Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Prostaatkanker
De ziekte en de determinanten

Welke factoren beïnvloeden de kans op prostaatkanker?

Leeftijd, hormonen en roken Genetische factoren Voeding

Leeftijd, hormonen en roken

Tabel 1 toont de risicofactoren voor prostaatkanker en de daarvoor bestaande bewijslast.

Leeftijd van grote invloed op prostaatkankerrisico

Leeftijd speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van prostaatkanker. Prostaatkanker komt vooral voor bij mannen ouder dan zestig jaar. Voor het vijftigste levensjaar is prostaatkanker zeldzaam. Voor meer informatie over de relatie tussen het vóórkomen van prostaatkanker en leeftijd, zie: object_document_1Hoe vaak komt prostaatkanker voor?

Mannelijke geslachtshormonen spelen een rol bij prostaatkanker

Hoewel de precieze rol van hormonen bij het ontstaan van prostaatkanker nog niet bekend is (Debes & Tindall, 2002), is een associatie tussen mannelijke geslachtshormonen (androgenen) en prostaatkanker aannemelijk. Zo is bij mannen bij wie vóór de puberteit de testes zijn verwijderd, nog nooit prostaatkanker ontdekt. Daarnaast is de groei van prostaattumoren sterk hormoonafhankelijk zelfs bij relatief lage androgeenwaarden. Ten slotte lijken de (oncogene) producten van genfusies (zie 'genetische factoren') mede onder invloed van androgenen te ontstaan (Nelson et al., 2011; Bartek et al., 2010).

Roken geassocieerd met verhoogde sterftekans

Roken is geassocieerd met een ernstiger beloop van prostaatkanker en een verhoogde sterfte als gevolg van prostaatkanker. Een verhoogde kans op het krijgen van prostaatkanker als gevolg van roken is niet aangetoond (Kenfield et al., 2011; Zu & Giovannucci, 2009).

Tabel 1: Risicofactoren voor het optreden van prostaatkanker.

Factor

Bewijslast

Risicoverhogend

leeftijd

zeker

genetische factoren

vrij zeker

mannelijke geslachtshormonen

vrij zeker; precieze rol onduidelijk

calcium

waarschijnlijk ('probable' a)

vitamine E

onduidelijk

Risicoverlagend

selenium

waarschijnlijk ('probable' a)

lycopeen

waarschijnlijk ('probable' a)

vitamine E

onduidelijk ('limited suggestive' a)

a Bron: WCRF/AICR, 2007

Naar boven


Genetische factoren

Inzicht in rol genetische factoren toegenomen

Zowel etnische verschillen in prostaatkankerrisico’s, familiare clustering als de resultaten van genoombrede associatie studies (GWAS) in de algemene bevolking hebben geleid tot meer inzicht in de genetische factoren die van invloed zijn op het ontstaan en de ernst van prostaatkanker.

Verschillen incidentie en sterfte tussen etnische groepen wereldwijd

Het vóórkomen van en de kans op overlijden aan prostaatkanker is relatief hoog bij negers, gemiddeld voor blanken en het laagst onder Japanners (Altekruse et al., 2010). Niet uitgesloten is dat hierbij naast genetische verschillen ook verschillen in toegang tot de gezondheidszorg een rol spelen (Optenberg et al., 1995).

Vijf tot tien procent van alle prostaatkanker erfelijk bepaald

Naar schatting 5 tot 10% van alle gevallen van prostaatkanker is erfelijk bepaald (Kiemeney et al., 1996). Bij mannen onder de 55 jaar is dit percentage mogelijk zelfs 40% (Carter et al., 1992; Carter et al., 1993; Monroe et al., 1995; Bratt, 2002). Hierbij speelt overerving van bepaalde genen een rol (Gezondheidsraad, 2001i; urlSTOET prostaatkanker). Mannen met een eerstegraads familielid met prostaatkanker hebben een twee tot vier keer verhoogd risico op prostaatkanker. Voor mannen met twee of meer eerstegraads familieleden met prostaatkanker is dat risico zelfs vijf tot tien keer verhoogd (Carter et al., 1992; Monroe et al., 1995; Narod, 1995; Whittemore et al., 1995b; Lesko et al., 1996).

Betrokkenheid van drie genen bij erfelijke prostaatkanker aangetoond

Van drie verschillende genen (RNASEL(HPC1), HPC5 en MSR1) is aangetoond dat zij betrokken zijn bij erfelijke prostaatkanker. Dit blijkt uit koppelingsonderzoek in families (zie: detailsGenetische factoren uitgelegd). Genoombrede associatiestudies (GWAS) hebben daar inmiddels SNPs in een tien- tot twintigtal andere genen aan toegevoegd, die geassocieerd zijn met een (licht) verhoogd risico op prostaatkanker. Voor een overzicht van genetische variaties betrokken bij prostaatkanker, zie urlOMIM.

