Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Longkanker
De ziekte en de determinanten

Wat is longkanker en wat is het beloop?

Indeling en ziektebeeld Beloop

Indeling en ziektebeeld

Longkanker is tumor van luchtpijp, bronchus en/of long

Longkanker is een kwaadaardige (maligne) tumor die ontstaat in het longweefsel. Longkanker omvat zowel tumoren van de luchtpijp als tumoren van bronchus en long. Longkanker is op grond van de volgende classificaties in te delen:

  • classificatie volgens ICD-9 en ICD-10;
  • histologische indeling op basis van verschillende types niet-kleincellige tumoren en het kleincellig longcarcinoom;
  • indeling in ziektestadia (TNM-classificatie).

ICD-classificatie onderscheidt tumor aan luchtpijp en long

De ICD-9- en ICD-10-classificaties maken onderscheid tussen een kwaadaardige tumor (maligne neoplasma) van de luchtpijp (trachea) en een kwaadaardige tumor van bronchus en long (zie tabel 1).

Tabel 1: Onderverdeling van longkanker volgens de ICD-9 en ICD-10.

Indeling longkanker

ICD-9

ICD-10

Longkanker

162

C33-C34

  • maligne neoplasma van trachea

162.0

C33

  • maligne neoplasma van bronchus en long

162.2-C62.9

C34

Histologische indeling onderscheidt kleincellige en niet-kleincellige tumoren

Longtumoren kunnen histologisch globaal onderverdeeld worden in kleincellige tumoren (Small Cell Lung Carcinoma: SCLC) en niet-kleincellige tumoren (Non-Small Cell Lung Carcinoma: NSCLC). Niet-kleincellige tumoren zijn verder onderverdeeld in het plaveiselcelcarcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom. Daarnaast zijn er nog tientallen zeldzame vormen van longkanker. Bij mannen treedt relatief vaker het plaveiselcelcarcinoom op, bij vrouwen vaker het adenocarcinoom. Het plaveiselcelcarcinoom is meestal centraal gelegen in de grote vertakkingen (de bronchi) van de luchtpijp. Het kleincellig carcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom ontstaan veelal in de periferie van de long.

TNM-classificatie deelt in op basis van uitzaaiing

De Tumour-Nodes-Metastases (TNM)-classificatie beschrijft de anatomische uitbreiding van longkanker op een bepaald moment van het ziekteproces. De indeling volgens deze classificatie is gebaseerd op de karakteristieken van de primaire tumor (T), de aanwezigheid van lymfeklieruitzaaiingen (N) en uitzaaiingen (metastasen, M) op afstand (in een ander deel van het lichaam). Zoals voor de meeste tumoren is deze indeling ook gangbaar voor het NSCLC (zie tabel 2). Het SCLC wordt ingedeeld in twee stadia: het beperkte (limited) stadium en het uitgebreide (extended) stadium.

Tabel 2: Stadiumindelinga van longkanker (NSCLC).

Stadium NSCLC

Kenmerk van het stadium

I

kleine tumor zonder uitzaaiingen

II

grotere tumor en/of uitzaaiingen in de lymfeklieren in de long

IIIa

uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de kant van de tumor

IIIb

uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de andere zijde dan de tumor of boven het sleutelbeen (supraclaviculair)

IV

uitzaaiingen in andere organen

a Sterk vereenvoudigde stadiumindeling, afgeleid van de TNM-classificatie.

Longtumoren veroorzaken diverse luchtwegklachten

De symptomen van longkanker zijn afhankelijk van de ligging en de uitgebreidheid van de tumor en niet van het type tumor. Centraal in de long gelegen tumoren geven eerder klachten dan perifere tumoren. Laatstgenoemde tumoren kunnen hierdoor lange tijd onopgemerkt blijven, als ze niet bij toeval op een röntgenfoto worden ontdekt. De eerste klachten waarvoor patiënten de arts consulteren worden soms veroorzaakt door de tumor zelf en soms door de uitzaaiingen. De eerste verschijnselen zijn een verandering van hoestpatroon (hardnekkige prikkelhoest), opgeven van (bloederig) slijm, kortademigheid gepaard gaande met een fluitend geluid (‘wheezing’), (terugkerende) longontsteking en zeurende pijn in de borst.

Behalve luchtwegklachten ook algemene malaise

Vaak treedt bij longkanker een verslechtering op van de algehele conditie, die tot uitdrukking komt in gebrek aan eetlust, gewichtsverlies en onverklaarbare moeheid. Ook worden regelmatig bijzondere verschijnselen beschreven, zoals trommelstokvingers (verdikking van het uiteinde van de vingers) en gewrichtsklachten. Door de tumor geproduceerde stoffen veroorzaken deze verschijnselen.

