Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Huidkanker
Omvang van het probleem

Welke zorg gebruiken patiënten?

Zorggebruik in ziekenhuizen bij melanoom Zorggebruik in ziekenhuizen bij andere vormen van huidkanker Kosten

Voornamelijk zorg verleend door huis- en huidartsen

Voornamelijk huis- en huidartsen (dermatologen) dragen zorg voor zowel preventie en vroege opsporing van huidkanker als het verdere zorgtraject. Ongeveer 25% van de totale dienstverlening door de dermatoloog bestaat uit preventieve en curatieve huidkankerzorg (KWF, 2004b). Voor de huisarts ligt dit percentage waarschijnlijk op enkele procenten. Verder zijn soms ook plastisch, oncologisch en algemeen chirurgen en keel-, neus- en oorartsen (bij plaveiselcelcarcinoom van de lip) betrokken bij de huidkankerzorg. Daarnaast geven diverse jeugd- en consultatiebureauartsen voorlichting over verantwoorde blootstelling van jonge kinderen aan UV-straling.

Toename in zorgvraag bij huisarts komende jaren

De prognose is dat de vraag naar preventieve huidkankerzorg bij huisartsen toeneemt van drie tot zes consulten per week in 2004 tot twee tot vijf consulten per werkdag in 2015. Dit betekent een verdrievoudiging in de zorgvraag bij de huisarts (KWF, 2004b).

Zorgaanbod blijft achter bij zorgvraag

Meestal treedt, ongeacht de beschikbaarheid van het zorgaanbod, een piek in de vraag naar zorg op in het voorjaar en voorzomer. In deze periode worden voor huidkanker verdachte afwijkingen vaak zichtbaar doordat de huid meer ontbloot is en zijn er diverse bewustwordingscampagnes gericht op huidkanker en huidverzorging. De vraag naar deze zorg groeit hard en het aanbod van huisartsen en dermatologen blijft hierbij achter. Eventuele toekomstige preventieve voorlichtingscampagnes dienen hiermee rekening te houden (KWF, 2004b)

Naar boven


Zorggebruik in ziekenhuizen bij melanoom

Klinische opnamen met 16% gedaald, stijging dagopnamen met 30%

Het aantal personen dat in een jaar in het ziekenhuis is opgenomen voor melanoom (ziekenhuisprevalentie, dit betreft zowel klinische als dagopnamen) is in de periode 1995-2003 voor zowel mannen als vrouwen redelijk constant gebleven. Er zijn in deze periode wel een aantal uitschieters naar boven te zien (zie figuur 1). Het aantal klinische opnamen en opnamedagen (exclusief dagopnamen) is in 2003 ten opzichte van 1995 met 16% respectievelijk 40% gedaald. Er zijn wel meer dagopnamen. Dit aantal is voor mannen en vrouwen met 30% gestegen. Bij al deze trends is gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking in Nederland.

Melanoom steeds vaker poliklinisch behandeld

Melanoom wordt steeds vaker poliklinisch behandeld in vergelijking met een aantal jaren geleden (CBS, 2005). Dit verklaart de afname van het aantal opnamedagen, terwijl het aantal personen dat in een jaar in het ziekenhuis wordt opgenomen voor melanoom redelijk constant blijft.

Rond de 1.500 klinische en dagopnamen voor melanoom

Zowel het absoluut aantal klinische opnamen als het absoluut aantal dagopnamen voor melanoom ligt voor mannen en vrouwen samen in 2004 rond 760. De gemiddelde klinische opnameduur voor melanoom is in de periode 1994-2004 afgenomen van bijna negen dagen naar ruim vijf dagen.

Figuur 1: Ziekenhuisprevalentie, klinische opnamen, klinische opnamedagen en dagopnamen voor melanoom (ICD-9 code 172, ICD-10 code C43) bij mannen en vrouwen in de periode 1995-2003; gestandaardiseerd naar de bevolking van 1990 en geïndexeerd (1995 is 100) (bron: CBS StatLine, LMR)

ziekenhuisopnamen melanoom mannen ziekenhuisopnamen melanoom vrouwen

Zorggebruik in ziekenhuizen bij andere vormen van huidkanker

Dagopnamen verdrievoudigd, klinische opnamen met 25% gedaald

Het aantal personen dat in een jaar in het ziekenhuis is opgenomen voor andere vormen van huidkanker dan melanoom (ziekenhuisprevalentie, dit betreft zowel klinische als dagopnamen) is in de periode 1995-2003 verdubbeld (zie figuur 1). De stijging zit vooral in het aantal dagopnamen: steeds meer personen met overige huidkanker worden tijdens een dagopname behandeld. Het aantal dagopnamen is sinds 1995 verdrievoudigd, terwijl het aantal klinische opnamen met 25% is afgenomen. Bij al deze trends is gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking in Nederland.

Het absoluut aantal klinische opnamen is voor mannen en vrouwen in 2004 ongeveer 1.500. Het absoluut aantal dagopnamen voor overige vormen van huidkanker is ruim vier keer zo hoog, namelijk 6.674. De gemiddelde klinische opnameduur is in de periode 1994-2004 met ongeveer anderhalve dag afgenomen van ruim zes dagen naar ongeveer vijf dagen.

Figuur 3: Ziekenhuisprevalentie, klinische opnamen, klinische opnamedagen en dagopnamen voor andere huidkanker dan melanoom (basaalcel en plaveiselcel, ICD-9 code 173, ICD-10 code C44) voor mannen en vrouwen in de periode 1995-2003; gestandaardiseerd naar de bevolking van 1990 en geïndexeerd (1995 is 100). (bron: CBS StatLine, LMR, 2005).

N.b. Het indexcijfer voor dagopnamen voor mannen loopt op tot 330 en de ziekenhuisprevalentie op tot 188 in 2003.

Ziekenhuisopnamen andere huidkanker mannen

N.b. Het indexcijfer voor dagopnamen voor vrouwen loopt op tot 381 en de ziekenhuisprevalentie op tot 221 in 2003.

ziekenhuisopnamen andere huidkanker vrouwen

Naar boven


Kosten

Aangezien in de Kosten-van-ziektenstudie (Poos et al., 2008) huidkanker niet wordt onderscheiden, zijn hier geen gegevens over de kosten van huidkanker opgenomen.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Gezondheid en zorg in cijfers 2005. Voorburg/Heerlen: CBS, 2005.
  • LMR, Landelijke Medische Registratie.Prismant, bewerkt door RIVM-cVTV, 2005.
  • Poos MJJC, Smit JM, Groen J, Kommer GJ, Slobbe LCJ. Kosten van ziekten in Nederland 2005. RIVM-rapport nr. 270751019. Bilthoven: RIVM,2008.
  • Signaleringscommissie Kanker van KWF Kankerbestrijding.Kanker in Nederland; Trends, prognoses en implicaties voor zorgvraag. Amsterdam: KWF Kankerbestrijding, 2004b.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

UV
Ultraviolet
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.