Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Dikkedarmkanker
Geografische verschillen

Dikkedarmkanker: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Incidentie Sterfte Overleving

Incidentie

Incidentie dikkedarmkanker in Nederland hoog

De incidentie van dikkedarmkanker in Nederland is hoog vergeleken met de incidentie in andere EU-15 landen (zie figuur 1). Met name onder Nederlandse vrouwen komt dikkedarmkanker vaker voor dan onder andere Europese vrouwen. De incidentie is ook hoog onder Deense vrouwen. In vergelijking met de rest van Europa is de incidentie van dikkedarmkanker in Griekenland laag, zowel onder mannen als vrouwen. Er is geen duidelijk (noord-zuid of oost-west) patroon te herkennen in de incidentie van dikkedarmkanker binnen de EU.

De incidentie van dikkedarmkanker in Australië en Noord-Amerika is aanzienlijk hoger dan in West-Europa (Visser et al., 2000).

In Nederland geen daling in de jaren negentig

In tegenstelling tot een aantal andere West-Europese landen is in Nederland in de eerste helft van de jaren negentig geen duidelijke daling in de incidentie van dikkedarmkanker waargenomen (IARC, 1997). In de periode 1995-1998 is de incidentie licht gestegen in de meeste EU-landen, waaronder Nederland. Bij Belgische mannen is deze stijging het grootst (EUCAN, 2003).

Figuur 1: Incidentie van dikkedarmkanker in een aantal Europese landen in 1998; gestandaardiseerd naar de Europese bevolking. Volgorde op basis van totaal (mannen en vrouwen samen) (EUCAN, 2003).

darmkanker_internationaal_inc

Naar boven


Sterfte

Nederlandse sterfte aan dikkedarmkanker gemiddeld in EU

De sterfte aan dikkedarmkanker ligt in Nederland op het niveau van het EU-gemiddelde (figuur 2). Het Europese sterftepatroon komt redelijk overeen met dat van de incidentie.

Dalende sterfte in de meeste EU-landen

De meeste landen binnen de EU vertonen eind jaren negentig en het begin van deze eeuw een dalende sterftetrend voor zowel mannen als vrouwen. Deze ontwikkeling is met name gunstig voor de jongste generaties vrouwen in het Verenigd Koninkrijk, Finland, Zweden en Nederland. In zuidelijk Europa daarentegen was de sterfte aan dikkedarmkanker traditioneel laag, maar is in de laatste decennia van de twintigste eeuw juist een stijging waargenomen. Dit geldt ook voor Oost-Europese landen (La Vecchia et al., 1998; Fernandez et al., 2005 ). Wel is het zo dat onder de jongste generaties in Oost-Europese landen de trends wat beginnen af te vlakken.

Figuur 2: Sterfte aan dikkedarmkanker in een aantal Europese landen en het gemiddelde voor de EU-15 en EU-25 in 2001; gestandaardiseerd naar de Europese bevolking. Volgorde op basis van totaal (mannen en vrouwen samen) (Eurostat, 2005).

darmkanker_internat_sterfte2005

Naar boven


Overleving

Overleving relatief goed in Nederland

De relatieve 5-jaarsoverleving van dikkedarmkanker is het hoogst in Frankrijk, Zweden, Spanje en Nederland (zie figuur 3). Studies tonen aan dat deze verschillen mogelijk zijn gerelateerd aan het tijdstip van diagnose en de kwaliteit van de behandeling, die in deze landen overwegend gunstiger zijn dan in landen met een slechte overleving (Gatta et al., 1998; Berrino et al., 1999).

Figuur 3: Relatieve 5-jaarsoverleving van dikkedarmkanker in een aantal Europese landen en regio's (Eurocare, 2003).

darmkanker_internat_overleving2005

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Berrino F, Capocaccia R, Estève J, Gatta G, Hakulinen T, Micheli A, Sant M, Verdecchia A (eds.).Survival of cancer patients in Europe. The EUROCARE-2 study. Lyon: IARC, Scientific Publications no. 151, 1999.
  • Eurocare.The EUROCARE Working Group: Resultaten van de Eurocare III studie. Ann Oncol, 2003; 14 Suppl 5.
  • Fernandez E, La Vecchia C, Gonzalez JR, Lucchini F, Negri E, Levi F.Converging patterns of colorectal cancer mortality in Europe. Eur J Cancer, 2005 ; 41(3): 430-7.
  • Gatta G, Faivre J, Capocaccia R, Ponz de Leon M and the EUROCARE Working group.Survival of colorectal cancer patients in Europe during the period 1978-1989. Eur J Cancer 1998; (34): 2176-2183.
  • IARC, International Agency for Research on Cancer.Cancer incidence in five continents. Volume VII. Parkin DM, Whelan SL, Ferlay J, Raymond L, Young J (eds.). Lyon: IARC 1997; 143.
  • La Vecchia C, Negri E, Levi F, Decarli A, Boyle P.Cancer mortality in Europe: effects of age, cohort of birth and period of death. Eur J Cancer 1998; 34(1): 118-41.
  • Visser O, Coebergh JWW, Schouten LJ, Dijck JAAM van.Incidence of cancer in the Netherlands 1997. Ninth report of the Netherlands cancer registry. Utrecht: IKC, 2000.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU
Europese unie
EU-15
De 15 landen die vóór 1 april 2004 de Europese Unie vormden
België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
EU-25
De 25 landen die tussen 1 april 2004 en 1 januari 2007 de Europese Unie vormden
België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
Relatieve 5-jaarsoverleving
Relatieve 5-jaarsoverleving
De kans dat iemand vijf jaar na diagnose van een bepaalde ziekte niet aan die ziekte overleden is. Deze kans wordt geschat door deling van de geobserveerde overleving (onafhankelijk van doodsoorzaak) van de patiëntengroep gedeeld door de verwachte overleving van een groep met een zelfde leeftijds- en geslachtsopbouw uit de algemene populatie (op basis van sterftetafels van de algemene bevolking).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.