Verhoogd vóórkomen van genfusies in prostaattumoren

In prostaattumoren zijn genfusies aangetoond van één van de genen die een rol spelen bij de differentiatie van prostaatweefsel (het TMPRSS2-gen) en (de voorlopers van) oncogenen. Deze genfusies komen niet voor in normaal prostaatweefsel, in goedaardig hyperplastisch prostaatweefsel is het vóórkomen van deze genfusies 2,4% en in prostaattumoren tot 50%.

Naar boven


Voeding

Een mogelijk beschermend effect van selenium

Selenium is een essentieel sporenelement dat voornamelijk voorkomt in dierlijke en plantaardige producten zoals vis, vlees, granen, brood, eieren en noten. Er is gedurende lange tijd verondersteld dat toediening van selenium het risico op het ontstaan van prostaatkanker in mannen met een lage seleniumstatus verlaagt (WCRF/AICR, 2007). Dit is onder meer aangetoond in een Amerikaanse interventiestudie, waarbij ruim 974 mannen gedurende een periode van 4,5 jaar dagelijks supplementen met 200 microgram selenium of een placebo hebben ingenomen. Het gebruik van selenium resulteerde in deze studie in een 63% verlaagd risico op prostaatkanker vergeleken met de mannen die een placebo hadden ingenomen (Clark et al., 1998b, Dagnelie et al., 2004). Meer recente studies hebben deze beschermende effecten van selenium niet bevestigd (Lippman et al., 2009; Allen et al., 2008a). Mogelijk bepalen de toedieningsvorm van selenium en/of de seleniumstatus van de deelnemers (mede) of, en in welke mate, selenium het risico op prostaatkanker verlaagt.

Lycopeen heeft mogelijk een beschermend effect

Een andere stof die mogelijk een beschermend effect heeft op het ontstaan van prostaatkanker is lycopeen. Lycopeen komt als een natuurlijk pigment in hoge concentraties voor in tomaten en tomatenproducten. Een mogelijk beschermend effect wordt toegeschreven aan de antioxidante eigenschappen van lycopeen (Giovannucci, 2002a). In verscheidene observationele studies is een risicoverlagend effect van de inname van lycopeen of tomatenproducten waargenomen (WCRF/AICR, 2007; Etminan et al., 2004). Studies waarin mannen die lycopeen of tomatenproducten hebben gebruikt, worden vergeleken met mannen die dit niet hebben gedaan, hebben onvoldoende bewijs opgeleverd voor een beschermend effect (Kavanaugh et al., 2007; Ilic et al., 2011). Om deze reden kunnen geen aanbevelingen worden gedaan betreffende (overmatig) gebruik van lycopeen ter preventie van prostaatkanker.

Rol Vitamine E onduidelijk

De rol van vitamine E bij het ontwikkelen van prostaatkanker is onduidelijk. In enkele studies is een risicoverlagend effect aangetoond van een hoge inname van vitamine E (Heinonen et al., 1998). In een zeer omvangrijke Amerikaanse studie, waaraan ruim 35.000 mannen hebben deelgenomen, is echter geen beschermend effect van vitamine E aangetoond (Lippman et al., 2009). In vervolgonderzoeken bleken mannen die vitamine E hebben ingenomen na verloop van tijd zelfs een iets hoger risico op prostaatkanker te hebben dan mannen die dit niet hebben gedaan (Klein et al., 2011).

