Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Longkanker
Geografische verschillen

Longkanker: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Incidentie Sterfte Overleving

Incidentie

Longankerincidentie Nederlandse vrouwen hoort bij hoogste van Europese Unie

De incidentie van longkanker bij Nederlandse mannen is gemiddeld in vergelijking met de rest van de Europese Unie (EU-27). De incidentie bij Nederlandse vrouwen hoort daarentegen, samen met die bij Deense en Hongaarse vrouwen, tot de hoogste van de EU (zie figuur 1). Voor mannen is de incidentie van longkanker het hoogst in Hongarije. Ten opzichte van de 'oude' EU-15-landen is de incidentie bij mannen in België hoog (Ferlay et al., 2010a).

Incidentie bij Nederlandse mannen daalt sneller dan in andere landen

De longkankerincidentie bij mannen in Nederland is in de jaren negentig gedaald en behoort sindsdien niet langer tot de hoogste in de EU (zie figuur 1). Dit komt enerzijds doordat de incidentie van longkanker onder de in 2004 toegetreden lidstaten hoog is, anderzijds doordat de incidentie onder Nederlandse mannen sneller daalt dan in de meeste andere landen. De incidentie is onder oudere mannen in Nederland nog relatief hoog, maar bij jongere mannen een stuk lager ten opzichte van andere landen. Ook voor België geldt dat de incidentie in de jongere leeftijdscategorieën lager is vergeleken met andere landen dan in de hoogste leeftijdscategorie (GLOBOCAN). Tussen 1985 en 2005 is de incidentie bij mannen in de meeste EU-landen gedaald (GLOBOCAN, 2008).

Stijging incidentie bij vrouwen grootst in Nederland en Denemarken

In tegenstelling tot bij mannen is de incidentie in de meeste Europese landen bij vrouwen in de periode 1985-2005 juist gestegen (GLOBOCAN, 2008). Die stijging is binnen de EU-27 het grootst in Nederland en Denemarken. In alle Europese landen is de incidentie onder vrouwen lager dan bij mannen.

Figuur 1: EU-27 landen met de hoogste en de laagste incidentie van longkanker in 2008,gestandaardiseerd naar de standaardwereldbevolking. Volgorde op basis van mannen en vrouwen samen (Bron: Ferlay et al., 2010a).

EU-27 landen met de hoogste en de laagste incidentie van longkanker in 2008

Verschillen in incidentie te verklaren door rookgedrag

Internationale verschillen in de incidentie van longkanker en verschillen tussen mannen en vrouwen komen voort uit vroegere rookgewoonten. Zo zijn westerse vrouwen later gaan roken dan westerse mannen. Dit betekent dat de incidentie van longkanker bij deze vrouwen de komende decennia mogelijk nog verder zal stijgen. In een aantal westerse landen zal de longkankerincidentie bij mannen jonger dan 75 jaar verder dalen doordat minder mannen zijn gaan roken.

Zie ook:

detailsRoken; zijn er internationale verschillen?

Naar boven


Sterfte

Sterfte aan longkanker in Nederland hoger dan EU-gemiddelde

Zowel voor mannen als voor vrouwen is de sterfte aan longkanker in Nederland hoog vergeleken met het gemiddelde van de EU-27 en EU-15 (zie figuur 2). Hongarije, Polen, Tsjechië en de Baltische staten behoren tot de landen met de hoogste sterfte bij mannen, Zweden en Portugal behoren bij de landen met de laagste sterfte (La Vecchia et al., 2010). Voor vrouwen hebben Denemarken en Hongarije de hoogste sterfte en Portugal, Spanje en de Baltische staten de laagste (La Vecchia et al., 2010).

In Nederland relatief hoge sterfte onder oudere mannen

Vooral in de hogere leeftijdsklassen is de sterfte aan longkanker bij Nederlandse mannen hoog in vergelijking met andere Europese landen. In de leeftijdsklassen 30-44 en 45-59 jaar, neemt Nederland binnen Europa een middenpositie in en is de sterfte relatief hoog in Roemenië, Hongarije en Bulgarije. Van de 'oude' EU-15 landen is de sterfte in deze leeftijdsklassen het hoogst in Frankrijk en Spanje (WHO-MDB, 2010).

