Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ziekten in het Rijksvaccinatieprogramma

Wat is rodehond en hoe vaak komt het voor?

Ziektebeeld Omvang

Ziektebeeld

Rodehond veroorzaakt door rubellavirus

Rodehond wordt veroorzaakt door het rubellavirus (een RNA-virus) en is zeer besmettelijk (zie tabel 1 voor ICD-10-codes). Wie het virus met zich meedraagt, steekt in een volledig vatbare populatie gemiddeld 7 tot 8 andere mensen aan. Besmetting gebeurt door hoesten en niezen. Een patiënt is besmettelijk van 1 week voor tot 2 weken na het optreden van huiduitslag. De periode tussen besmetting en zichtbaar worden van de ziekte ligt tussen 12 en 23 dagen.

Helft van de patiënten krijgt huiduitslag

In de helft van de gevallen verloopt een rodehondinfectie niet zichtbaar. Bij de andere helft verschijnt een huiduitslag. Deze begint in het gezicht en verspreidt zich dan snel naar het bovenlijf en binnen ongeveer 2 dagen ook naar armen en benen. Het is een rozerode uitslag, die eerst bestaat uit duidelijke vlekjes. Later kunnen die, vooral in het gezicht, samenvloeien. Oudere kinderen en volwassenen krijgen vaak enkele dagen voor de huiduitslag last van hangerigheid, verhoging en gevoelige opgezette lymfeklieren achter het oor en in de nek. Bij oudere meisjes en vrouwen kunnen ook gewrichtsklachten optreden.

In zeldzame gevallen complicaties

Rodehond geeft in zeldzame gevallen complicaties, zoals een tekort aan bloedplaatjes of hersenontsteking. Een vaker voorkomende complicatie is gewrichtspijn of soms ontsteking van vingers, polsen of knieën. Deze klachten verdwijnen meestal binnen een maand spontaan, maar kunnen soms langer aanhouden.

Rodehond vooral gevaarlijk vroeg in zwangerschap

Vrouwen, die zich om religieuze of levensbeschouwelijke overwegingen niet laten inenten, hebben een verhoogd risico op rodehond. Als een vrouw tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap rodehond doormaakt, loopt de ongeboren vrucht een groot risico op aangeboren aandoeningen. Dit wordt het congenitaal rubella syndroom (CRS) genoemd. De aandoeningen kunnen zijn: hart- en oogafwijkingen, slechthorendheid en doofheid, groeiachterstand, tekort aan bloedplaatjes, lever- of miltvergroting, aandoeningen van het centraal zenuwstelsel, botafwijkingen, afwijkingen aan urinewegen en paarse korstjes in de huid. Hoe vroeger de besmetting tijdens de zwangerschap, hoe ernstiger doorgaans de orgaanbeschadigingen. Rodehond tijdens de zwangerschap kan ook leiden tot een miskraam.

Vaccinatie tegen rodehond in RVP

Sinds 1974 worden meisjes gevaccineerd tegen rodehond en sinds 1987 meisjes én jongens; dit om circulatie van het rodehondvirus tegen te gaan. Vaccinatie tegen rodehond in het Rijksvaccinatieprogramma maakt deel uit van het bmr-vaccin. Een rubella-infectie is meldingsplichtig.

Tabel 1: ICD-10-codes voor rodehond (rubella).

ICD-10

Beschrijving

B06.0

Rubella met neurologische complicaties

B06.8

Rubella met overige complicaties artritis-pneumonie

B06.9

Rubella zonder complicaties

P35.0

Congenitaal rubella syndroom (CRS)

Klik hier voor urlpublieksinformatie over rodehond.

Naar boven


Omvang

Tegenwoordig nauwelijks rodehondinfecties in Nederland

Voor de invoering van vaccinatie tegen rodehond, lag het aantal meldingen van rodehond per jaar tussen enkele honderden en meer dan 5.000. Epidemieën traden op met een tussentijd van 4 tot 6 jaar. In 1998 was het aantal wettelijke meldingen naar bijna 20 gedaald. Van 1999 tot en met 2003 nam het aantal meldingen verder af naar 1-12 per jaar (zie figuur 1). Het aantal ziekenhuisopnamen ligt tot 1997 op 10 per jaar en in de periode 1998-2003 tussen 2 en 5 per jaar (Prismant). Meer dan de helft van de ziekenhuisopnamen is gerelateerd aan een infectie bij een zwangere vrouw. Doordat circulatie van het virus is afgenomen, treden infecties nu op hogere leeftijd op. De mediane leeftijd is tussen 1958 en 1988 gestegen van 6 naar 12 jaar.

In 2004-2005 uitbraak van rodehond in Nederland

In 2004-2005 was er een epidemie van rodehond in Nederland, vooral in de gebieden waar veel mensen wonen die zich op grond van religieuze overwegingen niet laten vaccineren. Deze epidemie veroorzaakte bij 11 kinderen ernstige afwijkingen bij de geboorte. Twee ongeboren kinderen overleden aan de ziekte.

Zie ook: atlasaantal gevallen rodehond 2004-2005 en atlasanimatie rodehond 2004-2005.

Nauwelijks sterfte door rodehond in Nederland

In de periode 1950-1995 zijn in Nederland 17 mensen overleden ten gevolge van rodehond. Tussen de jaren 1996 en 2003 is er nog 1 melding geweest van sterfte door rodehond in 2002 (CBS Doodsoorzakenstatistiek). Bij gelijkblijvend vaccinatiebeleid zal rodehond niet toenemen de komende jaren. Doordat de ziekte nog maar weinig voorkomt zal de leeftijd waarop infecties optreden bij groepen ongevaccineerden steeds meer verschuiven naar een leeftijd waarop zwangerschappen mogelijk zijn. Het risico op CRS kan hierdoor in de toekomst toenemen bij deze groep (Van den Hof et al., 1998).

Aantal meldingen van rodehond tussen 2005 en 2007 fors gedaald in de EU

Het aantal meldingen van rodehond is tussen 2005 en 2007 fors gedaald, van 21 per 100.000 tot 1,5 per 100.000. Roemenië rapporteerde de hoogste aantallen (14 per 100.000), gevolgd door Italië (1,3 per 100.000). Alle andere landen (inclusief Nederland) rapporteerden minder dan 1 per 100.000 gevallen, waarvan 9 landen 0 gevallen rapporteerden (ECDC, 2009b).

Figuur 1: Trend in het absoluut aantal meldingen van rodehond in de periode 1952-2003 (Bronnen: Van den Hof et al., 1998; Abbink et al., 2004).

trend in incidentie van rodehond (1952-2003)

Naar boven

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

bmr
Bof, mazelen, rodehond
CRS
Congenitaal rubella syndroom
ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
Prismant
Prismant, instituut van en voor de zorg
(Tot januari 2000 SIG en NZi). URL: http://www.prismant.nl
RNA
Ribo nucleic acid
Ribonucleïnezuur.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.