Curatieve behandelingen
Chirurgische behandeling leidt niet vaak tot volledige genezing
Operatieve verwijdering van een maagtumor is in principe de enige behandeling die uitzicht biedt op genezing en langdurige overleving. Afhankelijk van de tumorlokalisatie en –grootte wordt een deel van de maag of de gehele maag verwijderd (maagresectie) tesamen met lokale lymfeklieren. In sommige gevallen is het geindiceerd om bij doorgroei van de tumor andere omringende organen (milt, alvleesklier) ook te verwijderen.
De ingreep gaat gepaard met een ziekenhuissterfte van ongeveer 4-10% (). Bovendien krijgt ongeveer 35% tijdens de ziekenhuisopname (van gemiddeld 2 weken) complicaties die samenhangen met de operatie. De 5-jaarsoverleving na deze, in opzet curatieve, behandeling is circa 30-45%. Stadium-specifieke overlevingspercentages zijn de volgende: Stadium I 60-80%, stadium II: 40%, stadium III: 15-20%, stadium IV: 5-10%.
De ziekte keert vaak terug in het geopereerde gebied of in andere organen (lever, buikvlies). De overleving na operatie is sterk afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, de algehele conditie en bijkomende ziekten.
Chemo-radiotherapie na curatieve operatie
Aanvullende chemotherapie na een operatie waarbij geen tumorresten zijn achtergebleven geeft geen verlenging van de overleving. Dit wordt daarom niet aanbevolen (). Het nut van post-operatieve radiotherapie is ook niet bewezen. Recent verschenen echter de resultaten van een onderzoek naar de waarde van post-operatieve chemotherapie in combinatie met radiotherapie. Uit de studie bleek dat post-operatieve chemo-radiotherapie overwogen moet worden, met name bij patiënten met een verhoogd risico voor terugkeer van de ziekte (). Echter, de toxiciteit van de behandeling is aanzienlijk. Ook de kwaliteit van deze studie staat ter discussie. Het is vooralsnog in Nederland geen standaard behandeling.
Endoscopische behandelingen
Als de tumor beperkt is gebleven tot de oppervlakkige maagwand is een lokale behandeling/verwijdering van de tumor te overwegen; zeker bij patiënten die een hoog operatierisico hebben. Dit kan via endoscopische behandelingen (fotodynamische therapie, endoscopische mucosaresectie of ablatie). Deze in opzet curatieve behandelingen worden echter vooralsnog voornamelijk in studieverband toegepast.
Palliatieve behandelingen
Palliatieve behandeling door maagverwijdering
Als de tumor niet meer lokaal te verwijderen is, dan is de behandeling gericht op het verminderen van (te verwachten) klachten (palliatie). Vaak blijkt pas tijdens een in opzet curatieve operatie dat de tumor toch niet geheel verwijderd kan worden. Bij iedere patiënt die chirurgisch niet te genezen is, maar geen uitgebreide uitzaaiingen heeft (uitzaaiingen beperkt tot of lever, of buikvlies of lymfeklieren), dient een palliatieve maagverwijdering (maagresectie) overwogen te worden en kan dit zelfs leiden tot een langere overleving (;). Hoewel de overleving slechts 8-11 maanden is, kan de maagresectie symptomen van bloeding, pijn of obstructie verlichten of wegnemen. Als er echt geen resectie meer mogelijk is, dan is een bypass (=omleiding) rond de tumor een optie.
Palliatieve behandeling door radiotherapie en/of chemotherapie
Als er sprake is van een niet (geheel) te verwijderen tumor kan radiotherapie worden overwogen. Eventueel in combinatie met chemotherapie kan dit een verlenging van de overleving geven (). Ook bij ernstige bloedingen uit tumoren kan radiotherapie worden toegepast (). Het effect van chemotherapie bij patiënten met maagkanker in een vergevorderd stadium is slechts gering maar wel significant (). Soms geeft het verlenging van de levensduur en/of een verbetering van de kwaliteit van leven (). Daarom moet bij niet te genezen patiënten chemotherapie zeker overwogen worden. Op de huidige chemotherapeutica reageert 20 tot 40% van de patiënten. De overleving is hierbij tussen de 6 en 12 maanden (). Er is een studie verricht naar de kwaliteit van leven van patienten met chemotherapie voor inoperabel maagkanker versus “best supportive care”. De kwaliteit van leven scores waren significant hoger in de chemotherapie groep. Dit gold voor ca. 50% van de patienten ()
Bij patienten met een niet te verwijderen (irresectabel) carcinoom die een goede respons vertonen op chemotherapie dient alsnog een eventuele resectie te worden overwogen. Bij irresectabele maagtumoren die zich bevinden in de proximale maag en passageklachten geven, is endoscopische plaatsing van een stent te overwegen.
