Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Angststoornissen
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat zijn angststoornissen en wat zijn de gevolgen?

Ziektebeeld Beloop Kwaliteit van leven

Ziektebeeld

Bij angststoornis is sprake van angstklachten zonder reële dreiging

Wanneer heftige angstklachten optreden zonder een reële bedreiging, is er mogelijk sprake van een angststoornis. Het ontbreken van een reële dreiging onderscheidt angststoornissen van normale gevoelens van vrees of angst. De symptomen zijn in beide gevallen hetzelfde: hartkloppingen, een droge mond, een beklemd gevoel, nerveuze spanning, prikkelbaarheid, rusteloosheid, verhoogde spierspanning of slaap- en concentratieproblemen.

Verschillende soorten angststoornissen

Er zijn verschillende soorten angststoornissen. Sommige van deze aandoeningen worden een fobie genoemd. Het gemeenschappelijke kenmerk van angststoornissen is dat er sprake is van angst. Bij één persoon kunnen meer angststoornissen voorkomen (Ravelli et al., 1998). Ook gaan angststoornissen vaak gepaard met een depressieve stoornis of met stoornissen in het gebruik van psychoactieve middelen zoals alcohol, cannabis en benzodiazepinen (Van Balkom et al., 2000a).

De onderverdeling van angststoornissen wordt meestal weergegeven volgens de DSM-IV (zie tabel 1). Deze indeling loopt in grote lijnen parallel aan de indeling in de ICD-10. In de ICD-10 vormen angststoornissen echter niet een apart hoofdstuk, maar maken deel uit van het hoofdstuk 'neurotische, stressgerelateerde en somatoforme stoornissen'.

Bij paniekstoornis heeft iemand meerdere onverwachte paniekaanvallen

Een paniekstoornis is het herhaaldelijk optreden van plotse, onverwachte aanvallen van intense angst (Van 't Land et al., 2008b). De persoon ervaart onverwacht een grote angst zonder dat daar een directe aanleiding voor is. Deze angstaanvallen gaan gepaard met lichamelijke symptomen als ademnood, hartkloppingen, pijn op de borst, misselijkheid, duizeligheid, beven, zweten, koude rillingen en tintelingen. Daarnaast kunnen de volgende psychische symptomen voorkomen: derealisatie (gevoel dat de buitenwereld niet meer echt is), depersonalisatie (gevoel buiten het eigen lichaam of de eigen geest te staan of als in een droom te leven) en de angst om dood te gaan, gek te worden of de controle te verliezen.

Tabel 1: Onderverdeling van angststoornissen volgens de DSM-IV.

Type angststoornis

DSM-IV code

Paniekstoornis zonder agorafobie

300.01

Gegeneraliseerde angststoornis (met inbegrip van overmatige angststoornis in de kinderleeftijd)

300.02

Paniekstoornis met agorafobie

300.21

Agorafobie zonder paniekstoornis in de voorgeschiedenis

300.22

Sociale fobie

300.23

Specifieke fobie

300.29

Obsessieve-compulsieve stoornis

300.3

Posttraumatische stressstoornis

309.81

Acute stressstoornis

308.3

Angststoornis door alcohol a

291.8

Angststoornis door drugs a

292.89

Angststoornis door een lichamelijke aandoening a

293.89

Angststoornis niet anderzins omschreven

300.00

a Wordt niet officieel tot de angststoornissen gerekend, het is een complicatie bij andere stoornissen en ziekten. Wordt hier niet verder uitgelegd.

Agorafobie kan voorkomen met of zonder paniekstoornis

Bestaat er bij een paniekstoornis vermijdingsgedrag, dan is er sprake van een paniekstoornis met agorafobie. Men vermijdt dan situaties van waaruit vluchten onmogelijk of schaamtevol is. Agorafobische vermijdingssituaties zijn: openbaar vervoer, drukke winkels en supermarkten, theaters en kerken, wachten in een rij, tunnels en snelwegen (Van 't Land et al., 2008b).

Agorafobisch vermijdingsgedrag kan ook voorkomen zonder dat men een paniekaanval heeft gehad (Wittchen et al., 2010). Het vermijdingsgedrag hangt dan vaak samen met de angst voor paniekachtige verschijnselen zoals duizelingen, diarree, de angst om controle over blaas of darmen te verliezen of te moeten overgeven. Bij ouderen komt de angst om te vallen regelmatig voor (Van 't Land et al., 2008b).

