Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Longkanker
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op longkanker?

Leefstijl en voeding Omgeving Genetische factoren

Leefstijl en voeding

Gebruik tabak veruit de belangrijkste determinant van longkanker

In ruim 85% van alle gevallen is longkanker het gevolg van het gebruik van tabak, met name sigaretten (Williams & Sandler, 2001). Niet alleen voor rokers is er een verhoogd risico van longkanker, ook niet-rokers die veel in rokerige ruimten vertoeven (passief roken) hebben een verhoogd risico.

Tabaksrook bevat groot aantal kankerverwekkende stoffen

Rokers van sigaretten inhaleren allemaal meer of minder van de rook. Het kankerverwekkende effect van tabaksrook is toe te schrijven aan een zeer groot aantal (ruim veertig) kankerverwekkende stoffen in de tabaksrook en het condensaat (teer). Langdurige inwerking van deze stoffen kan genetische veranderingen in het slijmvlies van de luchtwegen teweegbrengen. Bij het roken van filtersigaretten en sigaretten met een lager teer- en nicotinegehalte lijkt het risico op longkanker anders te zijn dan bij ‘normale’ sigaretten. De veranderde compositie van de rook van filtersigaretten leidt tot het ontstaan van andere types, maar even dodelijke longkankers. Rokers van sigaretten met een laag teer- en nicotinegehalte inhaleren extra diep om de nicotine(satisfactie) binnen te halen en hebben daardoor een niet of nauwelijks verlaagd risico op longkanker in vergelijking tot de rokers van 'normale' sigaretten (Willemsen, 2005b).

Sterke dosis-responsrelatie tussen roken en longkanker

Er is een sterke dosis-responsrelatie tussen het aantal sigaretten dat iemand per dag rookt en het risico op longkanker. Ook het aantal jaren dat iemand rookt is van invloed op het risico (Tyczynski et al., 2003). Ten slotte is de leeftijd waarop iemand met roken begint bepalend voor het risico op longkanker. Rokers die voor hun vijftiende levensjaar met roken zijn begonnen hebben een twintig maal hoger risico op het krijgen van longkanker dan zij die vanaf hun twintigste levensjaar zijn begonnen met roken (Peto et al., 2000).

Passief roken verhoogt kans op longkanker met 20%

Er is veel epidemiologisch onderzoek gedaan naar de invloed van langdurige blootstelling aan omgevingsrook (passief roken) op het longkankerrisico van niet-rokers. Inmiddels is er voldoende wetenschappelijk bewijs voor de kankerverwekkende effecten van omgevingstabaksrook. Door passief roken neemt het risico op longkanker met ongeveer 20% toe ten opzichte van mensen die niet aan tabaksrook worden blootgesteld (Gezondheidsraad, 2003c; Knol et al., 2005).

Longkanker bij niet-rokers is andere ziekte

Longkanker bij mensen die niet of nooit roken is eigenlijk een andere ziekte dan longkanker die het gevolg is van roken. Er zijn zowel epidemiologische, klinische, moleculaire als histopathologische verschillen tussen aan roken gerelateerde longkanker en longkanker die niet aan roken is gerelateerd. De vaststelling dat ruim 80% van de vrouwen met longkanker in Zuid-Azië nooit heeft gerookt duidt erop dat een meerderheid van deze vrouwen lijdt aan een andere soort, niet aan roken gerelateerde longkanker (Sun et al., 2007).

Rol voeding onduidelijk

De precieze invloed van voeding op het ontstaan van longkanker is niet duidelijk. Mogelijk heeft het eten van fruit een beschermende werking. Het is echter nog onbekend welke voedingsfactoren hiervoor precies verantwoordelijk zijn. Beta-caroteen in voeding (onder andere aanwezig in wortel, mandarijn, sinaasappel en abrikoos) geeft mogelijk een minimale bescherming tegen longkanker. Hoge doseringen beta-caroteen in voedingssupplementen verhogen daarentegen het risico van longkanker (WCRF/AICR, 2007).

