Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Baarmoederhalskanker
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op baarmoederhalskanker?

Sleutelrol humaan papillomavirus bij ontstaan baarmoederhalskanker

De laatste decennia is de kennis van de factoren die betrokken zijn bij de ontstaan van baarmoederhalskanker aanzienlijk toegenomen. Veroorzaker van baarmoederhalskanker is het humane papillomavirus (HPV). HPV is een seksueel overdraagbaar virus. Er zijn meer dan 100 varianten (Zur Hausen, 2002). Enkele typen van het virus hebben een sterke affiniteit met het epitheel in het gebied dat ligt tussen de baarmoedermond (bekleed met plaveiselweefsel) en de baarmoederhals (bekleed met cilinderweefsel). Deze HPV-typen worden onderscheiden in laag- en hoogrisico-varianten.

De laagrisico-typen (zoals typen 6 en 11) kunnen goedaardige veranderingen van het weefselbekleding van de baarmoedermond veroorzaken, maar ook genitale wratten.

De hoogrisico-typen (hrHPV), waarvan typen 16 en 18 de belangrijkste zijn, zijn kankerverwekkend. Zij spelen een doorslaggevende rol bij vrijwel alle gevallen van baarmoederhalskanker.

Meer dan 80 procent van de vrouwen raakt ooit met HPV geïnfecteerd

Het humaan papillomavirus is een algemeen voorkomend virus. Het virus verspreidt zich meestal door seksueel contact en kan worden overgedragen door genitaal huid-op-huid contact. Het virus komt zo algemeen voor, dat de meeste mannen en vrouwen ooit in hun leven door het virus worden geïnfecteerd. De kans dat een vrouw ooit in haar leven een hoogrisico-HPV-infectie oploopt is zelfs groter dan 80%. Jongvolwassenen worden regelmatig geïnfecteerd met hrHPV. Besmetting treedt het meest op tussen het twintigste en dertigste levensjaar. Ongeveer 80% van de hrHPV-infecties zijn van voorbijgaande aard en verlopen zonder klachten. Deze infecties veroorzaken ook geen cel- of weefselveranderingen. De gemiddelde duur van een voorbijgaande infectie is 6 tot 14 maanden. Zo’n 20% van de hrHPV-infecties leidt tot een verandering van het oppervlakteweefsel van de baarmoedermond, dat wil zeggen een voorstadium van baarmoederhalskanker. Van deze "premaligne" afwijkingen zal zich slechts 1%, zonder medisch ingrijpen, ontwikkelen tot baarmoederhalskanker (Helmerhorst & Meijer, 2002).

Baarmoederhalskanker is zeldzame complicatie van HPV-infectie

Een hardnekkig aanhoudende hrHPV-infectie is de veroorzaker van het voorstadium van baarmoederhalskanker (Nobbenhuis et al., 1999; Woodman et al., 2007). Een infectie met hrHPV is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan van baarmoederhalskanker, maar is blijkbaar niet voldoende om het te laten ontstaan. De immuunstatus van de geïnfecteerde speelt hierbij een belangrijke rol, omdat deze van invloed is op het al dan niet aanhouden van de infectie. Baarmoederhalskanker is daarom geen seksueel overdraagbare ziekte, maar eerder een zeldzame complicatie van een veel voorkomende infectie met hrHPV (Helmerhorst & Meijer, 2002).

Overige risicofactoren gerelateerd aan blootstelling aan HPV-infectie

De pil heeft geen invloed op het ontstaan van baarmoederhalskanker, terwijl het gebruik van condooms het aantal premaligne afwijkingen met de helft vermindert (Hogewoning et al., 2003).

Roken heeft waarschijnlijk een risicoverhogend effect vanwege de nadelige beïnvloeding van de lokale immuniteit.

Vaccinatie tegen HPV-infectie opgenomen in Rijksvaccinatieprogramma

Er zijn vaccins tegen HPV-infecties op de markt. Ze bieden bescherming tegen ten minste de hoogrisico-typen HPV 16 en 18. Vaccinatie is het meest zinvol wanneer de gevaccineerde persoon nog niet seksueel actief is. Hierdoor is de kans klein dat deze persoon al een infectie met HPV heeft opgelopen. Voor een goede bescherming zijn drie inentingen tegen HPV nodig, die verspreid over een half jaar worden gegeven. De Gezondheidsraad heeft geadviseerd alle meisjes van 12 jaar te vaccineren en om eenmalig (bij wijze van inhaalcampagne) meisjes van 13 tot en met 16 jaar te vaccineren tegen HPV-infecties (Gezondheidsraad, 2008c). Op basis van en overeenkomstig dit advies van de Gezondheidsraad wordt HPV-vaccinatie vanaf 2010 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Gezondheidsraad. Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Den Haag: Gezondheidsraad,2008c.
  • Hausen H zur.Papillomaviruses and cancer: from basic studies to clinical application. Nature Reviews Cancer, 2002; 2(5): 342-350.
  • Helmerhorst THJM, Meijer CJLM.Cervical cancer should be considered as a rare complication of oncogenic HPV infection rather than a STD. Int J Gyn Cancer, 2002; 12: 235-236.
  • Hogewoning CJ, Bleeker MC, Brule AJ van den, Voorhorst FJ, Snijders PJ, Berkhof J, et al.Condom use promotes regression of cervical intraepithelial neoplasia and clearance of human papillomavirus: a randomized clinical trial. Int J Cancer, 2003; 107: 811-816.
  • Nobbenhuis MAE, Walboomers JMM, Helmerhorst TJM, et al.Relation of human papillomavirus status to cervical lesions and consequences for cervical-cancer screening: a prospective study. Lancet 1999; 354: 20-25.
  • Woodman CBJ, Collins SI, Young LS.The natural history of cervical HPV infection: unresolved issues. Nature Reviews cancer, 2007; 7(1): 11-22.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

HPV
Humaan papilloma virus
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.