Naar boven


Beloop

Bij diagnose vaak al uitzaaiingen in lymfeklieren

De meeste patiënten met longkanker hebben bij diagnose al uitzaaiingen (metastasen) in de lymfeklieren. Deze lymfeklieren liggen vooral in de ruimte tussen beide longen (mediastinum). Deze uitzaaiingen veroorzaken meestal geen klachten. Soms ontstaat heesheid of wordt de bovenste holle ader dichtgedrukt. Dit laatste leidt tot stuwing in het bovenlichaam, wat gepaard gaat met vorming van een net van alternatieve bloedafvoerende vaten op borst en bovenbuik (Vena Cava Superior syndroom).

Tumor kan ook uitzaaien via bloedbaan

De tumor kan ook via de bloedbaan naar allerlei organen uitzaaien. Vooral het kleincellig longcarcinoom is vaak ten tijde van het eerste onderzoek al buiten de borstkas uitgezaaid. Uitzaaiingen kunnen op alle plaatsen in het lichaam voorkomen. Het meest frequent zijn uitzaaiingen in botten, lever, bijnieren en hersenen. Deze kunnen leiden tot botpijn en spontane botbreuken, pijn in de bovenbuik, hoofdpijn en neurologische stoornissen.

Minder dan kwart longkanker operabel

Minder dan een kwart van de patiënten met longkanker komt in aanmerking voor een operatie. Bij ongeveer de helft van deze patiënten komt de ziekte na een operatie terug.

Prognose bij longkanker is slecht

De prognose bij longkanker is slecht. Van alle mensen met longkanker overlijdt bijna 85% binnen vijf jaar na het stellen van de diagnose. Deze informatie is gebaseerd op gegevens over de periode 2006-2010 (Bron: IKNL). Voor kleincellige tumoren is de prognose het slechtst. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de delingssnelheid van de betreffende cellen groter is dan bij niet-kleincellige tumoren.

Prognose van longkanker verbeterd

De prognose van longkanker is vooral in de meest recente jaren iets verbeterd. In de periode 1989-2005 bedroeg de relatieve 5-jaarsoverleving voor longkanker ongeveer 12%. In de periode 2006-2010 was de relatieve 5-jaarsoverleving gestegen naar 16% (Bron: IKNL). Voor patiënten met SCLC is de overleving iets verbeterd sinds de introductie van chemotherapie in de twintigste eeuw en preventieve bestraling van de hersenen (om uitzaaiingen in de hersenen tegen te gaan) sinds 2007 (Janssen-Heijnen & Coebergh, 2001; IKZ, 2005; Slotman et al., 2007). Bij patiënten met NSCLC lijken nieuwe behandelingsmethoden, zoals stereotactische bestraling en de ontwikkeling van nieuwe 'precisie' geneesmiddelen te leiden tot een verbetering van de overleving.

Zie ook:

object_document_1Hoe vaak komt longkanker voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • IKZ, Integraal Kankercentrum Zuid.Van meten naar weten; 50 jaar kankerregistratie. Eindhoven: IKZ, 2005.
  • Janssen-Heijnen ML, Coebergh JW.Trends in incidence and prognosis of the histological subtypes of lung cancer in North America, Australia, New Zealand and Europe. Lung Cancer 2001; 31: 123-37.
  • Slotman B, Faivre-Finn C, Kramer G, Rankin E, Snee M, Hatton M, et al.Prophylactic cranial irradiation in extensive small-cell lung cancer. N Engl J Med, 2007; 357(7): 664-72.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD-10
International Classification of Diseases, tenth revision
ICD-9
International Classification of Diseases, ninth revision
IKNL
Integraal Kankercentrum Nederland
Telefoon: 088 – 2346000. Nadere informatie over onze locaties en afdelingen vindt u op: www.iknl.nl .
NSCLC
Non-small cell lung carcinoma
Niet-kleincellig long carcinoom
Relatieve 5-jaarsoverleving
Relatieve 5-jaarsoverleving
De kans dat iemand vijf jaar na diagnose van een bepaalde ziekte niet aan die ziekte overleden is. Deze kans wordt geschat door deling van de geobserveerde overleving (onafhankelijk van doodsoorzaak) van de patiëntengroep gedeeld door de verwachte overleving van een groep met een zelfde leeftijds- en geslachtsopbouw uit de algemene populatie (op basis van sterftetafels van de algemene bevolking).
SCLC
Small cell lung carcinoma
Kleincellig longcarcinoom.
TNM
Tumor, Node, Metastase
Anatomische classificatie van tumoren, gebaseerd op de grootte van de primaire tumor, de aanwezigheid van aangedane lymfknopen en de aanwezigheid van eventuele metastasen. De classificatie is ontwikkeld door de International Union Against Cancer (UICC).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.17, 23 juni 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.