Daling sterfte bij Europese mannen, toename bij vrouwen

Sinds eind jaren tachtig daalt de sterfte aan longkanker bij mannen in de meeste Europese landen (zie figuur 3 voor trend in Nederland en gemiddelden van de EU-27 en EU-15). Alleen in Portugal neemt de sterfte door longkanker bij mannen nog toe (Bray et al., 2004a). De sterfte aan longkanker neemt in de meeste EU-landen bij vrouwen juist toe, al zijn de sterftecijfers voor vrouwen overal in Europa nog wel lager dan voor mannen (zie figuur 4) (Bosetti et al., 2005; La Vecchia et al., 2010; Ferlay et al., 2007). De stijging bij vrouwen is het grootst in Denemarken, Hongarije en Nederland, hoewel de trend in Denemarken de laatste jaren lijkt te stabiliseren. Uitzonderingen zijn het Verenigd Koninkrijk en Ierland waar sterftecijfers door longkanker dalen bij jongere vrouwen en stabiliseren bij oudere vrouwen (Bray et al., 2004a). De trends in longkankersterfte volgen, net als bij incidentie, de trends in rookgewoonten.

Longkanker belangrijkste oorzaak kankersterfte bij vrouwen in aantal Europese landen

In Nederland, Denemarken, Zweden, Polen en het Verenigd Koninkrijk is longkanker inmiddels de belangrijkste oorzaak van kankersterfte onder vrouwen geworden (Ferlay et al., 2007). Sinds 2007 sterven er meer Nederlandse vrouwen aan longkanker dan aan borstkanker (CBS, 2008m). In de Verenigde Staten werd al in 1987 de sterfte door borstkanker 'ingehaald' door longkanker als belangrijkste vorm van kankersterfte bij vrouwen (SGR, 2001). Voor Europese mannen is longkanker al heel lang de belangrijkste oorzaak voor sterfte aan kanker, bij Europese vrouwen komt longkanker vooralsnog op de derde plaats. Van alle sterfte aan kanker in Europa is 20% toe te schrijven aan longkanker. Daarmee is longkanker in Europa de belangrijkste oorzaak van sterfte aan kanker, gevolgd door darmkanker (12%) en borstkanker (8%) (Ferlay et al., 2007).

Figuur 2: EU-27 landen met hoogste en laagste sterfte aan longkanker in 2007; gestandaardiseerd naar de Europese bevolking. Volgorde op basis van mannen en vrouwen samen (Bron: Eurostat, 2010).

EU-27 landen met hoogste en laagste sterfte aan longkanker in 2007

Figuur 3: Trend in sterfte aan longkanker bij mannen in de periode 1980-2008 voor Nederland, en voor het gemiddelde van de EU-27 en EU-15. De spreiding van alle EU-landen is weergegeven in grijs (Bron: WHO-HFA, 2010).

Trend in sterfte aan longkanker bij mannen in de periode 1980-2008 voor Nederland, en voor het gemiddelde van de EU-27 en EU-15.

Figuur 4: Trend in sterfte aan longkanker bij vrouwen in de periode 1980-2008 voor Nederland, en voor het gemiddelde van de EU-27 en EU-15. De spreiding van alle EU-landen is weergegeven in grijs (Bron: WHO-HFA, 2010).

Trend in sterfte aan longkanker bij vrouwen in de periode 1980-2008 voor Nederland, en voor het gemiddelde van de EU-27 en EU-15

Naar boven


Overleving

Overleving relatief gunstig in Nederland

Nederland behoort tot de landen met een redelijk gunstige relatieve vijfjaarsoverleving. De verschillen in levensverwachting van longkankerpatiënten in Europa zijn opvallend groot (zie figuur 5, Sant et al., 2009). Een ongebruikelijk hoge overleving voor kankers met een slechte prognose, zoals longkanker, wijst overigens op een incomplete registratie van sterfgevallen in de kankerregistratie. De overleving voor longkanker is ongebruikelijk hoog in Oostenrijk en België (De Angelis et al., 2009).

