Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Borstkanker

Borstkanker samengevat

Meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen

Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Het komt ook sporadisch bij mannen voor. Onder vrouwen van 30 tot en met 59 jaar is het één van de belangrijkste doodsoorzaken. Het aantal nieuwe gevallen dat zich jaarlijks voordoet en de sterfte zijn in Nederland hoog, ook internationaal gezien. Het totaal aantal vrouwen dat op 1 januari 2008 in leven was en in de loop van de tien jaar daaraan voorafgaand borstkanker heeft gekregen wordt geschat op 94.000 (11,3 per 1.000 vrouwen). In 2008 was het aantal nieuwe gevallen van borstkanker bij vrouwen 13.005 (1,56 per 1.000 vrouwen). In 2009 overleden 3.180 vrouwen aan borstkanker (38,1 per 100.000 vrouwen).

Aantal nieuwe gevallen neemt toe

In de periode 1989-2008 is het aantal nieuwe gevallen van borstkanker toegenomen van ongeveer 7.900 tot ongeveer 13.000. Tussen 1994 en 1999 bleef het aantal nieuwe gevallen vrijwel constant en vanaf 1999 ligt dit aantal op een hoger niveau. De sterfte aan borstkanker is in de periode 1979-1999 gelijk gebleven en vanaf 1999 afgenomen.

Screening beïnvloedt de trend in het aantal nieuwe gevallen

De toename tot 1994 van het aantal nieuwe gevallen van borstkanker is onder meer het gevolg van de invoering van het bevolkingsonderzoek. Hierdoor zijn meer gevallen aan het licht gekomen. Doordat een groot deel van de langzaam groeiende tumoren in de eerste ronde van het bevolkingsonderzoek is ontdekt, heeft het aantal nieuwe gevallen zich na 1994 gestabiliseerd. Het feit dat de incidentie vanaf 1999 op een hoger niveau ligt is waarschijnlijk het gevolg van uitbreiding van het bevolkingsonderzoek op borstkanker met vrouwen van 70 tot en met 75 jaar. Tot dan toe werden alleen vrouwen van 50 tot en met 70 jaar uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek.

Afname sterfte door screening, betere diagnostiek en behandeling

Dat de sterfte sinds 1979 niet toeneemt en sinds 1999 met ruim 20% is gedaald, is deels toe te schrijven aan de invoering van het bevolkingsonderzoek op borstkanker. Hierdoor wordt borstkanker in een eerder stadium ontdekt. De daling heeft daarnaast te maken met betere voorlichting over vroege symptomen en aan verbeteringen in diagnostiek en behandeling.

Bijna een vijfde van de kosten gaat naar openbare gezondheidszorg

Ruim de helft van alle kosten van zorg voor borstkanker ging in 2005 naar ziekenhuiszorg en 18% naar de openbare gezondheidszorg (inclusief preventieve zorg). Deze laatste kosten worden vooral gemaakt voor de uitvoering van de borstkankerscreening. In 2005 bedroegen de totale kosten voor de zorg voor mensen met borstkanker 247 miljoen euro. In 2005 lagen vrouwen met borstkanker gemiddeld vijf dagen in het ziekenhuis, vijf dagen korter dan in 1995. Het aantal dagopnamen is in diezelfde periode meer dan verviervoudigd.

Stijging borstkanker verwacht door toename risicofactoren

Het aantal vrouwen dat is blootgesteld aan factoren die het risico van borstkanker verhogen neemt toe. Het gaat hierbij om de volgende risicofactoren: eerste menstruatie op jongere leeftijd, geboorte van het eerste kind op latere leeftijd, afnemend kindertal, toename in het gebruik van orale anticonceptie. Andere risicofactoren zijn alcoholconsumptie, lichamelijke inactiviteit en ernstig overgewicht. Nu de screening op borstkanker volledig is ingevoerd (in 1998), zal het aantal ontdekte nieuwe gevallen van borstkanker dat is toe te schrijven aan screening niet verder stijgen. Dat meer vrouwen te maken krijgen met de genoemde risicofactoren die samenhangen met de voortplanting, zal echter een ongunstig effect hebben op het aantal nieuwe gevallen van borstkanker. Het 'netto'-effect van deze ontwikkelingen is moeilijk te voorspellen.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.