Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Slokdarmkanker
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patient

Welke factoren beïnvloeden de kans op slokdarmkanker?

Overmatig alcoholgebruik, roken en overgewicht belangrijke risicofactoren plaveiselcelcarcinoom

De belangrijkste risicofactoren van slokdarmkanker van het type plaveiselcelcarcinoom zijn overmatig alcoholgebruik en roken. Het risico op slokdarmkanker neemt toe met een factor 5 onder gematigde rokers en met een factor 10 voor “ketting rokers” (Blot, 1994). Met name de combinatie van roken en alcohol geeft een sterk verhoogd risico op kanker (Dal Maso et al., 2002). Daarnaast spelen andere factoren een rol, zoals overgewicht en een dieet met een tekort aan vitaminen (B+C+E), beta-caroteen, magnesium en zink.

Bestraling in het gebied van de slokdarm (zoals voor de behandeling van borstkanker) geeft een verhoogd risico op plaveiselcelkanker van de slokdarm (Ahsan & Neugut, 1998). Ten slotte zijn er aandoeningen die een verhoogd risico geven op slokdarmkanker zoals achalasie (spastische onderste slokdarmkringspier), vernauwingen van de slokdarm door inname van etsende vloeistoffen. Chronische stase van voedsel en de daaruit volgende ontsteking van de slokdarm is waarschijnlijk de trigger tot nieuwvorming.

Hoewel het humaan-papilloma virus (HPV) uit circa 20-70% van de plaveiselcelcarcinomen wereldwijd wordt geisoleerd, lijkt HPV in Nederland geen risicofactor. In een cohort slokdarmkanker patiënten in Nederland is namelijk geen HPV aangetoond (Kok et al., 1997a). Wellicht dat HPV wel een riscofactor is die een rol speelt in gebieden met een hoge incidentie van slokdarmkanker, zoals in China (Farhadi et al., 2005).

Genetische factoren en het plaveiselcacinoom

Familiaire clustering van het plaveiselcelcarcinooom is beschreven in enkele Chinese families maar bij de overgrote meerderheid van de patiënten is er geen genetische predispositie.

Een zeldzame huidaandoening, tylosis (hyperkeratose van handen en voeten), is geassocieerd met het plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm. Een aantal families zijn beschreven waarbij op relatief jonge leeftijd slokdarmkanker ontstaat. Het gen (cytoglobin) ligt op chromosoom 17. Ook bij sporadische (niet-erfelijke) slokdarmkanker lijkt dit gen een rol te spelen (McRonald et al., 2006).

Zuurbranden en overgewicht belangrijke risicofactoren adenocarcinoom

Gastro-oesophageale reflux (zuurbranden, refluxziekte) is de belangrijkste risicofactor voor slokdarmkanker van het type adenocarcinoom (Lagergren et al., 1999a, Lagergren et al., 1999b). Er bestaat een dosis-respons relatie tussen de duur en ernst van de refluxklachten (zuurbranden) en het risico op een adenocarcinoom van de slokdarm. De oorzaak van deze relatie is zeer waarschijnlijk te wijten aan de aanwezigheid van Barret-epitheel in de slokdarm bij patiënten met reflux.

Overgewicht is een andere belangrijke risicofactor (Kubo & Corley, 2006). Mensen met overgewicht hebben vaker klachten van gastro-oesophageale reflux en dientengevolge ontsteking van de slokdarm (Hampel et al., 2005). Overgewicht zou zo indirect kunnen lijden tot een hogere prevalentie van Barrett epitheel en uiteindelijk adenocarcinoom. Echter, twee studies hebbeen aangetoond dat overgewicht mogelijk ook een onafhankelijke risicofactor is voor het adenocarcinoom van de slokdarm (Lagergren et al., 1999a, Chow et al., 1998a).

Tabel 1: Risicofactoren voor het optreden van slokdarmkanker .

Risicofactor

Zie voor meer gegevens

Roken

Roken

Overmatig alcoholgebruik

Alcohol

Gastro-oesophageale reflux (zuurbranden)

Overgewicht

Lichaamsgewicht

Lage consumptie van groente

Voeding

Beschermende factoren

Maaginfectie met de bacterie Helicobacter pylori

Niet-steroide ontstekingsremmers (NSAID's)/ aspirine

H pylori

Overige factoren zoals groenten en fruit, Helicobacter pylori en NSAID’s (aspirine)

In 1997 (WCRF/AICR, 1997) werd een hoge consumptie van groente en fruit op basis van cohortstudies als 'overtuigend' beschermend geclassificeerd. Dit beeld lijkt te veranderen door de resultaten uit recente prospectieve studies en meta analyses (Gonzalez et al., 2006, Lunet et al., 2005). Extra risico lijken nu mensen te lopen als gevolg van een zeer lage consumptie van groente. Citrusvruchten beschermen wellicht tegen het adenocarcinoom en cardia maagkanker (Gonzalez et al., 2006).

De Helicobacter pylori bacterie is een zuurresistente bacterie die in de maag kan overleven. Deze bacterie is de belangrijkste oorzaak van maagzweren. Echter, er zijn enkele case-control studies die een verband hebben gevonden tussen infectie met deze bacterie en het adenocarcinoom van de slokdarm (Chow et al., 1998b, Wu et al., 2003). Infectie van het maagslijmvlies met deze bacterie kan lijden tot een chronische ontsteking en dientengevolge atrofie van het slijmvlies. Het gevolg is een verminderde zuursecretie van de maag en dus ook minder zure reflux in de slokdarm. Infectie met Helicobacter zou dus een beschermende invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van een adenocarcinoom van de slokdarm. Echter, infectie met deze bacterie is ook geassocieerd met een hoger risico op plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm (Ye et al., 2004).

NSAID’s (non-steroidal anti-inflammatoire medicijnen) en/of aspirine hebben een beschermend effect. Een recente meta-analyse laat zien dat aspirine/NSAID’s het risico op slokdarmkanker (plaveiselcel- en adenocarcinoom) ongeveer halveren (Corley et al., 2003). Wellicht dat toediening van aspirine bij patiënten met een hoog risico op slokdarmkanker (zoals een Barrett slokdarm) gunstig is (Hur et al., 2004).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

NSAID
Non-steroidal anti-inflammatory drug
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.