Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Baarmoederhalskanker
Geografische verschillen

Baarmoederhalskanker: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Incidentie Sterfte Overleving

Incidentie

Incidentie van baarmoederhalskanker in Nederland laag

De incidentie van baarmoederhalskanker is in Nederland laag vergeleken met andere EU-landen. In het oosten van de Europese Unie is de incidentie het hoogst (zie figuur 1).

Incidentie daalt door screening

De afgelopen decennia is de incidentie van baarmoederhalskanker in veel Europese landen afgenomen. Bij jongere vrouwen wordt in sommige landen echter een toename gerapporteerd. De daling is een gevolg van de invoering van effectieve screeningsprogramma's. Screening identificeert voorstadia van baarmoederhalskanker nog voordat zich daadwerkelijk kanker heeft ontwikkeld. Daardoor daalt de incidentie. In een aantal Oost-Europese landen is de incidentie nog altijd hoog omdat daar vaak geen effectieve screening plaatsvindt (Bray et al., 2005a).

ECHI-indicator

ECHI-indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 20. Cancer incidence (PDF 1,71 MB).

Figuur 1: EU-landen met de hoogste en laagste incidentie van baarmoederhalskanker in 2012; gestandaardiseerd naar de Europese bevolking (EUCAN (baarmoederhalskanker), 2013).

EU-landen met de hoogste en de laagste incidentie van baarmoederhalskanker in 2012

Naar boven


Sterfte

Sterfte aan baarmoederhalskanker laag in Nederland

Ook de sterfte aan baarmoederhalskanker ligt in Nederland onder het gemiddelde van de EU27 en EU15. Net als de incidentie is ook de sterfte aan baarmoederhalskanker hoger in landen in het oosten van de Europese Unie (zie figuur 2).

Sterfte aan baarmoederhalskanker afgenomen in veel EU-landen

In de periode 1970-2004 nam de sterfte aan baarmoederhalskanker sterk af in de EU-15 landen. In een aantal 'nieuwe' EU-landen (Tsjechië, Polen) nam de sterfte ook af, maar minder snel. De sterfte bleef gelijk op een hoog niveau in Estland en Slovakije, en steeg in Bulgarije, Letland, Litouwen en Roemenië (Arbyn et al., 2009). De afname in sterfte komt grotendeels door screening. Screening leidt tot vroegere diagnose van een tumor, waardoor de genezingskans toeneemt. Verschillen in dekking en kwaliteit van screening verklaren waarschijnlijk het grote verschil tussen de oude EU-15 landen en de nieuwere lidstaten van de EU-27 (Arbyn et al., 2009). Het grote verschil in sterfte benadrukt het belang van de invoering van screeningsprogramma's in Oost-Europa (Levi et al., 2000; Levi et al., 2004b).

ECHI-indicator

ECHI-indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 13. Disease-specific mortality (PDF 1,71 MB).

Figuur 2: EU-landen met hoogste en laagste sterfte ten gevolge van baarmoederhalskanker (ICD-10-code C53) in 2010; gestandaardiseerd naar de Europese bevolking (Bron: Eurostat doodsoorzakenstatistiek, 2013).

EU-landen met de hoogste en de laagste sterfte aan baarmoederhalskanker in 2010

* Voorlopig cijfer

Naar boven


Overleving

Overleving van baarmoederhalskanker in Nederland gunstig

De relatieve 5-jaarsoverleving van baarmoederhalskanker in Nederland behoort tot de beste van de Europese Unie. De relatieve 5-jaarsoverleving is ook hoog in Malta,  Frankrijk en Noord-Europese landen. In Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk is de overleving het laagst (zie figuur 3, Sant et al., 2009). De gevens zijn afkomstig uit de EUROCARE-4 studie. Uit onderzoek van de OECD blijkt dat de 5-jaarsoverleving in Nederland vergelijkbaar is met die in andere Westerse landen (OECD, 2011). Over het algemeen is de overleving in Europese landen toegenomen tussen begin jaren 80 en eind jaren 90 (Verdecchia et al., 2009; Bielska-Lasota et al., 2007).

Zie ook: url5-jaarsoverleving bij kanker (Zorgbalans)

Screening heeft effect op overleving

Screening kan zowel tot een toename als afname van overleving leiden. Screening leidt tot opsporing van de ziekte in een vroeg stadium waarin deze nog goed behandelbaar is en de kans op genezing toeneemt. Dit heeft een gunstig effect op de overleving. Screening leidt echter ook tot de opsporing en behandeling van voorstadia die nog niet kwaadaardig zijn. Hierdoor neemt de incidentie af. De overleving wordt dan vooral bepaald door de agressieve vormen van kanker die zich in de perioden tussen de momenten van screening ontwikkelen en niet tijdig opgespoord worden. Juist deze agressieve vormen hebben een ongunstige prognose en daarmee dus een negatief effect op overleving (Gatta et al., 1999; Bielska-Lasota et al., 2007).

