Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Borstkanker
Geografische verschillen

Borstkanker: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Incidentie Sterfte Overleving

Incidentie

Incidentie borstkanker relatief hoog in Nederland

De incidentie (aantal nieuwe gevallen) van borstkanker in Nederland is hoog vergeleken met andere EU-27-landen (zie figuur 1). Andere landen met een hoge incidentie zijn België, Frankrijk, Ierland, Denemarken, Zweden en Finland (laatstgenoemde twee landen staan niet in de figuur). In Griekenland is de incidentie het laagst en ook in de meeste nieuwe (vanaf 2004 toegetreden) EU-landen is de incidentie laag (Ferlay et al., 2010a). De precieze oorzaak van de relatief hoge incidentie in Nederland is niet bekend. Opvallend is wel dat een aantal risicofactoren voor het krijgen van borstkanker in Nederland veel voorkomt vergeleken met andere Europese landen (zie ook: Welke factoren beïnvloeden de kans op borstkanker?).

Internationale verschillen in risicofactoren mogelijke verklaring voor variatie incidentie

Er is een aantal risicofactoren voor borstkanker bekend (zie: Welke factoren beïnvloeden de kans op borstkanker?). Van een aantal van deze risicofactoren zijn internationale verschillen bekend en deze geven mogelijk een verklaring voor de variatie in de incidentie van borstkanker. Zo behoort Nederland sinds 1980 tot de landen waar vrouwen op relatief hoge leeftijd hun eerste kind krijgen (zie ook: Geboorte: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?). Verder geven relatief weinig vrouwen in Nederland borstvoeding in vergelijking met de rest van Europa (Lanting & Van Wouwe, 2007; zie ook: Borstvoeding).

Borstkanker is meest gediagnosticeerde vorm van kanker in Europa

In Nederland en de meeste EU-landen is de incidentie van borstkanker de afgelopen decennia gestegen (Ferlay et al., 2007; Ferlay et al., 2010b). In een aantal landen, waaronder Nederland, Zweden en Engeland/Wales, lijkt nu echter een plateau bereikt te zijn (Bray et al., 2004b). De stijging in incidentie komt voor een belangrijk deel doordat borstkanker eerder wordt gediagnosticeerd als gevolg van de invoering van bevolkingsonderzoeken (screening). Hierdoor is borstkanker de meest gediagnosticeerde vorm van kanker in Europa geworden (mannen en vrouwen samen). Bovendien is het veruit de meest gediagnosticeerde vorm van kanker bij Europese vrouwen: van alle Europese vrouwen met kanker heeft 29% borstkanker, gevolgd door darmkanker (13%) en baarmoederkanker (10%) (Ferlay et al., 2007).

Figuur 1: EU-27-landen met de hoogste en laagste incidentie van borstkanker in 2008; gestandaardiseerd naar de standaard wereldbevolking (Bron: Ferlay et al., 2010a).

EU-27 landen met de hoogste en laagste incidentie van borstkanker in 2008

Naar boven


Sterfte

Sterfte aan borstkanker hoog in Nederland, maar is wel gedaald

Vanuit Europees perspectief is het aantal vrouwen dat in Nederland overlijdt aan borstkanker hoog (zie figuur 2). De trends in borstkankersterfte ontwikkelen zich echter gunstig (Levi et al., 2005). In de meeste West-Europese landen is de sterfte de laatste twee decennia gedaald (Autier et al., 2010; La Vecchia et al., 2010; Ferlay et al., 2010b; Bray et al., 2004b). Behalve in Nederland daalde de sterfte ook sterk (> 20% in de periode 1989-2006) in het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, België, Ierland, Oostenrijk, Duitsland, Italië en Spanje. De daling was kleiner in Finland, Frankrijk, Zweden, Portugal, Hongarije, Slovenië en Tsjechië (tussen 10 en 20%) en was het kleinst in enkele nieuwere EU-lidstaten (Bulgarije, Slowakije, Litouwen en Polen; tussen 0 en 10%). De sterfte nam toe in Estland, Letland en Roemenië. Over het algemeen geldt dat de daling sterker was in landen die in het begin een hogere sterfte hadden (Autier et al., 2010).

