Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Prostaatkanker
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Prostaatkanker: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?

Diagnostiek Behandeling

Diagnostiek

Bepaling van Prostaat Specifiek Antigeen meest gebruikt

De meest gebruikte methode om prostaatkanker vroeg op te sporen is de bepaling van Prostaat Specifiek Antigeen (PSA) in het bloed. PSA is een eiwit dat door de prostaat wordt aangemaakt en onder normale omstandigheden in kleine hoeveelheden (microgrammen per liter) in het bloed terecht komt. Bij zowel goedaardige als kwaadaardige afwijkingen van de prostaat stijgt het gehalte PSA in het bloed.

Nieuwe biologische markers kunnen vroegdiagostiek verbeteren

Veel prostaatkankergevallen worden niet gevonden met de PSA-test. Anderzijds krijgen veel mannen op basis van de uitkomst van de PSA-test te horen dat ze waarschijnlijk kanker hebben, terwijl dit niet het geval is (Tuma, 2010). Gezocht wordt naar meer specifieke (combinaties van) biologische markers in bloed en/of urine om de aan- of afwezigheid van prostaatkanker aan te tonen (Schenk-Braat & Bangma, 2006; Sardana et al., 2008; Ploussard & De la Taille, 2010). Het gaat hierbij om DNA-markers, RNA-markers en eiwitmarkers. De zogenaamde PCA3-test is een goed voorbeeld van een RNA-marker in de urine. De test kan aanvullend bij mannen met een verhoogd PSA-gehalte worden uitgevoerd, om na te gaan of zij inderdaad een prostaatbiopsie moeten ondergaan (Hessels & Schalken, 2009). De waarde van de PCA3-test als eerste stap in de vroege opsporing van prostaatkanker wordt onderzocht (Roobol et al., 2010). Een combinatie van vier verschillende RNA-markers (een zogenaamd RNA-expressie-profiel) is eveneens veelbelovend (Ding et al., 2011).

Een andere mogelijke verbetering van de diagnostiek is het vaststellen van een meer op het individu toegesneden grenswaarde van het PSA-gehalte in serum. Hierbij kan gebruikgemaakt worden van (verschillen in) genetische varianten/SNP’s in genen die betrokken zijn bij het PSA-metabolisme (Witte, 2010).

Prostaatkanker steeds eerder op te sporen

Wereldwijd is een trend zichtbaar naar eerdere opsporing van prostaatkanker. Deze trend is het gevolg van de mogelijkheid om in een fase waarin mannen nog geen symptomen ervaren, eventuele aanwezige prostaatkanker op te sporen door een PSA-bepaling, een PCA3-test en/of door het nemen van biopten bij echografisch onderzoek.

Naar boven


Behandeling

Behandeling hangt af van stadium ziekte en conditie patiënt

Welke behandeling het meest geschikt is, hangt sterk af van het stadium van de ziekte en van de fysieke conditie en leeftijd van de patiënt. De meest toegepaste behandelingen van prostaatkanker zijn:

  • operatie (chirurgie)
  • bestraling (radiotherapie)
  • hormonale therapie

In een vroeg ziektestadium is behandeling gericht op genezing

Bij patiënten met prostaatkanker in een vroeg stadium is de behandeling gericht op genezing. Daarbij is het van belang dat de tumor beperkt is tot de prostaat en dat er geen uitzaaiingen zijn ontdekt. Als de tumor is doorgegroeid naar omliggend weefsel of is uitgezaaid, is de behandeling gericht op het verlichten van de klachten (palliatieve behandeling).

Lokale prostaatkanker behandeld met 'High-Intensity Focused Ultrasound'

Een behandelmethode bij lokale prostaatkanker (TNM-stadium I en II) die in Nederland al op diverse plaatsen wordt toegepast is 'High-Intensity Focused Ultrasound' (HIFU). Hierbij worden hoog energetische geluidsgolven opgewekt door een via de anus ingebrachte echokop. Met deze geluidsgolven kan lokaal prostaatweefsel worden vernietigd (Chaussy et al., 2005; Crouzet et al., 2010). De behandeling kan poliklinisch of tijdens een korte ziekenhuisopname worden verricht.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Chaussy C, Thuroff S, Rebillard X, Gelet A.Technology insight: High-intensity focused ultrasound for urologic cancers. Nat.Clin.Pract.Urol., 2005; 2(4): 191-198.
  • Crouzet S, Rebillard X, Chevallier D, Rischmann P, Pasticier G, Garcia G, Rouviere O, Chapelon JY, Gelet A.Multicentric oncologic outcomes of high-intensity focused ultrasound for localized prostate cancer in 803 patients. Eur Urol 2010; 58(4): 559-66
  • Ding Z, Wu CJ, Chu GC, Xiao Y, Ho D, Zhang J, Perry SR, Labrot ES, Wu X, Lis R, Hoshida Y, Hiller D, Hu B, Jiang S, Zheng H, Stegh AH, Scott KL, Signoretti S, Bardeesy N, Wang YA, Hill DE, Golub TR, Stampfer MJ, Wong WH, Loda M, Mucci L, Chin L, DePinho RSMAD4-dependent barrier constrains prostate cancer growth and metastatic progression. Nature 2011; 470(7333): 269-73
  • Hessels D, Schalken JA.The use of PCA3 in the diagnosis of prostate cancer. Nat Rev Urol., 2009; 6(5): 255-61.
  • Ploussard G, De la Taille A.Urine biomarkers in prostate cancer. Nat Rev Urol., 2010; 7(2): 101-9.
  • Roobol MJ, Schröder FH, Leeuwen P, Wolters T, Bergh RC van den, Leenders GJ van, et al.Performance of the prostate cancer antigen 3 (PCA3) gene and prostate-specific antigen in prescreened men: exploring the value of PCA3 for a first-line diagnostic test. Eur Urol., 2010; 58(4): 475-81.
  • Sardana G, Dowell B, Diamandis EP.Emerging biomarkers for the diagnosis and prognosis of prostate cancer. Clin Chem, 2008; 54(12): 1951-60.
  • Schenk-Braat EA, Bangma CH.The search for better markers for prostate cancer than prostate-specific antigen. Ned Tijdschr Geneeskd., 2006; 150(23): 1286-90.
  • Tuma RS.New tests for prostate cancer may be nearing the clinic. J Natl Cancer Inst 2010; 102(11): 752-4
  • Witte JS.Personalized prostate cancer screening: improving PSA tests with genomic information. Sci Transl Med 2010; 2(62): 62ps55

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DNA
Desoxyribo nucleic acid
Desoxyribonucleïnezuur. De drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen.
PSA
Prostaat specifiek antigeen
RNA
Ribo nucleic acid
Ribonucleïnezuur.
SNP
Single nucleotide polymorphism
TNM
Tumor, Node, Metastase
Anatomische classificatie van tumoren, gebaseerd op de grootte van de primaire tumor, de aanwezigheid van aangedane lymfknopen en de aanwezigheid van eventuele metastasen. De classificatie is ontwikkeld door de International Union Against Cancer (UICC).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.