Noord- en West-Europese landen hebben effectieve screeningsprogramma's waardoor de incidentie er laag is en overleving in die landen vooral betrekking heeft op de meer agressieve vormen van kanker. Desondanks is de overleving in deze landen relatief hoog. Dit suggereert ook verschillen in de beschikbaarheid van effectieve behandelingen (Coleman et al., 2003).

Zie ook: object_document_1Baarmoederhalskankerpreventie: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

ECHI-indicator

ECHI-indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 78. Survival rates cancer (PDF 1,71 MB).

Figuur 3: Relatieve 5-jaarsoverleving van baarmoederhalskanker (ICD-9-code 180) in een aantal EU-landen. De diagnose werd gesteld in de periode 1995-1999 (EUROCARE-4; Sant et al., 2009).

Relatieve 5-jaarsoverleving van baarmoederhalskanker in een aantal EU-landen

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • EUCAN (baarmoederhalskanker) .
  • Eurostat (doodsoorzakenstatistiek) .
  • Arbyn M, Raifu AO, Weiderpass E, Bray F, Antilla A.Trends of cervical cancer mortality in the member states of the European Union. Eur J Cancer, 2009; 45: 2640-8.
  • Bielska-Lasota M, Inghelmann R, Van de Poll-Franse L, Capocaccia R.Trends in cervical cancer survival in Europe, 1983-1994: a population-based study. Gynecol Oncol, 2007; 105(3): 609-19.
  • Bray F, Loos AH, McCarron P, Weiderpass E, Arbyn M, Moller H.Trends in cervical squamous cell carcinoma incidence in 13 European countries: changing risk and the effects of screening. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2005a; 14(3): 677-86.
  • Coleman MP, Gatta G, Verdecchia A, Esteve J, Sant M, Storm H, et al.EUROCARE-3 summary: cancer survival in Europe at the end of the 20th century. Ann Oncol, 2003; 14(Suppl 5): v128-49.
  • Gatta G, Capocaccia R, Hakulinen T, Sant M, Verdecchia A, De Angelis G, et al.Variations in survival for invasive cervical cancer among European women, 1978-89. EUROCARE Working Group. Cancer Causes Control;, 1999; 10(6): 575-81.
  • Levi F, Lucchini F, Negri E, Boyle P, La Vecchia C.Cancer mortality in Europe, 1995-1999, and an overview of trends since 1960. Int J Cancer, 2004b; 110(2): 155-69.
  • Levi F, Lucchini F, Negri E, Franceschi S, La Vecchia C.Cervical cancer mortality in Young woman in Europe: patterns and trends. Eur. J. Cancer, 2000; 36(17): 2266-71.
  • OECD, Organisation for Economic Co-operation and Development. Health at a Glance 2011: OECD Indicators. Paris: OECD Publishing,2011.
  • Sant M, Allemani C, Santaquilani M, Knijn A, Marchesi F, Capocaccia R.EUROCARE-4. Survival of cancer patients diagnosed in 1995-1999. Results and commentary. Eur J Cancer, 2009; 45(6): 931-91.
  • Verdecchia A, Guzzinati S, Francisci S, De Angelis R, Bray F, Allemani C, et al.Survival trends in European cancer patients diagnosed from 1988 to 1999. Eur J Cancer, 2009; 45(6): 1042-66.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU
Europese unie
EU15
De 15 landen die vóór 1 april 2004 de Europese Unie vormden
België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
EU27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
ICD-10
International Classification of Diseases, tenth revision
ICD-9
International Classification of Diseases, ninth revision
OECD
Organisation for Economic Co-operation and Development
Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling. URL ledenlijst van de OECD: http://www.oecd.org/document/58/0,3746,en_2649_201185_1889402_1_1_1_1,00.html
Relatieve 5-jaarsoverleving
Relatieve 5-jaarsoverleving
De kans dat iemand vijf jaar na diagnose van een bepaalde ziekte niet aan die ziekte overleden is. Deze kans wordt geschat door deling van de geobserveerde overleving (onafhankelijk van doodsoorzaak) van de patiëntengroep gedeeld door de verwachte overleving van een groep met een zelfde leeftijds- en geslachtsopbouw uit de algemene populatie (op basis van sterftetafels van de algemene bevolking).

Definities

Standaardisatie
Het vergelijkbaar maken van cijfers (bijvoorbeeld sterftecijfers) die betrekking hebben op verschillende jaren of populaties, door rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld leeftijdsverdeling. Een veel gebruikte methode is zogenaamde 'directe standaardisatie', die de leeftijdsspecifieke cijfers van een populatie (de 'indexpopulatie') toepast op de leeftijdsverdeling van een gekozen 'standaardpopulatie'.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.