Mensen met gegeneraliseerde angststoornis leven continu in grote angst

Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis leven continu in grote angst (Van 't Land et al., 2008b). Ze maken zich zorgen over veel verschillende dingen of gebeurtenissen in het dagelijks leven, vandaar de term gegeneraliseerd. De angst gaat gepaard met piekeren over gevaren en problemen die zouden kunnen optreden maar waar geen concrete aanleiding toe is, zoals over gezondheid, huisvesting, financiën, verlies van werk. Klachten die kunnen optreden zijn: vermoeidheid, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, spierpijn, droge mond, misselijkheid, hartkloppingen, duizeligheid, slikklachten, diarree, zweten en wazig zien.

Sociale fobie kenmerkt zich door angst en vermijdingsgedrag voor sociale situaties

Een sociale fobie kenmerkt zich door angst en vermijdingsgedrag voor sociale situaties (Van 't Land et al., 2008b). Men is bang door anderen geobserveerd te worden en negatief beoordeeld, bekritiseerd of vernederd te worden. Men vermijdt daardoor spreken in het openbaar en eten of schrijven in gezelschap. Men is bang om in sociale situaties te gaan blozen, trillen of zweten. Deze angst kan uiteindelijk leiden tot het vermijden van sociale contacten.

Specifieke fobieën worden veroorzaakt door specifieke voorwerpen of situaties

Angst en vermijdingsgedrag kunnen ook voorkomen in situaties anders dan bij agorafobie of sociale fobie. Mensen met een specifieke fobie hebben een duidelijke angst die niet weggaat, die overdreven en onredelijk is en die wordt veroorzaakt door een voorwerp of een specifieke situatie (Depla et al., 2008). Men onderscheidt de volgende typen:

  • diertype (angst voor allerlei dieren)
  • natuurtype (angst voor storm, nacht, water en andere natuurverschijnselen)
  • bloed-, injectie- en verwondingentype (angst voor medische ingrepen)
  • situationele type (hoogtevrees, engtevrees, vliegangst, angst om auto te rijden).

Dwanggedachten en dwanghandelingen kenmerken obsessieve-compulsieve stoornis

Een obsessieve-compulsieve stoornis wordt gekenmerkt door dwanggedachten (obsessies) en/of dwanghandelingen (compulsies). Dit zijn hardnekkige, irrationele gedachten en/of handelingen die iemand als ongewenst maar niet te stoppen ervaart. Voorbeelden zijn wasdwang, controledwang, teldwang en herhalingsdwang.

Acute en posttraumatische stressstoornis ontstaat na ernstige traumatische ervaring

Na een ernstige traumatische ervaring (mishandeling, gijzeling, verkrachting, oorlogshandelingen, concentratiekampen) ontstaan klachten van herbelevingen van dit trauma. De patiënt vermijdt situaties die deze herbelevingen kunnen oproepen. Vaak zijn er ook slaapstoornissen, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, affectvervlakking (weinig emotionele uiting), interesseverlies en amnesie (stoornis van het geheugen). Duren de klachten niet langer dan drie maanden, dan is er sprake van een acute stressstoornis. In andere gevallen spreekt men van een posttraumatische stressstoornis (Van 't Land et al., 2008b).

Naar boven


Beloop

Onbehandelde angststoornis heeft vaak een chronisch beloop

Onbehandelde angststoornissen hebben over het algemeen een chronisch beloop. Ongeveer 25% van de patiënten geneest spontaan. Dit gebeurt vrijwel niet meer wanneer de klachten een jaar of langer bestaan. Het beloop kenmerkt zich door het periodiek verergeren en weer verminderen van klachten, vaak in samenhang met stressfactoren. Bij ongeveer de helft van de angststoornissen ontwikkelt zich na verloop van enkele jaren tevens een depressieve stoornis (Wittchen et al., 2000). Ook is de kans op alcohol- en drugsafhankelijkheid hoger bij aanwezigheid van een angststoornis (Ravelli et al., 1998). Bij ouderen is er wel samenhang met depressie maar niet met alcohol- of drugsafhankelijkheid (Van Balkom et al., 2000b).

