Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Huidkanker
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat is huidkanker en wat is het beloop?

Ziektebeeld Beloop

Ziektebeeld

Drie typen huidkanker te onderscheiden

In het algemeen worden drie typen huidkanker onderscheiden en als volgt onderverdeeld:

  • Melanomen van de huid ( ICD-9 code 172, ICD-10 code C43; ongeveer 10%).
  • Andere huidtumoren (ICD-9 code 173, ICD-10-code C44; ruim 90%). Deze groep huidtumoren wordt weer onderverdeeld in het basaalcelcarcinoom (75-80%), het plaveiselcelcarcinoom (20%) en zeer zeldzame tumoren die uitgaan van de talg- of zweetklieren (2%).

Melanomen

Melanomen ontstaan uit moedervlekken of nieuw gevormde pigmentvlekken

Melanomen zijn afkomstig van pigmentvormende cellen (melanocyten) van de huid. Ze ontstaan uit bestaande moedervlekken (ongeveer 30%) of uit nieuw gevormde pigmentvlekken. Er zijn vier typen melanoom. De meest voorkomende typen bij blanken zijn het ‘superficial spreading melanoma’ (SSM, 65%) en het nodulaire melanoom (NM, 25%). Men vermoedt dat het SSM een vroege variant en het NM een late variant is van hetzelfde type melanoom. Het SSM heeft een gunstiger prognose dan het NM.

De overige typen zijn vrij zeldzaam: het lentigo maligna melanoom (LMM, 5%) dat vooral bij ouderen voorkomt, en het acrolentigineuze melanoom (ALM, 5%). Bij mensen met een gepigmenteerde huid komt ALM het meest voor.

Veranderingen in grootte, kleur en omvang van pigment- of moedervlek kenmerkend

Melanoom kenmerken zich door veranderingen in grootte, kleur en omvang van een pigment- of moedervlek. Dikte en/of grootte nemen onregelmatige toe. De kleur is lichtbruin tot zwart, maar ook blauwe, roze-rode en witte kleurschakeringen komen voor. In het laatste geval wordt geen pigment meer gevormd (amelanotisch melanoom) en lijkt het melanoom - onterecht - goedaardig. De rand wordt vaak onregelmatig en de patiënt krijgt last van jeuk. In een later stadium neemt de dikte van het melanoom toe en kunnen zweervorming en bloedingen optreden.

Melanomen bij vrouwen steeds vaker ook op de romp

Bij mannen komen melanomen voornamelijk voor op de romp, bij vrouwen op de benen, maar in toenemende mate ook op de romp (De Vries et al., 2003a). Mogelijk komt dit doordat steeds meer vrouwen hun romp aan de zon blootstellen door bijvoorbeeld topless zonnen en het dragen van korte topjes. Andere plaatsen waar het melanoom voorkomt zijn de armen, het hoofd-halsgebied (vooral op oudere leeftijd en bij LMM), en in zeldzame gevallen de handpalmen, het nagelbed en de voetzolen (ALM). Bij uitzondering ontstaat een melanoom in het bindweefsel van het oog, het slijmvlies van de vagina, vulva, anus of rectum.

Uitzaaiingen melanoom zijn agressief en onvoorspelbaar

Het melanoom is de kwaadaardigste vorm van huidkanker omdat het metastaseringspatroon agressief en onvoorspelbaar kan zijn. Uitzaaiingen (metastasen) kunnen ontstaan binnen een afstand van maximaal 2 cm van het melanoom of excisielitteken, en worden dan ‘satelliethaarden’ genoemd. Ze kunnen ook ontstaan tussen de primaire tumor en het regionale lymfekliergebied. Dan worden ze ‘in-transit’-metastasen genoemd. Metastasering vindt verder plaats naar de regionale lymfeklieren – bijvoorbeeld in de hals, oksels of liezen – en via de bloedbaan naar allerlei organen. Voorkeurslocaties voor metastasen zijn de longen, het centrale zenuwstelsel, de huid, het maag-darmstelsel en de lever. Uitzaaiingen kunnen vijf tot tien jaar na diagnose nog optreden.

Basaalcelcarcinoom

Basaalcelcarcinoom groeit zeer langzaam en zaait vrijwel nooit uit

Basaalcelcarcinomen ontstaan uit de onderste (basale) laag van epitheelcellen die de bovenste laag van de huid (opperhuid) vormen. Het basaalcelcarcinoom is de minst kwaadaardige vorm van huidkanker. Het groeit zeer langzaam en zaait vrijwel nooit uit. De tumor begint meestal als een glad, glazig, grijs-roze knobbeltje, waarin soms wijde bloedvaatjes zichtbaar zijn, maar er zijn meerdere verschijningsvormen van het basaalcelcarcinoom. Op den duur ontstaat in het midden vaak een glad ingezonken gebied, omringd door een parelmoerkleurige rand. In een laat stadium kan ook zweervorming optreden. Zonder adequate behandeling groeit de tumor door tot in het weefsel onder de huid. Het basaalcelcarcinoom komt het meest voor in het gezicht, maar in toenemende mate ook op de romp (De Vries et al., 2004c).