Screening en betere behandeling leiden tot daling in sterfte

Screening en een betere behandeling met hormonale therapie (anti-oestrogenen) en chemotherapie spelen een belangrijke rol bij de afname in sterfte (La Vecchia et al., 2010; Bray et al., 2004b). Ook in Nederland wordt de afname in sterfte voor een belangrijk deel veroorzaakt door invoering van het bevolkingsonderzoek op borstkanker. Hierdoor wordt borstkanker in een eerder stadium ontdekt en kan de kanker eerder behandeld worden (Levi et al., 2005).

Verschillen in borstkankersterfte in Europa nemen af

De verschillen in borstkankersterfte in Europa nemen af (Autier et al., 2010; Levi et al., 2005). Dit verschijnsel is mogelijk het gevolg van het feit dat de leefstijl en het voortplantingsgedrag (bijvoorbeeld het aantal kinderen en de leeftijd waarop men kinderen krijgt) van verschillende landen steeds meer op elkaar gaan lijken (Levi et al., 2005).

Figuur 2: EU-27-landen met de laagste en hoogste sterfte door borstkanker bij vrouwen in 2007; gestandaardiseerd naar de Europese bevolking (Eurostat, 2010).

EU-27 landen met de laagste en hoogste sterfte door borstkanker bij vrouwen in 2007

Naar boven


Overleving

Overleving borstkanker in Nederland gunstig

Nederland behoort tot de landen met een redelijk gunstige relatieve 5-jaarsoverleving (zie figuur 3). Zweden, Finland, Frankrijk en Italië hebben de hoogste overleving. Polen, Slovenië en Tsjechië hebben de laagste overleving. De verschillen in overleving komen vooral door verschillen in tumorstadium bij diagnose (Sant et al., 2003b; Sant et al., 2009). EUROCARE-onderzoekers noemen als mogelijke oorzaken voor die stadiumverschillen het kennisniveau van de bevolking over de vroege symptomen van borstkanker en de toegankelijkheid van de zorg. In sommige landen kan ook een achterblijvende kwaliteit van de medische zorg, zoals het minder vaak voorschrijven van chemotherapie en hormonale behandeling, bijdragen aan de slechtere overleving.

In meeste landen toename in overleving

De meeste westerse landen rapporteren een verbetering in de overleving van borstkanker (Sant et al., 1998; Sant et al., 2003a; Sant et al., 2006). De verbetering is het grootst in landen die aanvankelijk een minder goede overleving hadden. Hierdoor nemen de verschillen tussen Europese landen af (Verdecchia et al., 2009). De toename in overleving kan het gevolg zijn van betere behandelingsmogelijkheden, maar ook van een effectievere behandeling bij een vroege diagnose (screening) (Sant et al., 2006).

Figuur 3: Relatieve 5-jaarsoverleving (gestandaardiseerd) van borstkanker bij vrouwen in een aantal EU-27-landen. De diagnose werd gesteld in de periode 1995-1999 (EUROCARE-4; Sant et al., 2009).

Relatieve 5-jaarsoverleving van borstkanker bij vrouwen in een aantal EU-27 landen

