Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Prostaatkanker
Preventie en zorg

Prostaatkanker: Hoe zijn preventie en zorg georganiseerd?

Primaire preventie van prostaatkanker vrijwel niet mogelijk

Primaire preventie richt zich op risicofactoren van ziekten. De belangrijkste risicofactoren voor prostaatkanker zijn leeftijd en erfelijkheid. Omdat deze factoren niet te beïnvloeden zijn, kan met primaire preventie geen winst behaald worden. De rol van voeding bij het ontstaan van prostaatkanker is nog onduidelijk (zie ook: object_document_1Welke factoren beïnvloeden de kans op prostaatkanker?). Ook is er onduidelijkheid over het effect van medicijnen die enzymen betrokken bij de aanmaak van mannelijke hormonen remmen (Walsh, 2010). Deze medicijnen verlagen weliswaar de incidentie van prostaatkanker, maar ze verhogen de kans op agressievere vormen van prostaatkanker (Thompson et al., 2003b; Andriole et al., 2010).

In Nederland geen bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker

Screening (secundaire preventie) van prostaatkanker heeft als doel om prostaatkanker in een vroeg stadium op te sporen, nog voordat mannen klachten hebben. De ziekte kan zo in een eerder stadium worden behandeld en de kans op genezing en overleving neemt hiermee mogelijk toe. Er is in Nederland geen landelijk bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker (zie ook: object_document_1Bereik en effecten van preventieve interventies).

Vroege opsporing vooral bij oudere en erfelijk belaste mannen

Prostaatkanker is een ziekte die vooral voorkomt bij mannen ouder dan zestig jaar. Vroege opsporing richt zich daarom vooral op deze doelgroep en op mannen bij wie prostaatkanker voorkomt in de familie.

Prostaatwijzer ter vergroting van inzicht in risico

Het Erasmus MC heeft een zogenaamde risicowijzer ontwikkeld (urlwww.prostaatwijzer.nl), waarmee mannen in de leeftijdsgroep 55-74 jaar zelf hun kans op prostaatkanker kunnen bepalen (Bangma, 2006). Het doel hiervan is om mannen inzicht te geven in het risico dat ze lopen op prostaatkanker en niet zozeer om screening aan te moedigen.

Huisartsen en urologen onderzoeken patiënten met klachten

De belangrijkste zorgaanbieders bij patiënten met prostaatkanker zijn de huisarts en de uroloog. Wanneer een man de huisarts bezoekt vanwege problemen met plassen (bijvoorbeeld pijn of een zwakkere straal), handelt de huisarts volgens de NHG-standaard (NHG, 2004). De huisarts zal een rectaal onderzoek uitvoeren naar mogelijke prostaatvergroting. Problemen met plassen zijn op zichzelf geen indicatie voor prostaatkanker. Indien bij een rectaal onderzoek het vermoeden bestaat van prostaatkanker, vraagt de huisarts een bloedonderzoek (PSA-bepaling) aan en stuurt de patiënt door naar een uroloog voor verdere diagnostiek. Een PSA-bepaling bij een persoon zonder klachten raadt de NHG niet aan. Indien een persoon nader onderzoek wenst, zal de huisarts een rectaal toucher verrichten en een PSA-bepaling aanvragen.

Diverse factoren bepalen wie de zorg voor de patiënt verleent

Welke hulpverlener de zorg aan de patiënt verleent, is afhankelijk van het stadium van de ziekte, aanwezigheid van lichamelijke klachten, de inschatting van de levensverwachting van de patiënt door de arts en de wensen van de patiënt. De huisarts kan de patiënt zelf onder controle houden (bijvoorbeeld bij een kleine tumor of wanneer behandeling niet direct noodzakelijk is), óf de huisarts verwijst de patiënt door naar de uroloog in het ziekenhuis (wanneer curatieve behandeling nog mogelijk is). De huisarts en de uroloog voeren de (na-)controles uit en geven een eventuele hormoonbehandeling. Indien de PSA-waarde van de patiënt stijgt, kan de uroloog in overleg met de huisarts de zorg volledig overnemen (Witjes, 2002).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Andriole GL, Bostwick DG, Brawley OW, Gomella LG, Marberger M, Montorsi F, et al.Effect of dutasteride on the risk of prostate cancer. N Engl J Med., 2010; 362(13): 1192-202.
  • Bangma CH, et al.Bangma CH. Ned Tijdschr Urologie, 2006; 5(5): 148-51.
  • NHG, Nederlands Huisartsen Genootschap.Bemoeilijkte mictie bij oudere mannen: M42. NHG-standaarden. Utrecht: NHG, 2004.
  • Thompson IM, Goodman PJ, Tangen CM, Lucia MS, Miller GJ, Ford LG, et al.The influence of finasteride on the development of prostate cancer. N Engl J Med., 2003b; 349(3): 215-24.
  • Walsh PC.Chemoprevention of prostate cancer. N Engl J Med., 2010; 362(13): 1237-8.
  • Witjes JA.Richtlijnen voor controle bij patiënten met prostaatcarcinoom. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2002; 146(8): 360-362.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

NHG
Nederlands huisartsengenootschap
URL: http://www.nhg.org
PSA
Prostaat specifiek antigeen
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.