U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Letsels en vergiftigingen›Privé-ongevallen›Hoe vaak komt het voor en hoeveel mensen sterven eraan?
Gemiddeld worden per jaar circa 1,2 miljoen mensen medisch behandeld wegens letsel door een privé-ongeval (periode 2006-2007). In vergelijking tot letsels door andere typen ongevallen komen letsels door privé-ongevallen veel voor. Zie voor een vergelijking met letsels door andere typen ongevallen: overzicht letsels totaal. De huisarts behandelt ongeveer 60% van de slachtoffers (710.000) en bijna 40% wordt behandeld op de SEH-afdeling van een ziekenhuis (460.000; 28 per 1.000 mannen en 28 per 1.000 vrouwen). Patiënten die door de huisarts behandeld zijn, kunnen doorgestuurd worden naar de SEH-afdeling voor behandeling. Ook worden patiënten na SEH-behandeling soms opgenomen in het ziekenhuis. Dit zijn redenen waarom patiënten in behandelcijfers twee keer of meer kunnen meetellen. Van alle mensen die op de SEH-afdeling worden behandeld na een privé-ongeval, wordt 11% opgenomen in het ziekenhuis.
De incidentie van privé-ongevallen, uitgedrukt in het aantal SEH-behandelingen ten gevolge van een privé-ongeval per 100.000 personen, is hoog voor jonge kinderen en voor vrouwen van 75 jaar en ouder (zie figuur 1). Een kwart (25%) van alle behandelde letsels op de SEH-afdeling valt in de leeftijdsgroep van 0-14 jaar. Tot de leeftijd van 45 jaar is de incidentie onder mannen hoger dan onder vrouwen, boven die leeftijd is deze onder vrouwen hoger. Van alle letsels door privé-ongevallen vindt bij vrouwen 37% plaats in de leeftijdsgroep van 55 jaar en ouder, terwijl dat bij mannen 18% is.
Vallen is de belangrijkste oorzaak van op de SEH-afdeling behandelde letsels door privé-ongevallen (53%, 240.000). Bij mensen vanaf 55 jaar ontstaat na een val frequent een heupfractuur (zie: heupfracturen en Ouderen: letsels en vergiftigingen).
Van ten minste een derde van door een privé-ongeval ontstane letsels die op de SEH-afdeling behandeld zijn, is bekend dat ze in en om huis plaatsvinden (vermoedelijk ligt dit hoger, omdat van de helft van de privé-ongevallen de locatie onbekend is).
In de periode 2003-2007 overleden per jaar gemiddeld ongeveer 1.300 vrouwen (16 per 100.000) en 1.100 mannen (13 per 100.000) door een privé-ongeval (zie figuur 2). Dit komt overeen met 15 doden per 100.000 inwoners per jaar. Meer vrouwen dan mannen overlijden door een privé-ongeval. Dit verschil komt geheel voor rekening van de leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder. In deze leeftijdsgroep overlijden jaarlijks 1.100 vrouwen en 600 mannen aan de gevolgen van een privé-ongeval. Samengenomen is dit 71% van alle dodelijke slachtoffers van een privé-ongeval. In de leeftijdsgroepen tot 75 jaar overlijden juist meer mannen dan vrouwen als gevolg van een privé-ongeval. Met uitzondering van de jongste leeftijdsgroepen neemt zowel het aantal slachtoffers als het aantal slachtoffers per 100.000 inwoners toe met het toenemen van de leeftijd.
Acht van de tien dodelijke slachtoffers van privé-ongevallen (81%, 1.900) is overleden als gevolg van een val. Dit aandeel verschilt per leeftijdsgroep. In de leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder is zelfs meer dan 90% van de dodelijke privé-ongevallen het gevolg van een val. Belangrijke oorzaken van dodelijke privé-ongevallen bij jonge kinderen (0-4 jaar) zijn verstikking en verdrinking.
Figuur 1: Gemiddelde incidentie van SEH-behandelingen als gevolg van privé-ongevallen per 100.000 personen per jaar, 2003-2007 (Bron: LIS).
Figuur 2: Gemiddelde sterfte per jaar als gevolg van privé-ongevallen naar leeftijd en geslacht per 100.000 van de bevolking, 2003-2007 (Bron: CBS-NND).
Privé-ongevallen naar leeftijd en geslacht, 2003-2007
Gebruikte gegevensbronnen
Toelichting cijfers en analyses