Plaveiselcelcarcinoom

Plaveiselcelcarcinoom meestal in het gezicht of op de handrug

Plaveiselcelcarcinomen vormen zich net als basaalcelcarcinomen ook uit epitheelcellen van de opperhuid, maar ontstaan uit de zich verder differentiërende hoorn-achtige cellen. Dit type groeit sneller dan het basaalcelcarcinoom en geeft, al is het zeldzaam, uitzaaiingen naar de regionale lymfeklieren. Bij vroegtijdige behandeling is echter volledige genezing mogelijk. De tumor ontstaat vaak op plaatsen waar de huid geprikkeld is door een langdurige ontsteking of hardnekkige zweer. Deze afwijkingen worden dan dikker en verhoornen. Soms is de tumor bedekt met een schilferige korst. Het plaveiselcelcarcinoom komt het meest voor op lichaamsdelen die aan de zon zijn blootgesteld, zoals op het gelaat en de rug van de handen.


Beloop

Volledige genezing mogelijk bij basaalcel- en plaveiselcelcarcinoom

De kans op metastasen (uitzaaiingen) is bij het basaalcelcarcinoom nagenoeg afwezig en bij het plaveiselcelcarcinoom gering. Deze vormen van huidkanker kunnen bijna altijd volledig genezen. Toch worden vooral patiënten met plaveiselcelcarcinomen regelmatig gecontroleerd op de aanwezigheid van lokale recidieven (terugkeer van de laesie) of metastasen in de regionale kliergebieden. Basaalcelcarcinomen komen vaak terug en moeten dan keer op keer worden verwijderd. Dit kan verminkende gevolgen hebben, met name als de tumoren zich in het gezicht bevinden(Krekels, 1998).

Prognose melanoompatiënten hangt af van tumordikte en metastasen

De prognose van melanoompatiënten hangt voornamelijk af van de aanwezigheid van metastasen en de Breslow-dikte van de tumor (Breslow, 1970). De American Joint Committee on Cancer hanteert de volgende stadiumindeling:

  • Stadium I: de tumor is 1,5 mm of dunner en er zijn geen metastasen.
  • Stadium II: de tumor is 1,5-4 mm dik, zonder metastasen.
  • Stadium III: er zijn regionale (lymfeklier)metastasen en/of de tumor is dikker dan 4 mm.
  • Stadium IV: er zijn metastasen op afstand.

60-70% melanoompatienten bij diagnose in stadium I

In Nederland heeft, afhankelijk van het geslacht, ongeveer 60-70% van de melanoompatiënten jonger dan 70 jaar bij diagnose stadium I. Bij 30-40% van de patiënten is het melanoom dikker dan 1,5 mm ). Bij ongeveer 2-5% van alle patiënten is het stadium niet bekend bij de kankerregistratie (Tersmette et al., 1996; IKZ, 2005 )

Meer dan 80% van de melanoompatiënten na 5 jaar nog in leven

De 5-jaarsoverleving is voor alle stadia van melanoom samen op dit moment meer dan 80%. Patiënten met een melanoom van maximaal 1,5 mm dikte hebben een 5-jaarsoverleving van meer dan 90% (zie tabel 1) (IKZ, 2002). Naarmate de tumordikte groter is, neemt de kans op uitzaaiingen toe en neemt de overlevingskans af. De overlevingskans neemt ook af met de leeftijd, waarschijnlijk omdat bij ouderen de tumor vaak dikker is.

Bij metastasen op afstand lijkt genezing niet meer mogelijk

Ongeveer de helft van de Nederlandse patiënten van 70 jaar en ouder heeft een tumor van meer dan 1,5 mm dik (Tersmette et al., 1996). Een melanoom dikker dan 3 mm heeft een relatieve 5-jaarsoverlevingspercentage van ongeveer 40% voor mannen en 55% voor vrouwen (IKZ, 2002). Ongeveer 30% van de patiënten met aangetaste lymfeklieren kan nog genezen (Balch et al., 1992). Zijn er metastasen op afstand, dan lijkt genezing niet meer mogelijk. De mediane overlevingsduur is dan slechts zeven maanden.

Vrouwelijke melanoompatiënten hebben betere overlevingskans

Terwijl de incidentie in alle leeftijdsklassen bij vrouwen groter is dan bij mannen, hebben vrouwen op alle leeftijden een betere overleving dan mannen, vooral op oudere leeftijd (zie tabel 2) (Tersmette et al., 1996; IKZ, 2002). In de regio Eindhoven was de 10-jaars relatieve overleving voor alle mannelijke melanoompatienten ongeveer 80% en voor vrouwen 95-100% (IKZ, 2005). Dit komt voor een groot deel door een verschil in lokalisatie en stadiumverdeling van de tumor bij diagnose. Zo zit de tumor bij mannen vaak op de romp, waar het melanoom minder opvalt. De tumor kan daardoor langer doorgroeien. (Tersmette et al., 1996). Los van de stadiumverdeling heeft de lokalisatie zelf ook invloed op de prognose: een melanoom op de romp heeft een slechtere prognose dan een melanoom op de benen.