Ernstiger beloop bij meerdere angststoornissen tegelijkertijd

Bij aanwezigheid van één angststoornis is de kans op een tweede angststoornis verhoogd (Ravelli et al., 1998). Dit geldt met name voor de specifieke fobie en de gegeneraliseerde angststoornis. Hoe meer stoornissen tegelijkertijd voorkomen, hoe ernstiger de verschijnselen zijn. Ook is er dan sprake van een langere duur van klachten, ernstiger sociale gevolgen, meer gebruik van gezondheidszorgvoorzieningen. De klachten zijn dan ook moeilijker te behandelen.

Beloop angststoornissen beïnvloedbaar

Angststoornissen kunnen goed behandeld worden. Ongeveer tweederde van de patiënten met angststoornissen heeft na behandeling met antidepressiva en/of cognitieve gedragstherapie beduidend minder invaliderende angstklachten. Minder is bekend over het volledig genezen van angststoornissen door behandeling. In veel gevallen blijven mensen last houden van enkele van de symptomen. Voor de meeste angststoornissen is niet onderzocht in hoeverre ze na behandeling volledig in remissie gaan. Bij de obsessieve-compulsieve stoornis blijkt dit bij 60% van de patiënten het geval te zijn (Van Oppen et al., 1997).

Naar boven


Kwaliteit van leven

Beperkingen in sociale leven, dagelijkse bezigheden en vitaliteit

Personen met een angststoornis hebben een slechtere kwaliteit van leven dan de algemene bevolking (Olatunji et al., 2007). Dit blijkt uit metingen met de vragenlijst SF-36 (Bijl & Ravelli, 2000). Zij ervaren hun gezondheid als minder goed en voelen zich minder vitaal. Daarnaast is men door emotionele problemen minder in staat dagelijkse bezigheden uit te voeren (rolfunctioneren emotioneel) (zie tabel 2) (Kessler et al., 2005b; Buist-Bouwman et al., 2005). In mindere mate ervaren zij ook lichamelijke beperkingen. Hoogstwaarschijnlijk is tevens de geestelijke gezondheid slechter, maar deze dimensie van kwaliteit van leven is in het onderzoek van Bijl en Ravelli niet meegenomen.

Angststoornis soms sterk invaliderend, soms nauwelijks impact

Een angststoornis heeft effect op het sociaal functioneren en het uitvoeren van de dagelijkse bezigheden, doordat bepaalde situaties of activiteiten vermeden worden (bijvoorbeeld bij sociale fobie of agorafobie). Als personen er echter makkelijk in slagen deze situaties te vermijden, hoeft het effect op de kwaliteit van leven niet groot te zijn (bijvoorbeeld bij bepaalde specifieke fobieën, zoals hoogtevrees of angst voor spinnen). Mensen met een angststoornis die wel in een voor hen bedreigende situatie komen, kunnen hier ernstig onder lijden. Voor hen zal het een zeer negatief effect hebben op de kwaliteit van leven. Wanneer mensen door de behandeling niet meer voldoen aan alle criteria voor een angststoornis, houden ze vaak wel last van restverschijnselen. Deze kunnen ook gepaard gaan met een verminderde kwaliteit van leven (Batelaan et al., 2007).

Mate van beperking verschilt per stoornis

Patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis hebben een sterk verminderde vitaliteit en ervaren meer beperkingen in de dagelijkse bezigheden door emotionele problemen dan patiënten met andere angststoornissen zoals fobieën (Bijl & Ravelli, 2000). Ook patiënten met meerdere angststoornissen of een angst- en stemmingsstoornis (zoals depressie) ervaren meer beperkingen in het sociale leven, de dagelijkse bezigheden en de vitaliteit.

Angststoornissen veroorzaken veel ziektelast in Nederland

Angststoornissen veroorzaken veel ziektelast in Nederland: na coronaire hartziekten en beroerte staan ze op de derde plaats in de rangordening van geselecteerde ziekten. De ziektelast van angststoornissen wordt bijna geheel veroorzaakt door verlies aan kwaliteit van leven (Zie: ziektelast van angststoornissen).

