Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Huidkanker
Omvang van het probleem

Neemt het aantal mensen met huidkanker toe of af?

Basaalcelcarcinoom Plaveiselcelcarcinoom Melanoom Ontwikkelingen in diagnostiek, behandeling, incidentie en sterfte

Basaalcelcarcinoom

Aantal nieuwe patiënten sterk gestegen

De incidentie van basaalcelcarcinoom is tussen 1973 en 1990 met gemiddeld 80% gestegen voor zowel mannen als vrouwen (De Vries et al., 2004c) en tussen 1990 en 2003 met nog eens gemiddeld 50% (zie figuur 1), dus totaal met circa 130%. Een duidelijke verklaring hiervoor ontbreekt. Waarschijnlijk is er wel een toename geweest in het aantal uren recreatie dat buiten (in de zon) wordt doorgebracht door toegenomen vrije tijd en steeds populairder wordende zonvakanties. Mogelijk speelt dit een rol bij de toename van basaalcelcarcinoom.

Figuur 1: Incidentie van basaalcelcarcinoom naar geslacht in de periode 1990-2003; gestandaardiseerd naar de Europese standaard bevolking en geindexeerd (Bron: IKZ).

Trend in incidentie van basaalcelcarcinoom (1990-2003)

Naar boven


Plaveiselcelcarcinoom

Aantal nieuwe patiënten voor vrouwen met 65% toegenomen

In de periode 1990-2003 is de incidentie voor mannen met ruim 10% gestegen en voor vrouwen met 65% (zie figuur 2). In de IKZ en IKA regio's daalde de incidentie van plaveiselcelcarcinoom in de jaren zeventig en steeg in de jaren tachtig weer met 20% (Coebergh et al., 1995).

Figuur 2: Incidentie van plaveiselcarcinoom naar geslacht in de periode 1990-2003; gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking en geindexeerd (Bron: NKR).

Trend in incidentie van plaveiselcelcarcinoom (1990-2003)

Sterfte laatste vier jaar gedaald

Vanaf het jaar 2000 is zowel bij mannen als vrouwen de sterfte aan plaveiselcelcarcinoom met circa 20% gedaald. In de voorafgaande periode van 1988-2000 was geen duidelijke trend aanwezig, maar in de eerste periode van 1980-1988 daalde de sterfte, met grote fluctuaties, met gemiddeld 40% (zie figuur 3).

Figuur 3: Sterfte aan plaveiselcelcarcinoom (ICD-9 code 173; ICD-10 code C44) naar geslacht in de periode 1980-2004; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 1990 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Trend in sterfte van plaveiselcelcarcinoom (1980-2004)

Naar boven


Melanoom

Aantal nieuwe patiënten stijgt minder sterk

Landelijk is er in de periode 1990-2003 nog wel een stijging waarneembaar, maar minder sterk dan in eerdere jaren (zie figuur 4). In de IKZ regio steeg de incidentie van het melanoom sinds de jaren zestig bij mannen en vrouwen. Begin jaren zeventig vlakte dat weer af. Tussen 1975 en 1990 is de incidentie bij mannen en vrouwen bijna verdrievoudigd (Coebergh et al., 1995).

Figuur 4: Incidentie van melanoom naar geslacht in de periode 1980-2003; gestandaardiseerd naar de Euopese standaardbevolking en geindexeerd (Bron: NKR).

Trend in incidentie van melanoom (1980-2003)

Sterfte aan melanoom stijgt nog steeds onder (oude) mannen

De sterfte aan melanoom is tussen 1970 en 1988 met een factor 1,5 gestegen (Nelemans et al., 1992). Onder vrouwen bleef de sterfte na 1988 ongeveer constant. Bij mannen heeft de stijging zich na 1988 voortgezet (zie figuur 5). Deze stijging treedt in alle leeftijdsklassen op. Als de incidentie van melanoom verder stabiliseert zal ook de stijging van de sterfte aan melanoom stoppen (De Vries et al., 2005d).

Figuur 5: Sterfte aan melanoom (ICD-9 code 172: ICD-10 code C43) naar geslacht in de periode 1980-2004; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 1990 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Trend in sterfte aan melanoom (1980-2004)

Naar boven


Ontwikkelingen in diagnostiek, behandeling, incidentie en sterfte

Geen noemenswaardige ontwikkelingen voor plaveiselcel- en basaalcelcarcinomen

Voor plaveiselcelcarcinomen en basaalcelcarcinomen zijn geen noemenswaardige nieuwe ontwikkelingen, echter voor melanomen zijn hierna een aantal aspecten vermeld.