Betere overleving vrouwen niet volledig te verklaren

De verschillen in stadiumverdeling en lokalisatie kunnen de betere overleving van vrouwen echter niet volledig verklaren (Karjalainen & Hakulinen, 1988). Mogelijk spelen hormonale invloeden een rol bij het ontstaan en de prognose van melanomen. Melanoomcellen blijken namelijk bindingsplaatsen (receptoren) te bevatten voor vrouwelijke hormonen.

Tabel 1: 5- en 10-jaarsoverleving per stadium bij melanoom (Bron: NKR; KWF, 2004b).

Stadium

5-jaars

10-jaars

Totaal

86%

83%

Stadium I

99%

99%

Stadium II

88%

81%

Stadium III

58%

45%

Stadium IV

8%

?

Tabel 2: Trends in 5-jaars relatieve overleving van melanoom (Bron: IKZ; KWF, 2004b).

Alle leeftijden

15-34 jaar

35-64 jaar

65+

Mannen

1970-1979

46

58

48

Niet beschikbaar

1980-1989

63

58

65

48

1990-1995

74

83

73

71

1996-2001

72

85

75

55

Vrouwen

1970-1979

74

94

71

72

1980-1989

80

78

87

58

1990-1995

84

91

88

60

1996-2001

90

95

92

80

Kwaliteit van leven bij kanker in het algemeen

Over het algemeen geldt dat het vaststellen van de diagnose 'kanker' een groot effect heeft op het hele bestaan van de patiënt. Niet alleen de ziekte zelf maar ook de behandeling van de ziekte heeft vaak ingrijpende gevolgen. Afhankelijk van de soort kanker zullen lichamelijke en psychische problemen zich op verschillende momenten tijdens de ziekte meer of minder voordoen. De invloed van veel aspecten van de ziekte (zoals het stadium) en de behandeling op de kwaliteit van leven zijn voor alle kankerpatienten min of meer gelijk. Dit is beschreven in het document Interne link naar documentWat is de kwaliteit van leven bij kanker?.

U kunt algemene informatie over kwaliteit van leven vinden op de pagina over gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven (Interne link naar documentErvaren gezondheid samengevat).

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Balch CM, Soong SJ, Shaw HM, Urist MM.An analysis of prognostic factors in 8,500 patients with cutaneous melanoma. In: Balch CM, Milton GW (eds.). Cutaneous Melanoma. Philadelphia: JB Lippincott Company, 1992: 165-187.
  • Breslow A.Thickness, cross-sectional areas, and depth of invasion in the prognosis of cutaneous melanoma. Ann Surg 1970; 172: 902-908.
  • IKZ, Integraal Kankercentrum Zuid.Jaarverslag 2002. Eindhoven: IKZ, 2002.
  • IKZ, Integraal Kankercentrum Zuid.Van meten naar weten; 50 jaar kankerregistratie. Eindhoven: IKZ, 2005.
  • Karjalainen S, Hakulinen T.Survival and prognostic factors of patients with skin melanoma. Cancer 1988; 62: 2274-2280.
  • Krekels G.Basal Cell Carcinoma, a disease on the increase. Implications for treatment and prevention. Maastricht: Universiteit Maastricht, 1998.
  • Signaleringscommissie Kanker van KWF Kankerbestrijding.Kanker in Nederland; Trends, prognoses en implicaties voor zorgvraag. Amsterdam: KWF Kankerbestrijding, 2004b.
  • Tersmette AC, Coebergh JWW, Casparie- van Velsen IJA, Ruiter DJ, Rhee van der HJ, Welvaart K.Invasive cutaneous melanoma in The Netherlands. Eur J Canc Prev 1996; 5: 69-74.
  • Vries E de, Louwman M, Bastiaens M, Gruijl FR de, Coebergh JW.Rapid and continuous increases in incidence rates of basal cell carcinoma in the southeast Netherlands since 1973. J Invest Dermatol, 2004c; 123(4): 634-638.
  • Vries E de, Schouten LJ, Visser O, Eggermont AMM, Coebergh JWW.Rising trends in the incidence of and mortality from cutaneous melanoma in the Netherlands: a Northwest to Southeast gradient? Eur J Cancer, 2003a; 39 (10): 1439-1446

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ALM
Acrolentigineus melanoom
ICD-10
International Classification of Diseases, tenth revision
ICD-9
International Classification of Diseases, ninth revision
LMM
Lentigo maligna melanoom
NM
Nodulair melanoom
SSM
Superficial spreading melanoom
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.