Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Huidkanker
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patient

Huidkanker: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?

Meestal chirurgische en soms radiotherapeutische behandeling

Afhankelijk van de grootte en de lokalisatie wordt het basaalcelcarcinoom meestal chirurgisch en soms radiotherapeutisch behandeld (zie tabel 1 ). Vooral bij kleine en oppervlakkige tumoren komt cryotherapie (bevriezing) in aanmerking. In 95% van de gevallen treedt definitieve genezing op. Soms is opnieuw chirurgische verwijdering nodig, omdat de tumor op dezelfde plaats is teruggekomen. In bijzondere situaties worden lasertherapie en elektrocoagulate (via elektrische stroom) toegepast. In principe wordt plaveiselcelcarcinoom op dezelfde manier behandeld als basaalcelcarcinoom. Wel gaat daarbij de voorkeur uit naar chirurgie en dient het chirurgisch snijvlak wat ruimer te zijn in verband met de agressievere groeiwijze. De behandeling van melanoom hangt af van het stadium van de ziekte. Het stadium wordt vastgesteld op basis van de dikte van de tumor en de aanwezigheid van metastasen (Breslow, 1970) (zie tabel 2).

Tabel 1. Overzicht van mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling van basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom.

Diagnostiek

Huidig gebruik

Op basis van huidbiopt

Meestal, afhankelijk van de grootte en lokalisatie

Behandeling

Huidig gebruik

Chirurgie

Meestal, eventueel Mohs chirurgie voor basaalcelcarcinomen

Radiotherapie

Soms, afhankelijk van de grootte en lokalisatie

Cryotherapie (bevriezing)

Bij kleine en oppervlakkige tumoren

Lasertherapie en elektrocoagualatie (via elektrische stroom)

In bijzondere situaties

Door sentinel-nodetechniek betere diagnostiek

Sentinel nodes (schildwacht-lymfeklieren) zijn de lymfeklieren die als eerste het lymfevocht uit het tumorgebied ontvangen. Men neemt aan dat tumorcellen via deze klieren verspreid worden. Een verbeterde stadiëring met behulp van deze techniek zou ertoe kunnen leiden dat patiënten verschuiven naar een hoger stadium (minder ver uitgegroeid). Deze ontwikkeling heeft geen directe gevolgen voor de incidentie.

Er bestaat nog onduidelijkheid over de therapeutische implicaties van een tumor-positieve sentinel node. De sentinel node-procedure geeft aanvullende therapeutische informatie, maar het is nog onduidelijk of door vroegtijdige verwijdering van lymfekliermetastaen overlevingswinst kan worden geboekt. Daarom adviseert de Nederlandse Melanoom Werkgroep in de Richtlijn Melanoom van de huid CBO & VIKC, 2005 het volgende ‘sentinel node-biopsie [dient te worden gereserveerd] voor patiënten die zo goed mogelijk geïnformeerd willen zijn over hun prognose. De sentinel node-procedure behoort niet tot de standaarddiagnostiek. De kleine kans op complicaties, het vrij hoge percentage fout-negatieve bevindingen en de mogelijk verhoogde incidentie van in-transit-metastasen dienen bij de indicatiestelling te worden betrokken'

Hernieuwde aandacht voor immunotherapie

De behandeling van metastasen met immunostimulatoren (BCG) was in het verleden weinig succesvol. Er ontstond hernieuwde belangstelling voor immunotherapie door hoopgevende resultaten bij behandeling met interleukine-2 of celdodende lymfocyten (Rosenberg et al., 1988) en in onderzoeksverband werd het effect van interferon-α onderzocht. Ook de waarde van vaccins, waarbij eigen melanoomcellen worden toegediend, wordt onderzocht. Doordat deze cellen veelal genetisch gemanipuleerd zijn neemt de effectiviteit van het vaccin mogelijk toe.

De resultaten van de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken naar de waarde van adjuvante behandeling met Interferon-α zijn niet consistent, maar een duidelijk voordeel van interferon-α therapie op de overleving van melanoom-patiënten is niet aangetoond. Bij patiënten met melanoom in stadium II en III leidt adjuvante systemische therapie niet tot verbetering van de overleving. De bijwerkingen van de behandeling zijn zeer belastend voor de patiënt. De richtlijn melanoom van de huid stelt ‘Systemische adjuvante behandeling van melanoompatiënten wordt, buiten onderzoeksverband, niet aanbevolen. Dit geldt ook voor behandeling met interferon-α.’

Tabel 2. Overzicht van mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling van melanoom van de huid.(CBO & VIKC, 2005) *

Diagnostiek

Huidig gebruik

Dermatoscopie

Dermatoscopie dient een vaste plaats te krijgen in de klinische diagnostiek van gepigmenteerde huidafwijkingen. Bij verdenking op een melanoom is het aangewezen ook de regionale lymflieren te onderzoeken en te letten op in-transit metastasen. Röntgenologisch onderzoek is meestal niet nodig.*

Chirurgie (diagnostische ingreep)

Bij verdenking op een melanoom moet een excisiebiopt worden verricht, histopathologisch onderzoek is noodzakelijk om vast te kunnen stellen of het echt een melanoom is. *

Schildwachtklier ('sentinal-node')-techniek

De sentinel node-biopsie wordt gebruikt voor patiënten die zo goed mogelijk geïnformeerd willen zijn over hun prognose, het is geen standaard onderdeel van de diagnostiek.*

Behandeling

Huidig gebruik

Na de diagnostische excisie moet een therapeutische re-excisie (=definitieve excisie) plaatsvinden met als doel eventuele (klinisch niet waar te nemen) satellieten te verwijderen en daarmee uitzaaiingen te voorkómen.*

Standaard bij verdenking op een melanoom

Chirurgie

Standaard bij verdenking op een melanoom

Radiotherapie

Voor patiënten met een primair melanoom of een LMM bij wie chirurgie niet mogelijk of wenselijk is, of wanneer de patiënt chirurgie weigert

Radiotherapie gecombineerd met verwarming of een regionale geïsoleerde doorstroming (perfusie) met cytostatica

Als verwijdering van de afwijking of de uitzaaiingen niet mogelijk is, alleen als het melanoom zich op de armen of benen bevindt

Verwijderen van regionale lymfeklieren

Uit voorzorg, bij tumoren van 1-4 mm dik, nog geen consensus over het nut van deze behandeling

Kliergebied verwijderen en eventueel aansluitend radiotherapie

Als er metastasen in de regionale lymfeklieren zijn

Lasertherapie, injecties met immuunstimulerende middelen

Bij uitgebreide plaatselijke uitzaaiingen

Injecties met interferon-α

Behandeling van melanoompatiënten met interferon-α wordt alleen binnen onderzoeksverband aanbevolen.*

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Breslow A.Thickness, cross-sectional areas, and depth of invasion in the prognosis of cutaneous melanoma. Ann Surg 1970; 172: 902-908.
  • CBO & VIKC, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg & Vereniging van integrale kankercentra. Richtlijn melanoom van de huid. Alphen a/d Rijn: van Zuiden,2005.
  • Rosenberg SA, Packard BS, Aebersold PM, et al.Use of tumor-infiltrating lymphocytes and interleukin-2 in the immunotherapy of patients with metastatic melanoma. N Engl J Med 1988; 319: 1676-70.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.