Figuur 5: Relatieve vijfjaarsoverleving van mensen bij wie de diagnose longkanker werd gesteld in de periode 1995-1999 in een aantal EU-27 landen (Bronnen: EUROCARE-4; Sant et al., 2009).

Relatieve vijfjaarsoverleving van longkanker in een aantal EU-27 landen.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Bosetti C, Levi F, Lucchini F, Negri E, Vecchia CL.Lung cancer mortality in European women: recent trends and perspectives. Ann Oncol., 2005; 16(10): 1597-604.
  • Bray F, Tyczynski JE, Parkin DM.Going up or coming down? The changing phases of the lung cancer epidemic from 1967 to 1999 in the 15 European Union countries . Eur J Cancer, 2004a; 40(1): 96-125.
  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Sterfte door borstkanker neemt verder af. url: http: //www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/gezondheid-welzijn/publicaties/artikelen/archief/2008/2008-2571-wm.htm (geraadpleegd 16 juli 2010). Webmagazine, 2008m.
  • De Angelis R, Francisci S, Baili P, Marchesi F, Roazzi P, Belot A, et al.The EUROCARE-4 database on cancer survival in Europe: data standardisation, quality control and methods of statistical analysis. Eur J Cancer, 2009; 45(6): 909-30.
  • Ferlay J, Autier P, Boniol M, Heanue M, Colombet M, Boyle P.Estimates of the cancer incidence and mortality in Europe in 2006. Ann Oncol 2007; 18(3): 581-592
  • Ferlay J, Shin HR, Bray F, Forman D, Mathers C, Parkin DM.GLOBOCAN 2008, Cancer Incidence and Mortality Worldwide: IARC CancerBase No. 10 [Internet]. url: http: //globocan.iarc.fr. Lyon, France: International Agency for Research on Cancer, 2010a.
  • GLOBOCAN.Lung cancer factsheet url: http: //globocan.iarc.fr/factsheets/cancers/lung.asp. 2008.
  • La Vecchia C, Bosetti C, Lucchini F, Bertuccio P, Negri E, Boyle P, et al.Cancer mortality in Europe, 2000-2004, and an overview of trends since 1975. Ann Oncol, 2010; 21(6): 1323-60.
  • Sant M, Allemani C, Santaquilani M, Knijn A, Marchesi F, Capocaccia R.EUROCARE-4. Survival of cancer patients diagnosed in 1995-1999. Results and commentary. Eur J Cancer, 2009; 45(6): 931-91.
  • SGR, Surgeon General's Report.Women and Smoking: A Report of the Surgeon General - 2001 (Chapter 3). Atlanta: CDC's Office on Smoking and Health, 2001.
  • WHO-MDB.WHO-European Mortality Database .

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU
Europese unie
EU-15
De 15 landen die vóór 1 april 2004 de Europese Unie vormden
België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
EU-27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
Relatieve 5-jaarsoverleving
Relatieve 5-jaarsoverleving
De kans dat iemand vijf jaar na diagnose van een bepaalde ziekte niet aan die ziekte overleden is. Deze kans wordt geschat door deling van de geobserveerde overleving (onafhankelijk van doodsoorzaak) van de patiëntengroep gedeeld door de verwachte overleving van een groep met een zelfde leeftijds- en geslachtsopbouw uit de algemene populatie (op basis van sterftetafels van de algemene bevolking).

Definities

Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.
Standaardisatie
Het vergelijkbaar maken van cijfers (bijvoorbeeld sterftecijfers) die betrekking hebben op verschillende jaren of populaties, door rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld leeftijdsverdeling. Een veel gebruikte methode is zogenaamde 'directe standaardisatie', die de leeftijdsspecifieke cijfers van een populatie (de 'indexpopulatie') toepast op de leeftijdsverdeling van een gekozen 'standaardpopulatie'.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.