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Autier P, Boniol M, LaVecchia C, Vatten L, Gavin A, Héry C, et al.Disparities in breast cancer mortality trends between 30 European countries: retrospective trend analysis of WHO mortality database. BMJ, 2010; 341: c3620.
  • Bray F, McCarron P, Parkin DM.The changing global patterns of female breast cancer incidence and mortality. Breast Cancer Res, 2004b; 6(6): 229-39.
  • Ferlay J, Autier P, Boniol M, Heanue M, Colombet M, Boyle P.Estimates of the cancer incidence and mortality in Europe in 2006. Ann Oncol 2007; 18(3): 581-592
  • Ferlay J, Parkin DM, Steliarova-Foucher E.Estimates of cancer incidence and mortality in Europe in 2008. Eur J Cancer, 2010b; 46(4): 765-81.
  • Ferlay J, Shin HR, Bray F, Forman D, Mathers C, Parkin DM.GLOBOCAN 2008, Cancer Incidence and Mortality Worldwide: IARC CancerBase No. 10 [Internet]. url: http: //globocan.iarc.fr. Lyon, France: International Agency for Research on Cancer, 2010a.
  • La Vecchia C, Bosetti C, Lucchini F, Bertuccio P, Negri E, Boyle P, et al.Cancer mortality in Europe, 2000-2004, and an overview of trends since 1975. Ann Oncol, 2010; 21(6): 1323-60.
  • Lanting CI, Wouwe JP van.Peiling Melkvoeding van Zuigelingen 2007: Borstvoeding in Nederland en relatie met certificering door stichting Zorg voor Borstvoeding. TNO-rapport KvL/P&Z 2007.104, 2007.
  • Levi F, Bosetti C, Lucchini F, Negri E, La Vecchia C.Monitoring the decrease in breast cancer mortality in Europe. Eur J Cancer Prev, 2005; 14(6): 497-502.
  • Sant M, Allemani C, Capocaccia R, Hakulinen T, Aareleid T, Coebergh JW, et al.Stage at diagnosis is a key explanation of differences in breast cancer survival across Europe. Int. J. Cancer, 2003b; 106: 416–422.
  • Sant M, Aareleid T, Berrino F, Bielska Lasota M, Carli PM, Faivre J, et al.EUROCARE-3: survival of cancer patients diagnosed 1990-94. Results and commentary. Ann Oncol, 2003a; 14(Suppl 5): v61-118.
  • Sant M, Allemani C, Santaquilani M, Knijn A, Marchesi F, Capocaccia R.EUROCARE-4. Survival of cancer patients diagnosed in 1995-1999. Results and commentary. Eur J Cancer, 2009; 45(6): 931-91.
  • Sant M, Capoccia R, Verdecchia A, Estève J, Gatta G, Mecheli A, et al.Survival of women with breast cancer in Europe: variation with age, year of diagnosis and country. The EUROCARE Working Group. Int J Cancer, 1998; 77(5): 679-83.
  • Sant M, Francisci S, Capocaccia R, Verdecchia A, Allemani C, Berrino F.Time trends of breast cancer survival in Europe in relation to incidence and mortality. Int J Cancer, 2006; 119(10): 2417-22.
  • Verdecchia A, Guzzinati S, Francisci S, De Angelis R, Bray F, Allemani C, et al.Survival trends in European cancer patients diagnosed from 1988 to 1999. Eur J Cancer, 2009; 45(6): 1042-66.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU
Europese unie
EU-27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
Relatieve 5-jaarsoverleving
Relatieve 5-jaarsoverleving
De kans dat iemand vijf jaar na diagnose van een bepaalde ziekte niet aan die ziekte overleden is. Deze kans wordt geschat door deling van de geobserveerde overleving (onafhankelijk van doodsoorzaak) van de patiëntengroep gedeeld door de verwachte overleving van een groep met een zelfde leeftijds- en geslachtsopbouw uit de algemene populatie (op basis van sterftetafels van de algemene bevolking).

Definities

Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.
Standaardisatie
Het vergelijkbaar maken van cijfers (bijvoorbeeld sterftecijfers) die betrekking hebben op verschillende jaren of populaties, door rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld leeftijdsverdeling. Een veel gebruikte methode is zogenaamde 'directe standaardisatie', die de leeftijdsspecifieke cijfers van een populatie (de 'indexpopulatie') toepast op de leeftijdsverdeling van een gekozen 'standaardpopulatie'.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.