Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Dikkedarmkanker
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat is dikkedarmkanker en wat is het beloop?

Ziektebeeld Beloop

Ziektebeeld

Ontwikkeling dikkedarmkanker meestal uit poliep

Kwaadaardige tumoren in de darm komen voor in het colon of in het rectum (endeldarm) (zie tabel 1). Kwaadaardige tumoren van de dunne darm zijn zeer zeldzaam en blijven hier buiten beschouwing.

Dikkedarmkanker ontwikkelt zich bijna altijd uit een darmpoliep. Een poliep (adenoom) is een uitstulping of een verdikking van het slijmvlies dat de binnenkant van de darm bekleedt. Poliepen zijn goedaardige gezwellen, maar sommige kunnen uitgroeien tot kwaadaardige tumoren (kanker). De meeste dikkedarmtumoren zijn opgebouwd uit kliervormige cellen (adenocarcinoom, Tytgat et al., 1985). Tumoren in het opstijgende en dwarslopende deel van de dikke darm worden proximale vormen van dikkedarmkanker genoemd. Tumoren in het dalende deel, het einde van het colon en het rectum worden distale vormen van dikkedarmkanker genoemd.

Tabel 1: Onderverdeling van dikkedarmkanker volgens de ICD-9 en de ICD-10.

Indeling dikkedarmkanker

ICD-9

ICD-10

colonkanker

153

C18

rectumkanker (endeldarmkanker) a

154

C19-C20

a Onder ICD-9-code 154 valt ook kanker van anus en anaalkanaal. In de ICD-10 valt dit type kanker onder code C21. In de bij omvang en trend gepresenteerde incidentie- en prevalentiecijfers wordt dit type kanker buiten beschouwing gelaten. In de gepresenteerde sterftecijfers is dit type kanker wel meegenomen.

Symptomen dikkedarmkanker afhankelijk van plaats tumor

De symptomen bij dikkedarmkanker hangen af van de plaats van de tumor.

  • Bij een tumor in het hooggelegen (opstijgende) deel van de dikke darm (proximale tumor) zijn er doorgaans lange tijd geen symptomen. Bloedarmoede (voelbaar als vermoeidheid) als gevolg van onzichtbaar bloedverlies via de ontlasting is dan vaak het eerste teken. Later kunnen darmkrampen en pijn, bijvoorbeeld enige tijd na de maaltijd, optreden.
  • Bij dikkedarmtumoren die dichter bij het rectum liggen (distale tumoren), zijn bloed- en slijmverlies via de anus en verandering van het ontlastingspatroon meestal de belangrijkste symptomen. Vaak gaat dit samen met krampende pijn, als gevolg van verstopping.
  • Bij een tumor in het rectum is het meest voorkomende symptoom een verandering in de normale stoelgang (loze ontlastingsdrang en bloedverlies).

In het algemeen hebben patiënten met dikkedarmkanker vaak pijn die verergert bij bewegen en lopen en problemen met de ontlasting. Die laatste kunnen variëren van een veranderd ontlastingspatroon tot continue aandrang, slijmafscheiding en bloedverlies (Mathus-Vliegen, 1988).


Beloop

Stadiumindeling op basis van de tumor en uitzaaiingen

Dikkedarmkanker kent verschillende stadia. Deze onderscheiden zich op basis van de uitgebreidheid van de tumor en de aanwezigheid van uitzaaiingen in nabijgelegen lymfeklieren of elders in het lichaam. Vaak worden de stadia ingedeeld volgens de Tumour-Nodes-Metastases (TNM) classificatie. Deze classificatie beschrijft de tumor zelf (T), de lymfeklieren rond de tumor (N) en het al of niet aanwezig zijn van uitzaaiingen elders in het lichaam (M). Een combinatie van deze drie criteria bepaalt het stadium van de kanker. Deze indeling kent vijf stadia: 0, I, II, III en IV. Een andere indeling die wordt gebruikt om het stadium van dikkedarmkanker te omschrijven is de zogenaamde Dukes-classificatie. De Dukes- en TNM-classificatie overlappen grotendeels, waarbij stadia 0 en I van de TNM-classificatie overeenkomen met stadium A in de Dukes-classificatie (zie tabel 1).

Tabel 1: Stadiumindeling op basis van TNM- en Dukes-classificatiesysteem.

TNM-classificatie

Dukes-classificatie

Uitgebreidheid tumor en uitzaaiingen

0-I

A

Tumor beperkt tot darmwand

II

B

Tumor groeit door de darmwand heen, maar nog niet in de lymfeklieren

III

C

Tumor groeit door de darmwand heen, tot in de regionale lymfeklieren

IV

D

Tumor groeit door de darmwand heen en is uitgezaaid naar andere organen

Overleving is afhankelijk van het stadium

De overleving bij dikkedarmkanker is afhankelijk van het stadium van de kanker bij diagnose. In tabel 2 is de stadiumverdeling van dikkedarmkanker bij diagnose weergegeven voor de IKA-regio (Noord-Holland en Flevoland). Het betreft de periode 1999-2001. In de tabel is eveneens de relatieve 3-jaarsoverleving per stadium weergegeven (Visser & Van Leeuwen, 2005). Uit deze gegevens blijkt dat dikkedarmkanker in ongeveer de helft van de gevallen wordt gediagnosticeerd in stadia A en B van de Dukes-classificatie. De kans dat een patiënt drie jaar na diagnose niet is overleden aan dikkedarmkanker, is in deze stadia respectievelijk 96 en 81%.

Tabel 2: Stadiumverdeling van dikkedarmkanker en relatieve 3-jaarsoverleving in de IKA-regio in de periode 1999-2001 (Bron: Visser & Van Leeuwen, 2005)

Stadium

Percentage van totaal

relatieve 3-jaarsoverleving (%)

onbekend

3

36

Dukes A

17

96

Dukes B

33

81

Dukes C

27

65

Dukes D

20

13

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Mathus-Vliegen L.Voeding en maagdarmkanker. Het coloncarcinoom. Ned Tijdschr Diet 1988; 43: 8-12.
  • Tytgat GNJ, Groote J de, Tongeren JHM van, Vantrappen G (red.).Leerboek maag, darm- en leverziekten. Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema, 1985.
  • Visser O, Leeuwen FE van.Stage-specific survival of epithelial cancers in North-Holland/Flevoland, The Netherlands. European Journal of Cancer, 2005; 41: 2321-30.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
IKA
Integraal Kankercentrum Amsterdam

Definities

Relatieve n-jaarsoverleving
De kans dat iemand een vastgesteld aantal jaren (n) na diagnose van een bepaalde ziekte niet aan die ziekte overleden is. Deze kans wordt als volgt geschat: de geobserveerde overleving (onafhankelijk van doodsoorzaak) van de patiëntengroep gedeeld door de verwachte overleving van een groep met een zelfde leeftijds- en geslachtsopbouw uit de algemene populatie (op basis van sterftetafels van de algemene bevolking).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.