Tabel 2.Overzicht van mogelijkheden voor behandeling.
|
Operatieve verwijdering van de maagtumor
|
+
|
Genezing
|
|
Fotodynamische therapie of endoscopische mucosaresectie
|
Deels experimenteel
|
Genezing bij oppervlakkige tumoren
|
|
Palliatieve operatie: zo klein mogelijke ingreep, bijvoorbeeld verwijdering van primaire tumor en het maken van een overloopje om voedselpassageproblemen te verminderen.
|
+
|
Verlichting van klachten
|
|
Chemotherapie
|
+
|
Verlichting van klachten en mogelijk (minimale) verlenging van leven
|
|
Chemotherapie voorafgaand aan operatie
|
Experimenteel
|
Om overlevingskansen te vergroten
|
|
Radiotherapie
|
+
|
Verlichten van klachten, behandelen bloeding uit tumor
|
|
Endoscopische palliatie: buis/stent of laserbehandeling
|
+
|
Waarborgen voedselpassage, behandelen bloeding uit tumor
|
Endoscopische technieken verbeterd
De endoscopische technieken zijn verbeterd, met name door het beschikbaar komen van de echo-endoscopie gecombineerd met een biopt afname. Hierdoor kan de uitgebreidheid van de ziekte (stagering) beter worden beoordeeld. Vooral bij maagkanker in een vroeg stadium is nu een betere selectie mogelijk van patiënten die in aanmerking komen voor nieuwe niet-chirurgische maar in opzet curatieve behandelingsvormen (zoals endoscopische mucosa-resectie en/of fotodynamische therapie). Deze ontwikkeling heeft geen directe betekenis voor de incidentie en sterfte van maagkanker. In de nabije toekomst worden geen verdere technologische vernieuwingen in de diagnostiek van maagkanker verwacht.
Behandeling van maagkanker is niet verbeterd
Onderzoek naar de waarde van uitgebreidere en meer radicale chirurgie en adjuvante chemotherapie hebben geen verbetering op de overleving aangetoond. Ook de palliatieve behandeling van het lokaal inoperabele of uitgezaaid maagcarcinoom is de laatste jaren niet verbeterd. De prognose van patiënten met maagkanker zal hierdoor voorlopig matig tot slecht blijven .
Ontwikkelingen in behandeling moeilijk voorspelbaar
Het zal in de periode tot 2015 waarschijnlijk mogelijk worden om personen die geïnfecteerd zijn met Heliobacter pylori vroeg op te sporen. Mogelijk komt er ook een vaccin beschikbaar. De incidentie en sterfte aan maagkanker zou hierdoor kunnen afnemen (zie Welke factoren beïnvloeden de kans op maagkanker?). Omdat de effectiviteit van behandeling van maagkanker met de huidige chemotherapieschema’s tegenvalt (tijdelijke verbetering in 35% van de gevallen), gaat onderzoek naar nieuwe middelen en nieuwe combinaties van chemotherapeutica gewoon door. Er zijn reeds enkele fase II studies gepubliceerd die een veelbelovend effect van nieuwe chemotherapeutica voor maagkanker hebben beschreven (). Hogere responspercentages (tot 50%) zijn beschreven voor deze nieuwe chemotherapeutica die aangrijpen op onder andere groeifactorreceptoren, vaatnieuwvorming (angiogenese) en geprogrammeerde celdood (apoptose). Wellicht dat het geven van chemotherapie voorafgaand aan een operatie een grotere kans op genezing en een langere overleving kan geven.