Een mogelijk risicoverhogend effect van zeer hoge calcium-inname

Voeding rijk aan calcium en het veelvuldig gebruik van melk- en zuivelproducten kunnen het risico op prostaatkanker verhogen (WCRF/AICR, 2007; Allen et al., 2008b; Giovannucci et al., 2006; Chan et al., 2001b; Mitrou et al., 2007). Er zijn echter ook studies uitgevoerd die geen verband hebben aangetoond tussen de inname van calcium en het risico op het krijgen van prostaatkanker (Schuurman et al., 1999; Koh et al., 2006). Over het algemeen wordt verondersteld dat er alleen bij een zeer hoge inname (meer dan 2,0 milligram calcium per dag) sprake is van een risicoverhogend effect van calcium op prostaatkanker (Rodriguez et al., 2003). Uit voedselconsumptiegegevens over de periode 2007-2010 is de dagelijkse mediane inname van calcium door Nederlandse mannen in de leeftijd van 51-69 jaar 1,1 milligram (Van Rossum et al., 2011). Dit is dus aanzienlijk minder dan de inname die verondersteld wordt het risico op prostaatkanker te verhogen.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Allen NE, Appleby PN, Roddam AW, Tjonneland A, Johnsen NF, Overvad K, Boeing H, Weikert S, Kaaks R, Linseisen J, Trichopoulou A, Misirli G, Trichopoulos D, Sacerdote C, Grioni S, Palli D, Tumino R, Bueno-de-Mesquita HB, Kiemeney LA, Barricarte A, LarranagPlasma selenium concentration and prostate cancer risk: results from the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC). Am J Clin Nutr 2008a; 88(6): 1567-75
  • Allen NE, Key TJ, Appleby PN, Travis RC, Roddam AW, Tjonneland A, Johnsen NF, Overvad K, Linseisen J, Rohrmann S, Boeing H, Pischon T, Bueno-de-Mesquita HB, Kiemeney L, Tagliabue G, Palli D, Vineis P, Tumino R, Trichopoulou A, Kassapa C, Trichopoulos D, AAnimal foods, protein, calcium and prostate cancer risk: the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition. Br J Cancer 2008b; 98(9): 1574-81
  • Altekruse SF, Kosary CL, Krapcho M, et al.SEER Cancer Statistics Review, 1975-2007. Bethesda, Md: National Cancer Institute, 2010.
  • Bartek J, Hamerlik P, Lukas J.On the origin of prostate fusion oncogenes. Nat Genet 2010; 42(8): 647-8
  • Bratt O.Hereditary prostate cancer: clinical aspects. J Urol 2002; 168: 906-13.
  • Carter B, Bova G, Beaty T, Steinberg GD, Childs B, Isaacs WB, et al.Hereditary prostate cancer: epidemiological and clinical features. J Urol, 1993; 150: 797-802.
  • Carter BS, Bova GS, Beaty TH, Childs B, Walsh PC.Mendelian inheritance of familial prostate cancer. Proc Natl Acad Sci USA 1992; 89: 3367-71.
  • Chan JM, Stampfer MJ, Ma J, Gann PH, Gaziano JM, Giovannucci EL.Dairy products, calcium, and prostate cancer risk in the Physicians' Health Study. Am J Clin Nutr 2001b; 74(4): 549-54
  • Clark LC, Dalkin B, Krongrad A, Combs GF, Turnbull BW, Slate EH, et al.Decreased incidence of prostate cancer with selenium supplementation: results of a double-blind cancer prevention trial. Br.J.Urol., 1998b; 81(5): 730-734.
  • Dagnelie PC, Schuurman AG, Goldbohm RA, Brandt PA van den.Diet, anthropometric measures and prostate cancer risk: a review of prospective cohort and intervention studies. BJU International, 2004; 93(8): 1139-1150.
  • Debes JD, Tindall DJ.The role of androgens and the androgen receptor in prostate cancer. Cancer Lett, 2002; 187: 1-7.
  • Etminan M, Takkouche B, Caamano-Isorna F.The role of tomato products and lycopene in the prevention of prostate cancer: a meta-analysis of observational studies. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2004; 13(3): 340-5
  • Gezondheidsraad.Wet bevolkingsonderzoek: erfelijke prostaatkanker. Den Haag: Gezondheidsraad, 2001i; 2001/01WBO.
  • Giovannucci E, Liu Y, Stampfer MJ, Willett WC.A prospective study of calcium intake and incident and fatal prostate cancer. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2006; 15(2): 203-10
  • Giovannucci E.A review of epidemiologic studies of tomatoes, lycopene, and prostate cancer. Exp Biol Med 2002a; 227: 852-9.
  • Heinonen OP, Albanes D, Virtamo J, Taylor PR, Huttunen JK, Hartman AM, Haapakoski J, Malila N, Rautalahti M, Ripatti S, Maenpaa H, Teerenhovi L, Koss L, Virolainen M, Edwards BK.Prostate cancer and supplementation with alpha-tocopherol and beta-carotene: incidence and mortality in a controlled trial. J Natl Cancer Inst 1998; 90(6): 440-6
