Patiënten kunnen twee of meer keren meetellen in behandelcijfers
Bij de presentatie van de gegevens over letsels worden in het Kompas ‘inclusiefcijfers’ gebruikt. Dat betekent dat patiënten in behandelcijfers twee keer of meer kunnen meetellen. Patiënten tellen bijvoorbeeld vaker dan één keer mee als zij op een afdeling voor Spoedeisende Hulp (SEH) van een ziekenhuis binnenkomen en vervolgens, na behandeling op die afdeling, worden opgenomen of komen te overlijden. Iemand die per ambulance arriveert, komt automatisch via de SEH-afdeling van het betreffende ziekenhuis binnen, al wordt hij of zij direct geopereerd of direct naar een andere afdeling gebracht. De patiënt telt dan zowel via registratie van de SEH-behandelingen als in die van de ziekenhuisopnamen en/of overledenen mee.
Interpretatie tabellen en grafieken
De -gegevens in het Letsel Informatie Systeem () worden verzameld in een representatieve steekproef van ziekenhuizen. In verband met de extrapolatie van de steekproef naar een landelijke schatting, worden alleen afgeronde cijfers gepresenteerd. Hoewel de Landelijke Medische Registratie () en de wel landelijk dekkende registraties zijn, worden ook de cijfers uit deze bronnen in verband met de leesbaarheid afgerond. Bovendien gaat het hierbij om gemiddelden over vijf jaar.
Bij alle tabellen geldt dat de gegevens eerst opgeteld worden, alvorens ze worden afgerond. Hierdoor kan het voorkomen dat de gepresenteerde totalen iets afwijken van de totalen zoals die berekend zouden worden door de afgeronde aantallen op te tellen.
De afrondregels verschillen per gebruikte gegevensbron
Afrondregels voor absolute aantallen:
(bron voor aantal -behandelingen):
- aantallen kleiner dan 10: aangeven als <10
- aantallen 10 en hoger, maar lager dan 100: afronden op tientallen
, en (bronnen voor aantal ziekenhuisopnamen en sterfte):
- aantallen lager dan 100: afronden op hele getallen
Voor aantallen 100 en hoger geldt voor alle gegevensbronnen: afronden op 2 cijfers met de rest nullen.
Afrondregels voor aantallen per 100.000:
Voor alle gegevensbronnen geldt: afronden op 2 cijfers met de rest nullen (bij voorkeur per 100.000 inwoners)
Weergave van ontbrekende gegevens
In tabellen kan zowel '0' als '-' staan. Wanneer ergens '0' staat, betekent dit dat er zo weinig ongevallen zijn geregistreerd, dat dit afgerond wordt naar nul. Een '-' betekent dat er helemaal geen ongevallen van het betreffende type geregistreerd zijn. Bij percentages betekent <1% dat er relatief weinig ongevallen zijn geregistreerd, en '-' betekent dat er helemaal geen ongevallen van het betreffende type geregistreerd zijn.
Bewegingsonderwijs als aparte 'tak van sport' meegenomen
In de gegevens over sportblessures is bewegingsonderwijs als aparte 'tak van sport' meegenomen. Dat betekent dat blessures opgelopen tijdens bewegingsonderwijs ook als zodanig in de registratie staan en dat de overige takken van sport dus exclusief bewegingsonderwijs zijn.
Analyse van trends in LIS, de LMR en de Doodsoorzakenstatistiek
De trendanalyses van het aantal -behandelingen (Bron: ) en ziekenhuisopnamen (Bron: ) zijn alleen bij voldoende grote getallen gebaseerd op aantallen per maand, anders wordt de analyse uitgevoerd op jaaraantallen. Bij de en zijn geen sterftegegevens per maand beschikbaar en daarom wordt de trendanalyse op de sterftecijfers uitgevoerd op jaaraantallen.
Technische uitleg over de trendanalyse in LIS en de LMR
Om te bepalen of er sprake is van veranderingen in de ongevalcijfers door de tijd, worden trendanalyses uitgevoerd. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen trendanalyses gebaseerd op maandaantallen en trendanalyses gebaseerd op jaaraantallen. De eerste methode heeft de voorkeur (meer meetpunten) maar is echter niet altijd mogelijk. Ten eerste moeten er maandaantallen in de registratie beschikbaar zijn (, ). Verder moet er sprake zijn van een minimum aantal waarnemingen per maand om de analyse te kunnen uitvoeren.