Naar boven


Omgeving

Asbest meest risicovolle stof uit de arbeidsomgeving

Bij ongeveer 10% van alle gevallen van longkanker spelen beroepsfactoren een rol, zoals blootstelling aan asbest (scheepswerven en bouwisolatie), gechloreerde koolwaterstoffen, arseen, nikkel, cadmium en chroom (metaalindustrie, schilders). Asbest is van deze stoffen de meest schadelijke. Asbestblootstelling verhoogt het risico op longkanker voor zowel rokers als niet-rokers. Roken versterkt het effect van asbestblootstelling op het ontstaan van longkanker (Gezondheidsraad, 2005c; Gezondheidsraad, 2010).

Voor meer informatie, zie ook het onderwerp Icoon interne verwijzing naar onderwerpBeroepszieken.

Inademing van radongas kan leiden tot longkanker

Inademing van het radongas en de vervalproducten daarvan kan het longweefsel beschadigen. Op termijn kan hierdoor longkanker ontstaan. Radon ontstaat uit radium, een vervalproduct van uranium. Het gas komt voor in uraniumrijke bodems, zoals de kleigronden in het noorden van Nederland en lössgronden in Limburg. Radon dringt via kruipruimten en spleten in de fundering en tussenmuren de huizen binnen. In geringere mate komt radongas vrij uit bouwmaterialen en kunstmest. Voor de blootstelling aan radongas is vooral de belasting binnenshuis van belang. Blootstelling aan radon leidt tot naar schatting 800 extra gevallen van longkanker per jaar (Gezondheidsraad, 2000b). Vooral rokers lopen een risico, omdat roken het effect van radon versterkt (zie ook Icoon interne verwijzing naar onderwerpBinnenmilieu).

Naar boven


Genetische factoren

Genetische veranderingen in vroeg stadium aantoonbaar

Los van de oorzaak van de tumor worden in de loop van de overgang van de gewone longcel naar kankercel genetische veranderingen (mutaties) aangetroffen. Deze worden zowel in oncogenen (ondermeer KRAS, EGFR, BRAF en PIK3CA) als in tumorsuppressorgenen (ondermeer TP53, RB, PTEN) aangetroffen. Naarmate de longcel meer ontregelt raakt, worden er meer mutaties in genen aangetroffen. Het is niet bekend hoeveel en welke genen er allemaal bij het ontstaan van longkanker betrokken zijn (Hecht, 1999; Niklinski et al., 2001; Sánchez-Céspedes, 2009). Enkele van de bij longkanker aangetroffen mutaties spelen een rol in de behandeling van longkanker (zie: Icoon interne verwijzing naar onderwerpInterne link naar documentWat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?).

Ongeveer 5% van alle longkanker zit in de familie

In ongeveer 5% van de gevallen is longkanker familiair bepaald. Familiestudies naar de genetische achtergrond hebben geleid tot het identificeren van één gen (RGS17) die in verband staat met een verhoogd risico van longkanker (You et al., 2009).

GWAS-studies hebben geleid tot het aanwijzen van vier loci (15p, 15q, 13q en 6p) die geassocieerd zijn met een verhoogd risico op longkanker (Gazdar & Boffetta, 2010; Chanock & Hunter, 2008).

Genetische verschillen in gevoeligheid voor effecten tabaksrook

Slechts een minderheid van de zware rokers ontwikkelt uiteindelijk longkanker. Het ligt voor de hand dat genetische verschillen in de gevoeligheid voor tabaksrook een rol spelen bij het al dan niet ontstaan van longkanker bij rokers. In de GWAS-studies zijn associaties aangetoond die onafhankelijk zijn van het feit of iemand rookt of niet. Daarnaast zijn associaties aangetoond die uitsluitend betrekking hebben op rokers of niet-rokers. Hiermee worden zowel de genetica van het ontstaan van longkanker als de interactie met tabaksrook meer en meer opgehelderd.

