Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Baarmoederhalskanker
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat is baarmoederhalskanker en wat is het beloop?

Baarmoederhalskanker ontstaat uit langdurig voorstadium

De baarmoederhals (cervix uteri) is het onderste deel van de baarmoeder (uterus) dat in de vagina uitmondt (baarmoedermond). Baarmoederhalskanker (ICD-10-code C53) is een kwaadaardige (maligne of invasieve) afwijking van het oppervlakteweefsel op de grens van de baarmoederhals en de baarmoedermond. De kwaadaardige ziekte ontstaat uit een langdurig voorstadium, waarbij sprake is van een afwijking in de cellen van het oppervlakteweefsel. Het onderliggende weefsel is in dit voorstadium onveranderd. Onbehandeld kan uit het voorstadium uiteindelijk baarmoederhalskanker ontstaan. De tijd tussen het allereerste begin en het uiteindelijk ontstaan van baarmoederhalskanker kan wel 10-15 jaar bedragen.

Twee typen baarmoederhalskanker te onderscheiden

Baarmoederhalskanker kan men op basis van weefselonderzoek globaal verdelen in kanker van het plaveiselepitheel (planocellulaire carcinomen: 75-80%) en kanker van het cilinderepitheel (adenocarcinomen: 20-25%) (Bulkmans et al., 2004). Gebruikte screeningsmethoden geven vaker fout-negatieve uitslagen bij adenocarcinomen, waardoor een gunstig effect van screening op het vóórkomen van dit type baarmoederhalskanker minder groot is; zie ook: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Humaan papillomavirus speelt een sleutelrol

Baarmoederhalskanker is het gevolg van besmetting met het humaan papillomavirus (HPV). HPV is een seksueel overdraagbaar virus. Infecties met HPV kunnen leiden tot veranderingen in het oppervlakteweefsel van de baarmoedermond, die het voorstadium van baarmoederhalskanker vormen. Zie ook: Welke factoren beïnvloeden de kans op baarmoederhalskanker?

Verspreiding verloopt vooral via lymfestelsel

Verspreiding van de tumor verloopt in eerste instantie via het lymfstelsel naar de klieren, voornamelijk in het bekken. Doorgroei in het omliggende weefsel (vagina, blaas of darm) komt weinig voor. Verspreiding via de bloedsomloop treedt pas in een later stadium op.

Stadiumindeling op basis van uitgebreidheid tumor en uitzaaiingen

Baarmoederhalskanker wordt ingedeeld op basis van de anatomische doorgroei van baarmoederhalskanker (stadium). Dit gebeurt aan de hand van door de Fedération Internationale Gynaecologique et Obstétrique (FIGO) opgestelde criteria, of de Tumour-Nodes-Metastases (TNM) classificatie. Beide classificatiecriteria leiden tot eenzelfde indeling, die is gebaseerd op de aanwezigheid van uitzaaiingen in omliggend weefsel of elders in het lichaam. De diverse te onderscheiden stadia zijn weergegeven in tabel 1.

Klachten afhankelijk van doorgroei en uitzaaiingen

Soms wordt baarmoederhalskanker gevonden bij een vrouw zonder klachten. In een latere fase kunnen de volgende klachten optreden: contactbloedingen, abnormaal vaginaal bloedverlies of afscheiding. Indien de tumor ingegroeid is in een of meer omliggende organen, of indien er uitzaaiingen zijn, kunnen de volgende klachten voorkomen: stoornissen van blaas of darm, en pijn in de onderbuik, laag in de rug en/of de bilstreek, soms uitstralend in het been.

Tabel 1: Stadiumverdeling van baarmoederhalskanker op basis van FIGO-criteria en TNM-classificatie.

Stadium

Uitgebreidheid tumor en uitzaaiingen

I

Tumor beperkt zich tot de baarmoederhals

IA1

invasiediepte < 3 mm, lineaire extensie < 7 mm

IA2

invasiediepte < 5 mm, lineaire extensie < 7 mm

IB1

tumor beperkt zich tot de baarmoederhals, is groter dan stadium IA en kleiner dan 4 cm

IB2

tumor beperkt zich tot de baarmoederhals, is groter dan stadium IA en groter dan 4 cm

II

Tumor is doorgegroeid tot buiten de baarmoeder, maar reikt niet tot de bekkenwand of het onderste derde deel van de vagina

IIA

tumor is niet doorgegroeid tot in het naast de baarmoeder gelegen bindweefsel (parametrium)

IIB

tumor is doorgegroeid tot in het naast de baarmoeder gelegen bindweefsel (parametrium)

III

Tumor is doorgegroeid tot aan de bekkenwand of in het onderste deel van de vagina

IIIA

tumor is doorgegroeid tot in het onderste deel van de vagina, maar niet tot de bekkenwand

IIIB

tumor is doorgegroeid tot de bekkenwand

IV

Tumor is buiten het bekken gegroeid of doorgegroeid in de blaas of in de endeldarm. Ook bij uitzaaiingen in bijvoorbeeld longen of botten gaat het om stadium IV

Prognose van baarmoederhalskanker is verbeterd

De prognose van baarmoederhalskanker is in de periode vanaf halverwege de vorige eeuw tot begin jaren negentig aanzienlijk verbeterd. De relatieve 10-jaarsoverleving bij patiënten jonger dan 60 jaar in de IKZ-regio is toegenomen van ruim 50% in de periode 1955-1969 tot ruim 75% in de periode 1990-1994 (IKZ, 2005). De relatieve 10-jaarsoverleving in de IKA-regio (Noord-Holland en Flevoland) voor patiënten jonger dan 65 jaar bedraagt eveneens ongeveer 75% voor de periode 1988-2003.

De prognose hangt sterk af van het stadium waarin baarmoederhalskanker wordt vastgesteld. De relatieve 5-jaarsoverleving in de IKA-regio varieert van 17% in TNM-stadium IV tot 94% in TNM-stadium I voor de periode 1988-2003.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

FIGO
International Federation of Gynecology and Obstetrics
Classificatie voor gynaecologische kanker, ontwikkeld door de International Federation of Gynecology and Obstetrics (FIGO). URL: http://www.figo.org/
ICD-10
International Classification of Diseases, tenth revision
IKA
Integraal Kankercentrum Amsterdam
IKZ
Integraal Kankercentrum Zuid
Relatieve 5-jaarsoverleving
Relatieve 5-jaarsoverleving
De kans dat iemand vijf jaar na diagnose van een bepaalde ziekte niet aan die ziekte overleden is. Deze kans wordt geschat door deling van de geobserveerde overleving (onafhankelijk van doodsoorzaak) van de patiëntengroep gedeeld door de verwachte overleving van een groep met een zelfde leeftijds- en geslachtsopbouw uit de algemene populatie (op basis van sterftetafels van de algemene bevolking).
TNM
Tumor, Node, Metastase
Anatomische classificatie van tumoren, gebaseerd op de grootte van de primaire tumor, de aanwezigheid van aangedane lymfknopen en de aanwezigheid van eventuele metastasen. De classificatie is ontwikkeld door de International Union Against Cancer (UICC).

Definities

Relatieve n-jaarsoverleving
De kans dat iemand een vastgesteld aantal jaren (n) na diagnose van een bepaalde ziekte niet aan die ziekte overleden is. Deze kans wordt als volgt geschat: de geobserveerde overleving (onafhankelijk van doodsoorzaak) van de patiëntengroep gedeeld door de verwachte overleving van een groep met een zelfde leeftijds- en geslachtsopbouw uit de algemene populatie (op basis van sterftetafels van de algemene bevolking).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.