Vijfjaarsoverleving van melanoom verbeterd door vroegere ontdekking

Een verhoogde rapportage door grotere oplettendheid van huisartsen en dermatologen heeft mogelijk bijgedragen aan een geringe (tijdelijke) incidentieverhoging van alle huidtumoren. Tevens leidde een verhoogde oplettendheid tot ontdekking in een vroeger stadium. Dit is vooral het geval bij het melanoom. Mede hierdoor is de relatieve 5-jaarsoverleving van het melanoom in Nederland tussen midden jaren zestig en eind jaren negentig verbeterd van ongeveer 50% tot 80% voor mannen en van 60% tot 90% voor vrouwen (Coebergh et al., 1995, KWF, 2004b).

Verfijning en uitbreiding palliatieve behandeling kan prognose verbeteren

Verfijning en uitbreiding van palliatieve behandeling, zoals regionale geïsoleerde doorstroming van de ledematen met cystostatica, radiotherapie, eventueel gecombineerd met verwarming, en lasertherapie kan in de toekomst de prognose verbeteren. Dit geldt met name voor het uitgezaaide melanoom, maar alleen als dat zich op de ledematen bevindt. De sterfte zal hierdoor echter nauwelijks veranderen en de prevalentie zal licht stijgen.

Meer huidkanker en sterfte aan huidkanker door UV-straling

De verhoogde chronische en intermitterende blootstelling aan straling van de afgelopen dertig jaar zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor de stijging van de incidentie van huidkanker en sterfte aan huidkanker tussen het midden van de jaren zeventig en het begin van de jaren negentig. Met name de toegenomen populariteit van zonnebaden, zonvakanties en zonnebanken heeft hieraan bijgedragen. Veranderingen in zongewoonten in het midden van de jaren negentig, als gevolg van voorlichtingscampagnes over verstandig zonnen, zullen pas na 2010 van invloed zijn op de incidentie en sterfte aan huidkanker (De Vries et al., 2003b).

Veranderingen in risicofactoren pas in loop van 21ste eeuw zichtbaar

Ook de aantasting van de ozonlaag leidt waarschijnlijk tot een verhoging van de incidentie van huidkanker. Tussen 1980 en 1995 is de UV-belasting in Nederland gestegen (zie ook onder straling). Aangezien huidkanker zich ontwikkelt in vele tientallen jaren, zal pas in de loop van deze eeuw zichtbaar worden of de incidentie van huidkanker stijgt. In 1996 werd voorspeld dat het maximum in de incidentie van huidkanker rond 2060 zou uitkomen, e.a afhankelijk de naleving van internationale scenario’s met betrekking tot de aantasting van de ozonlaag (Slaper et al., 1996). Deze effecten van het verdunnen van de ozonlaag waren in het verleden nog niet duidelijk waarneembaar maar worden op een termijn van de komende tien jaar al zichtbaar. Voor 2015 wordt al een toename van 80% in de incidentie van huidkanker voorspeld ( KWF, 2004b, De Vries et al., 2005d).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Coebergh JWW, Heijden LH van der, Janssen-Heijnen MLG (eds.). Cancer incidence and survival in the Southeast of the Netherlands 1955-1994. Eindhoven: Integraal Kankercentrum Zuid,1995.
  • Nelemans PJ, Kiemeney LA, Rampen FH, Straatman H, Verbeek AL.Trends in mortality from malignant cutaneous melanoma in The Netherlands, 1950-1988. Eur J Cancer 1992; 1: 107-11.
  • Signaleringscommissie Kanker van KWF Kankerbestrijding.Kanker in Nederland; Trends, prognoses en implicaties voor zorgvraag. Amsterdam: KWF Kankerbestrijding, 2004b.
  • Slaper H, Velders GJM, Daniel JS, Gruijl FR de, Leun JC van der.Estimates of ozone depletion and skin cancer incidence to examine the Vienna Convention achievements. Nature, 1996; 384(6606): 256-8.
  • Vries E de, Bray FI, Coebergh JW, Parkin DM.Changing epidemiology of malignant cutaneous melanoma in Europe 1953-1997: rising trends in incidence and mortality but recent stabilizations in western Europe and decreases in Scandinavia. Int J Cancer, 2003b; 107(1): 119-126.
  • Vries E de, Louwman M, Bastiaens M, Gruijl FR de, Coebergh JW.Rapid and continuous increases in incidence rates of basal cell carcinoma in the southeast Netherlands since 1973. J Invest Dermatol, 2004c; 123(4): 634-638.
  • Vries E de, Poll-Franse van de, Gruijl FR de, Coebergh JW.Predictions of skin cancer incidence in the Netherlands up to 2015. Br J Dermatol, 2005d; 152(3): 481-8.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
IKZ
Integraal Kankercentrum Zuid
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.