Trendanalyse op maandaantallen
Bij een trendanalyse op maandaantallen wordt met behulp van multipele lineaire regressie (‘stapsgewijze modelselectie’) op de maandaantallen een model gefit dat bestaat uit één of meer aan elkaar gekoppelde rechte lijnstukken, die ieder een vijfjaarsperiode bestrijken. De trend over de laatste vijfjaarsperiode wordt uitgedrukt in een percentage. Stel dat jaar j het meest recente jaar is waarvoor we gegevens hebben en we de trend willen weten voor de laatste vijf jaren, dan wordt de trendanalyse gedaan op gegevens van januari jaar j-4 tot en met december jaar j (bijvoorbeeld januari 2003 t/m december 2007). Indien er gegevens over meer dan 5 jaar beschikbaar zijn, dan wordt de rendanalyse uitgebreid met zoveel vijfjaarsperioden als er gegevens beschikbaar zijn.
Om een trendanalyse op maandaantallen te kunnen uitvoeren, moet er sprake zijn van gemiddeld minimaal 9 waarnemingen per maand. De methode biedt de mogelijkheid om te corrigeren voor veranderingen in de bevolkingsopbouw en, waar nodig, voor seizoen- en weersinvloeden (maanden van het jaar en gemiddelde maandtemperatuur als onafhankelijke variabelen). Bij een p-waarde van minder dan 0,01 spreken we van een statistische significante trend.
Trendanalyse op jaaraantallen
Bij een trendanalyse op jaaraantallen worden met behulp van lineaire regressie één of meerdere lijnstukken gefit op de jaaraantallen. Het model bestaat uit één of meer aan elkaar gekoppelde rechte lijnstukken, die een vijfjaarsperiode bestrijken. Ook hier wordt de trend over de laatste vijfjaarsperiode uitgedrukt in een percentage en worden trends over een langere periode dan vijf jaar weergegeven als indexcijfers per vijfjaarsperiode. Als we de jaaraantallen representatief stellen voor de jaarmiddens, betekent dit dat de vijfjaarsperiode voor trends gebaseerd op jaaraantallen verschoven (vervroegd) zijn ten opzichte van de vijfjaarsperiode bij een analyse op maandaantallen. Daarom wordt, om tot een vijfjaarsperiode te komen, de trend berekend van jaar j-5 (i.p.v. j-4, zie boven) tot en met jaar j (bijvoorbeeld 2002 t/m 2007).
Om een trendanalyse op jaaraantallen te kunnen uitvoeren, moet sprake zijn van gemiddeld minimaal 9 waarnemingen per jaar. Deze methode biedt (alleen) de mogelijkheid te corrigeren voor veranderingen in de bevolkingsopbouw. Omdat er per vijfjaarsperiode maar 6 meetpunten zijn, zal er niet snel een significante trend gevonden worden. Dit is de reden dat bij deze trendanalyses een p<0,05-criterium gehanteerd wordt voor de significantie van een trend.
In de trendfiguren in het Kompas is een lijn zichtbaar die door punten loopt:
- De donkerblauwe punten zijn jaarcijfers.
- De dikke groene lijn geeft de lineaire trend weer.
Directe medische kosten en verzuimkosten berekend met Letsellastmodel
Het Letsellastmodel (LLM) is een rekenmodel dat Consument en Veiligheid heeft ontwikkeld in samenwerking met het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam (Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg). Het bestaat uit een zorgmodel, een verzuimmodel en een functioneringsmodel ().
De informatie die gebruikt is voor het Nationaal Kompas is afkomstig uit het zorgmodel en het verzuimmodel.
Met behulp van het zorgmodel kunnen de directe medische kosten geschat worden per slachtoffer dat op een -afdeling wordt behandeld of wordt opgenomen in een ziekenhuis. Bij directe medische kosten kan bijvoorbeeld gedacht worden aan kosten van ambulance-spoedvervoer, spoedeisende hulp, overige poliklinische hulp, ziekenhuisverpleging (zowel initieel als heropnamen), nazorg door de huisarts en behandeling door een fysiotherapeut.
Met behulp van het verzuimmodel kunnen de gemiddelde verzuimduur in werkdagen en de indirecte kosten ten gevolge van het verzuim per slachtoffer dat op een SEH-afdeling wordt behandeld of wordt opgenomen in een ziekenhuis geschat worden (15-64 jaar). De verzuimduur in werkdagen wordt met behulp van de netto toegevoegde waarde per arbeidsuur omgerekend in kosten van arbeidsverzuim. Het verzuimmodel schat het arbeidsverzuim over het eerste jaar.
De benodigde informatie om het Letsellastmodel te ontwikkelen is afkomstig uit het , standaard zorgregistraties zoals onder meer de , , een aanvullend enquêteonderzoek onder een steekproef van LIS-patiënten, en uit bronnen met kostprijsinformatie.
Voor meer informatie over de gebruikte cijfers en de uitgevoerde analyses wordt verwezen naar .
Beschrijving van gebruikte gegevensbronnen