Tabel 2: Verschil in kwaliteit van leven (gemeten met de SF-36) tussen patiënten met een angststoornis en de algemene populatie (18-64 jaar). Een verschil duidt op een slechtere kwaliteit van leven voor patiënten.

Verschil tussen patiënten en de algemene populatie

Fysiek functioneren

+

Rolfunctioneren fysiek

+

Pijn

+

Ervaren gezondheid

++

Vitaliteit

++

Sociaal functioneren

++

Rolfunctioneren emotioneel

++

Geestelijke gezondheid

n.a.

0 = geen verschil, + = klein verschil, ++ = middelgroot verschil, +++ = groot verschil, n.a. = informatie niet aanwezig

detailsSF-36 scores en achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen

detailsMethode van gegevensverzameling en de selectie van literatuur

U kunt algemene informatie over kwaliteit van leven vinden op de pagina over gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Balkom AJLM van, Beekman, ATF, Beurs E de, Deeg DJ, Dyck R van, Tilburg W van.Co-morbidity of the anxiety disorders in a community-based older population in The Netherlands. Acta Psychiatr Scand 2000b; 101: 37-45.
  • Balkom AJLM van, Oppen P van, Dyck R van (red).Behandelingsstrategieën bij angststoornissen, 2e druk. Houten/Diegem: Cure & Care Development, 2000a.
  • Batelaan NM, Graaf R de, Balkom AJLM van, Vollebergh WAM, Beekman ATF.Thresholds for health and thresholds for illness: panic disorder versus subthreshold panic disorder. Psychol Med, 2007; 37: 247-256.
  • Bijl RV, Ravelli A.Current and residual functional disability associated with psychopathology: findings from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Psychol Med 2000; 30: 57-668.
  • Buist-Bouwman MA, Graaf R de, Vollebergh WA, Ormel J.Comorbidity of physical and mental disorders and the effect on work-loss days. Acta Psychiatr Scand, 2005; 111: 436-443.
  • Depla MF, Have ML ten, Balkom AJ van, Graaf R de.Specific fears and phobias in the general population: results from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol, 2008; 43: 200-208.
  • Kessler RC, Chiu WT, Demler O, Merikangas KR, Walters EE.Prevalence, severity, and comorbidity of 12-month DSM-IV disorders in the National Comorbidity Survey Replication. Arch Gen Psychiatry, 2005b; 62: 617-627.
  • Land H van 't, Schoemaker C, Ruiter C de (red.).Trimbos zakboek psychische stoornissen. Tweede, herziene en uitgebreide druk. Utrecht: De Tijdstroom, 2008b.
  • Olatunji BO, Cisler JM, Tolin DF.Quality of life in the anxiety disorders: a meta-analytic review. Clin Psychol Rev, 2007; 27: 572-581.
  • Oppen P van, Balkom ALJM, Haan E de, Spinhoven Ph, Dyck R van.Cognitive therapy versus exposure in vivo versus the combination with fluvoxamine in the treatment of Obsessive Compulsive Disorder. Venetië: Paper on EABCT congres, 1997.
  • Ravelli A, Bijl RV, Zessen G van.Comorbiditeit van psychiatrische stoornissen in de Nederlandse bevolking: resultaten van de Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Tijdschr Psychiatrie 1998; 40: 531-44.
  • Wittchen H-U, Gloster AT, Beesdo-Baum K, Fava GA, Craske MG.Agoraphobia: a review of the diagnostic classificatory position and criteria. Depression and Anxiety, 2010; 27: 113-133.
  • Wittchen H-U, Kessler RC, Pfister H, Lieb M.Why do people with anxiety disorders become depressed? A prospective-longitudinal community study. Acta Psychiatr Scand 2000; Suppl 406: 14-23.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
SF-36
Medical Outcomes Study 36-Item Short Form Health Survey
Vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. Het instrument bestaat uit 8 dimensies: fysiek functioneren, rolbeperkingen door fysieke gezondheidsproblemen, pijn, algemene gezondheidsbeleving, vitaliteit, sociaal functioneren, rolbeperkingen door emotionele problemen, en geestelijke gezondheid. Deze 8 dimensies kunnen bovendien gesommeerd worden in een lichamelijke en een psychische hoofddimensie
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.