38,1

8,1

16,2

Kompas-schatting absoluut

152.100

315.300

65.700

134.000

Omvangschatting angststoornissen niet gebaseerd op huisartsenregistraties

Voor de meeste ziekten in het Kompas zijn schattingen van de omvang van ziekten in Nederland en de trends gebaseerd op de huisartsenregistraties. In het geval van angststoornissen wijken we daarvan af en kiezen we voor resultaten van bevolkingsonderzoeken, met de volgende argumenten:

  • De huisartsenregistraties bevatten geen DSM-IV diagnosen.
  • Het grootste deel van de mensen met angststoornissen wordt door de huisarts niet gezien of als zodanig herkend.
  • Trends in de huisartsenregistraties kunnen bij angststoornissen heel goed het gevolg zijn van veranderingen in hulpzoekgedrag en herkenning. Zo is het plausibel dat de NHG-standaard angststoornissen en de verbetering van de nascholing van huisartsen een dergelijk effect hebben gehad. Dit betekent dat de gevonden trends in de huisartsenregistraties niet noodzakelijk wijzen op trends in de Nederlandse bevolking.

detailsBeschrijving van gebruikte gegevensbronnen

detailsAchtergrond bij de keuze van huisartsenregistraties

detailsPrevalentie en incidentie naar leeftijd en geslacht

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bremmer MA, Beekman ATF, Deeg DJH, Balkom AJLM van, Dyck R van, Tilburg W van.Angststoornissen bij ouderen: prevalentie en risicofactoren. Tijdschr Psychiatrie 1997; 39: 634-648.
  • Flint AJ.Epidemiology and comorbidity of anxiety disorders in the elderly. Am J of Psychiatry 1994; 151: 640-9.
  • Graaf R de, Have M ten, Dorsselaer S van.De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut, 2010a.
  • Ormel J, Korff M Von, Üstün TB, Pini S, Korten A, Oldehinkel T.Common mental disorders and disabilities across cultures: Results from WHO-collaborative study on psychopathologic conditions in primary care. JAMA, 1994a; 272: 1741-8.
  • Verhaak PFM.Mental Disorders in the community and in general practice. Doctors' views and patients' demands. Aldershot: Avebury, 1995: 103-4.
  • Vollebergh WAM, Graaf R de, Have M ten, Schoemaker CG, Dorsselaer S van, Spijker J, et al.Psychische stoornissen in Nederland: overzicht van de resultaten van NEMESIS. Utrecht: Trimbos-instituut, 2003.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DALY
Disability-Adjusted Life-Year
Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug, te weten 'kwantiteit' (levensduur) en 'kwaliteit' van leven, en het aantal personen dat een effect ondervindt.
DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
NEMESIS
Netherlands Mental health Survey and Incidence Study (Trimbos-instituut)
In NEMESIS is een grote hoeveelheid informatie verzameld over psychiatrische aandoeningen en het beloop daarvan.
NHG
Nederlands huisartsengenootschap
URL: http://www.nhg.org

Definities

Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.