Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Borstkanker
Omvang van het probleem

Borstkanker: Welke zorg gebruiken patiënten en wat zijn de kosten?

Zorgaanbod Kosten

Zorgaanbod

Diagnostiek vindt meestal op een mammapoli plaats

Na screening bij het bevolkingsonderzoek borstkanker (zie ook: borstkankerpreventie) of een consult bij de huisarts worden patiënten met borstafwijkingen voor uitgebreide diagnostiek naar het ziekenhuis verwezen. Deze diagnostiek vindt vaak plaats op een mammapoli. Hier kunnen patiënten met borstafwijkingen snel terecht en wordt de diagnose binnen één of enkele dagen vastgesteld. Specialisten van diverse disciplines werken hier samen om de afwijking binnen één dag te analyseren en het behandelplan op te stellen. Vaak wordt de patiënt tijdens zo'n dag begeleid door een mammaverpleegkundige en/of nurse practitioner.

Voor meer informatie over behandelingen zie: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?

Zorg voor borstkankerpatiënten verst ontwikkeld

Vergeleken met het zorgtraject voor patiënten met enkele andere vormen van kanker is de zorg voor borstkankerpatiënten het verst ontwikkeld (IGZ, 2009b). Dit geldt onder andere voor de multidisciplinaire patiëntenbespreking en aandacht voor de psychosociale hulpverlening. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft een aantal maatregelen vastgesteld die de ketenzorg voor oncologiepatiënten verder moet verbeteren. Deze maatregelen betreffen één duidelijk aanspreekpunt voor de patiënt, één duidelijke regisseur van het hele medische en logistieke zorgproces, een set van afspraken over de gehele zorgketen en een geïntegreerd dossier dat toegankelijk is voor alle zorgverleners.

Controlebezoeken na zorg in het ziekenhuis

Wanneer de curatieve zorg in het ziekenhuis afgerond is, maakt de patiënt afspraken voor controlebezoeken bij de behandelaar (chirurg, radiotherapeut of internist) op de polikliniek. Deze controles vinden in het eerste jaar na de behandeling elke drie maanden plaats. In de opeenvolgende jaren nemen deze vervolgcontroles bij de behandelend specialisten af in frequentie tot één keer per halfjaar of jaar.

Aanvullende zorg ter verbetering van lichamelijk en psychisch functioneren

De patiënt met borstkanker kan meedoen aan een programma om het lichamelijk en psychisch functioneren te verbeteren. Sinds 1996 zijn op initiatief van integrale kankercentra ‘Herstel en Balans-programma’s’ opgestart voor mensen met kanker. Patiënten die dit programma gevolgd hebben, laten een significante verbetering zien in kwaliteit van leven en fysiek functioneren (Van Weert, 2005). Zestig procent van de deelnemers aan dit programma is behandeld voor borstkanker.

Aantal dagopnamen toegenomen, opnameduur gehalveerd

Het aantal dagopnamen voor borstkanker is in de periode 1995-2007 toegenomen met een factor zeven (zie figuur 1), terwijl het aantal klinische opnamen, afgezien van wat kleine schommelingen, gelijk is gebleven. Het aantal opnamedagen (exclusief dagopnamen) is in de periode 1995-2007 gehalveerd. Bij deze trends is gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking in Nederland.

Het aantal klinische opnamen (inclusief heropnamen) voor borstkanker is in absolute zin (niet gecorrigeerd voor de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking) voor vrouwen toegenomen van 13.053 in 1995 naar 15.637 in 2007. Het absoluut aantal dagopnamen is in deze periode gestegen van 2.037 tot 17.020.

De gemiddelde klinische opnameduur is in de periode 1995-2007 gehalveerd. In 1995 lagen vrouwen met borstkanker nog gemiddeld tien dagen in het ziekenhuis, in 2007 waren dat 4,4 dagen. (LMR).

Figuur 1: Klinische opnamen, klinische opnamedagen en dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose in de periode 1995-2007; gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100) (Bronnen: CBS StatLine; LMR).

borstkanker_opnamen_1995_2007_vrouwen

Naar boven


Kosten

247 miljoen euro voor zorg borstkanker in 2005

De kosten van zorg voor borstkanker bedroegen in 2005 in totaal 247,2 miljoen euro. De kosten voor borstkanker maakten 9,3% uit van de totale kosten voor zorg van nieuwvormingen en 0,4% van de totale kosten voor gezondheidszorg in Nederland (Poos et al., 2008).

Ziekenhuiszorg grootste kostenpost voor borstkanker

Ruim de helft van de kosten voor borstkanker gaat naar ziekenhuiszorg (54,4%). De openbare gezondheidszorg (inclusief preventieve zorg) is verantwoordelijk voor 17,8%. Deze kosten worden vooral gemaakt voor de uitvoering van de borstkankerscreening. De kosten voor borstkanker in de openbare gezondheidszorg worden vooral gemaakt voor personen in de leeftijdsgroep 50-74 jaar (zie figuur 2 en zie ook: borstkankerpreventie).

Hogere kosten door betere opsporing

In figuur 2 is een piek te zien in de kosten voor borstkanker bij vrouwen op 50-59 jarige leeftijd. Deze piek wordt mogelijk veroorzaakt doordat vrouwen vanaf hun vijftigste levensjaar worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek op borstkanker. Het aantal incidente gevallen op het vijftigste levensjaar zal hierdoor enigszins verhoogd zijn, omdat bij het bevolkingsonderzoek tumoren aan het licht kunnen komen die in de jaren voorafgaand aan het vijftigste levensjaar nog niet zijn ontdekt.

Figuur 2: Kosten van de zorg voor borstkanker naar leeftijd en sector in 2005 (Bron: Kosten van Ziektenstudie).

Kosten van zorg_borstkanker_sector_leeftijd

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • IGZ, Inspectie voor de Gezondheidszorg.Zorgketen voor kankerpatiënten moet verbeteren. Onderzoek naar de kwaliteit van de oncologische zorgketen voor patiënten die behandeld worden met radiotherapie. Utrecht, IGZ 2009b.
  • Poos MJJC, Smit JM, Groen J, Kommer GJ, Slobbe LCJ. Kosten van ziekten in Nederland 2005. RIVM-rapport nr. 270751019. Bilthoven: RIVM,2008.
  • Weert E van.A multidimensional cancer rehabilitation program for cancer survivors; Effectiveness on health-related quality of life. Journal of Psychosomatic Research, 2005; 58(6).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.