  • Ilic D, Forbes KM, Hassed C.Lycopene for the prevention of prostate cancer. Cochrane Database Syst Rev 2011; 11: CD008007
  • Kavanaugh CJ, Trumbo PR, Ellwood KC.The U.S. Food and Drug Administration's evidence-based review for qualified health claims: tomatoes, lycopene, and cancer. J Natl Cancer Inst, 2007; 99(14): 1074-1085.
  • Kenfield SA, Stampfer MJ, Chan JM, Giovannucci E.Smoking and prostate cancer survival and recurrence. JAMA 2011; 305(24): 2548-55
  • Kiemeney LALM, Witjes JA, Hendrikx AJM, Kil PJM, Vasen HFA.Erfelijk prostaatcarcinoom. Ned Tijdschr Geneeskd 1996; 140: 1068-72.
  • Klein EA, Thompson IM Jr, Tangen CM, Crowley JJ, Lucia MS, Goodman PJ, Minasian LM, Ford LG, Parnes HL, Gaziano JM, Karp DD, Lieber MM, Walther PJ, Klotz L, Parsons JK, Chin JL, Darke AK, Lippman SM, Goodman GE, Meyskens FL Jr, Baker LH.Vitamin E and the risk of prostate cancer: the Selenium and Vitamin E Cancer Prevention Trial (SELECT). JAMA 2011; 306(14): 1549-56
  • Koh KA, Sesso HD, Paffenbarger RS Jr, Lee IM.Dairy products, calcium and prostate cancer risk. Br J Cancer 2006; 95(11): 1582-5
  • Lesko SM, Rosenberg L, Shapiro S.Family history and prostate cancer risk. Am J Epidemiol 1996; 144: 1041-7.
  • Lippman SM, Klein EA, Goodman PJ, Lucia MS, Thompson IM, Ford LG, Parnes HL, Minasian LM, Gaziano JM, Hartline JA, Parsons JK, Bearden JD 3rd, Crawford ED, Goodman GE, Claudio J, Winquist E, Cook ED, Karp DD, Walther P, Lieber MM, Kristal AR, Darke AK, ArEffect of selenium and vitamin E on risk of prostate cancer and other cancers: the Selenium and Vitamin E Cancer Prevention Trial (SELECT). JAMA 2009; 301(1): 39-51
  • Mitrou PN, Albanes D, Weinstein SJ, Pietinen P, Taylor PR, Virtamo J, Leitzmann MF.A prospective study of dietary calcium, dairy products and prostate cancer risk (Finland). Int J Cancer 2007; 120(11): 2466-73
  • Monroe KR, Yu MC, Kolonel LN, et al.Evidence of an X-linked or recessive genetic component to prostate cancer risk. Nature Med 1995; 1: 827-829.
  • Narod SA.The Impact of family history on early detection of prostate cancer. Nature Med 1995; 1: 99-101.
  • Nelson WG, Haffner MC, Yegnasubramanian S.Beefing up prostate cancer therapy with performance-enhancing (anti-) steroids. Cancer Cell 2011; 20(1): 7-9
  • Optenberg SA, Thompson IM, Friedrichs P, Wojcik B, Stein CR, Kramer B.Race, treatment, and long-term survival from prostate cancer in an equal-access medical care delivery system. JAMA 1995; 274(20): 1599-605
  • Rodriguez C, McCullough ML, Mondul AM, Jacobs EJ, Fakhrabadi-Shokoohi D, Giovannucci EL, Thun MJ, Calle EE.Calcium, dairy products, and risk of prostate cancer in a prospective cohort of United States men. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2003; 12(7): 597-603
  • Rossum CTM van, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EJM, Ocke MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. RIVM-rapport nr. 350050006. Bilthoven,2011.
  • Schuurman AG, van den Brandt PA, Dorant E, Goldbohm RA.Animal products, calcium and protein and prostate cancer risk in The Netherlands Cohort Study. Br J Cancer 1999; 80(7): 1107-13
  • WCRF/AICR, World Cancer Research Fund & American Institute for Cancer Research.Food, nutrition, physical activity and the prevention of cancer: a global perspective. Washington, 2007; Second expert report.
  • Whittemore AS, Wu AH, Kolonel LN, et al.Family history and prostate cancer risk black, white and asian men in the United States and Canada. Am J Epidemiol 1995b; 141: 732-740.
  • Zu K, Giovannucci E.Smoking and aggressive prostate cancer: a review of the epidemiologic evidence. Cancer Causes Control 2009; 20(10): 1799-810

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

GWAS
Genome Wide Association Studie
Een type studie waarin 500.000 of meer genetische variaties verspreid over het gehele genoom tegelijkertijd worden geanalyseerd in het DNA van grote aantallen (meer dan 1.000) monsters afkomstig van gezonde personen en mensen met een bepaalde ziekte.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.