Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Borstkanker
Omvang van het probleem

Neemt het aantal mensen met borstkanker toe of af?

Aantal nieuwe gevallen van borstkanker gestegen door invoering screening

In de periode 1989-2008 is het absolute aantal vrouwen dat per jaar borstkanker krijgt, gestegen van ongeveer 7.900 tot circa 13.000. Geschat wordt dat ongeveer de helft van deze toename is veroorzaakt door invoering van het bevolkingsonderzoek op borstkanker dat in 1988 van start is gegaan. De andere helft van de toename is waarschijnlijk toe te schrijven aan groei en de vergrijzing van de bevolking en aan de grotere blootstelling aan risicofactoren (zoals het op latere leeftijd krijgen van kinderen en het krijgen van minder kinderen) (Visser et al., 2003b). Gecorrigeerd voor de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking, nam de incidentie in de periode 1989-1994 toe met 21% (zie figuur 1). De toename in deze periode was het grootst bij vrouwen tussen de 50 en 70 jaar en is te verklaren door invoering van het bevolkingsonderzoek begin jaren negentig.

Laatste jaren stabiliseert incidentie van borstkanker

Na 1994 is de incidentie tot 1999 vrijwel constant gebleven. Vanaf 1999 ligt de incidentie op een iets hoger niveau (zie figuur 1). Er zijn twee belangrijke factoren die de trend in de incidentie vanaf 1994 beïnvloed hebben en die tegengesteld werken:

  • Een groot deel van de langzaam groeiende tumoren is al in de eerste ronde van het bevolkingsonderzoek op borstkanker, begin jaren negentig, aan het licht gekomen. In de vervolgronden is het detectiecijfer van deze tumoren dan lager. Het gevolg is dat de incidentie daalt.
  • Vanaf 1999 werden ook vrouwen tussen de 70 en 75 jaar uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek (Visser et al., 2003b). Tot dan toe werden alleen vrouwen van 50 tot en met 70 jaar uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Door deze uitbreiding van het bevolkingsonderzoek is het detectiecijfer van tumoren weer toegenomen en hiermee de incidentie.

Sterfte door borstkanker vanaf 1999 afgenomen

De sterfte aan borstkanker is in de periode 1979-1999 nagenoeg gelijk gebleven en in de periode 1999-2008 afgenomen (zie figuur 2). Deze afname betreft met name vrouwen in de leeftijdsgroep van 65 tot en met 74 jaar. Aangenomen wordt dat de afname in sterfte voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door invoering van het bevolkingsonderzoek op borstkanker (Otto et al., 2003; Otten et al., 2008). Hierdoor wordt borstkanker in een eerder stadium ontdekt en kan de kanker eerder behandeld worden. Ook een vebeterde behandeling speelt een rol bij de afname in sterfte.

Stijging van incidentie bij vrouwen verwacht

Op basis van alleen demografische ontwikkelingen, is de verwachting dat de absolute incidentie van borstkanker bij vrouwen in de periode 2005-2025 met ongeveer 17% zal stijgen. Daarnaast is de verwachting dat het aantal oudere vrouwen met ernstig overgewicht zal blijven stijgen. Dit kan leiden tot een nog grotere toename van de incidentie van borstkanker (zie ook: Welke factoren beïnvloeden de kans op borstkanker?). Als gevolg van de toenemende incidentie en verbeterde overleving wordt ook een sterke toename van de prevalentie van borstkanker verwacht. Een groot deel van de vrouwen met prevalente borstkanker (vrouwen bij wie ooit borstkanker is vastgesteld) is overigens geheel klachtenvrij.

Incidentie onder mannen toegenomen

De incidentie van borstkanker bij mannen is in de periode 1989-2008 gestegen. In 1989 bedroeg het absoluut aantal nieuwe gevallen van borstkanker 39. In 2008 waren dat er 92 (Bron: NKR). De sterfte als gevolg van borstkanker vertoonde gedurende dezelfde periode geen duidelijke trend (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Figuur 1: Incidentie van borstkanker bij vrouwen in de periode 1989-2008; gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking en geïndexeerd (1989 is 100) (Bron: NKR).

borstkanker_incidentie_1989_2008

Figuur 2: Sterfte aan borstkanker bij vrouwen in de periode 1980-2009; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 1990 en geïndexeerd (1980 is 100) (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

borstkanker_sterfte_1980_2009
.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Otten JD, Broeders MJ, Fracheboud J, Otto SJ, Koning HJ de, Verbeek AL.Impressive time-related influence of the Dutch screening programme on breast cancer incidence and mortality, 1975-2006. Int J Cancer, 2008; 123: 1229-1234.
  • Otto SJ, Fracheboud J, Looman CWN, Broeders MJM, Boer R, Hendriks JHCL, et al.Initiation of population-based mammography screening in Dutch municipalities and effect on breast-cancer mortality: a systematic review. Lancet, 2003; 361: 1411-1417.
  • Visser O, Siesling S, Dijck JAAM van (eds.).Incidence of cancer in the Netherlands 1999/2000. Utrecht: Vereniging van Integrale Kankercentra, 2003b.

Begrippen en afkortingen

Definities

Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.