Aanleg voor nicotineverslaving genetisch bepaald

Niet alleen het risico op het krijgen van longkanker is deels genetisch bepaald, ook de aanleg om verslaafd te raken aan nicotine lijkt genetisch te zijn bepaald. Hiermee is dus ook de kans om blootgesteld te worden aan de kankerverwekkende stoffen in tabaksrook deels genetisch bepaald.

Voor meer informatie, zie ook Interne link naar documentOorzaken van roken.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Chanock SJ, Hunter DJ.Genomics: when the smoke clears. Nature, 2008; 452(7187): 537-8.
  • Gazdar AF, Boffetta P.A risky business - identifying susceptibility loci for lung cancer. J Natl Cancer Inst, 2010; 102(13): 920-3.
  • Gezondheidsraad, Gezondheidsraad. Asbest: Risico’s van milieu- en be­roeps­ma­ti­ge bloot­stel­ling. Den Haag: Gezondheidsraad,2010.
  • Gezondheidsraad.Radon: toetsing rapport. Den Haag: Gezondheidsraad, 2000b; 05.
  • Gezondheidsraad. Volksgezondheidsschade door passief roken. Den Haag: Gezondheidsraad,2003c; 21.
  • Gezondheidsraad.Protocollen asbestziekten: longkanker. Den Haag: Gezondheidsraad, 2005c; 09.
  • Hecht SS.Tobacco smoke carcinogens and lung cancer. J Natl Cancer Inst 1999; 91: 1194-210.
  • Knol K, Hilvering C, Wagener DJT, Willemsen MC (red.).Tabaksgebruik: gevolgen en bestrijding. Utrecht: Lemma BV, 2005.
  • Niklinski J, Niklinska W, Chyczewski L, Becker HD, Pluygers E.Molecular genetic abnormalities in premalignant lung lesions: biological and clinical implications. Eur J Cancer Prev 2001; 10: 213-26.
  • Peto R, Darby S, Deo H, Silcocks P, Whitley E, Doll R.Smoking, smoking cessation, and lung cancer in the UK since 1950: combination of national statistics with two case-control studies. BMJ 2000; 321: 323-9.
  • Sánchez-Céspedes M.Lung cancer biology: a genetic and genomic perspective. Clin Transl Oncol, 2009; 11(5): 263-269.
  • Sun S, Schiller JH, Gazdar AF.Lung cancer in never smokers - a different disease. Narture Reviews, 2007; 7(10): 778-790.
  • Tyczynski JE, Bray F, Parkin DM.Lung cancer in Europe in 2000: epidemiology, prevention, and early detection. Lancet Oncol 2003; 4(1): 45-55
  • WCRF/AICR, World Cancer Research Fund & American Institute for Cancer Research.Food, nutrition, physical activity and the prevention of cancer: a global perspective. Washington, 2007; Second expert report.
  • Willemsen MC.Verminderen van de schadelijkheid van tabaksgebruik: reële mogelijkheid of utopie? In: Tabaksgebruik: gevolgen en bestrijding. Knol et al. (red.). Utrecht: Lemma BV, 2005b.
  • Williams MD, Sandler AB.The epidemiology of lung cancer. Cancer Treat Res 2001; 105: 31-52.
  • You M, Wang D, Liu P, Vikis H, James M, Lu Y, et al.Fine mapping of chromosome 6q23-25 region in familial lung cancer families reveals RGS17 as a likely candidate gene. Clin Cancer Res, 2009; 15(8): 2666-74.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

GWAS
Genome Wide Association Studie
Een type studie waarin 500.000 of meer genetische variaties verspreid over het gehele genoom tegelijkertijd worden geanalyseerd in het DNA van grote aantallen (meer dan 1.000) monsters afkomstig van gezonde personen en mensen met een bepaalde ziekte.

Definities

Locus
Positie op een chromosoom waarop zich één gen, maar soms ook meerdere genen bevinden.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.