U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Infectieziekten en parasitaire ziekten›Ziekten in het Rijksvaccinatieprogramma›Wat zijn Hib-ziekten en hoe vaak komt het voor?
Hib staat voor Haemophilus influenzae type b, een bacterie die bij vrijwel alle mensen op gezette tijden in de neuskeelholte voorkomt. Besmetting vindt vaak plaats bij jonge zuigelingen en peuters. Kinderen raken besmet door hoesten of niezen van anderen. Die anderen hoeven niet ziek te zijn: bij 5% van de mensen bevolkt de bacterie de neuskeelholte, zonder symptomen. De tijd tussen besmetting en uitbreken van de ziekte is niet bekend. Gewoonlijk veroorzaakt Hib geen ernstige ziekte, omdat de bacteriën niet door het slijmvlies het lichaam binnendringen. De verschijnselen blijven doorgaans beperkt tot infecties van de hogere luchtwegen, zoals een snotneus en keel-, oor- of bijholteontsteking.
Zo nu en dan dringt de Hib-bacterie verder het lichaam binnen en veroorzaakt een ernstige infectie. De eerste verschijnselen daarvan zijn hoge koorts, hoofdpijn, braken en bleekheid. Er kan een longontsteking optreden of een ontsteking van het strotklepje. Dat is levensbedreigend, omdat de luchtpijp afgesloten kan raken. Hib-infecties zijn het meest gevreesd vanwege hersenvliesontsteking (meningitis) en bloedvergiftiging (sepsis). Een eerste verschijnsel daarvan is nekstijfheid. Alarmsymptomen zijn huidbloedinkjes die niet zijn weg te drukken. De ziekte kan snel verlopen. Een patiënt kan in enkele uren tot een dag doodziek zijn en binnen een paar dagen zelfs overlijden. Soms leidt Hib tot massale bloedvatverstoppingen met huidbloedingen en weefselschade tot gevolg. Kinderen kunnen in coma raken of epileptische aanvallen krijgen. In ongeveer 10% van de gevallen richt de ziekte blijvende schade aan, zoals gehoorverlies, psychische en leerstoornissen of epilepsie. Van de kinderen met een ernstige Hib-infectie overlijdt 5 tot 10%.
Sinds 1993 wordt tegen Hib-ziekten gevaccineerd in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) als onderdeel van het dktp-Hib-vaccin. Invasieve Hib-infectie is meldingsplichtig.
Zie ook: Publieksinformatie over Hib.
Voor de introductie van de Hib-vaccinatie, maakten jaarlijks ongeveer 700 kinderen een ernstige Hib-infectie door. Na invoering van vaccinatie tegen Hib daalde het aantal tot gemiddeld 16 per jaar. In 2002-2005 werd een toename van invasieve Hib-infecties waargenomen tot 35-50 gevallen per jaar. De oorzaak van deze toename is niet duidelijk. Sinds 2006 zijn er circa 25-30 gevallen per jaar. Hoewel de ziekte bij gevaccineerde kinderen sterk is afgenomen (zie figuur 1), komen er jaarlijks ongeveer 10 gevallen van Hib voor bij (gedeeltelijk) gevaccineerde kinderen.
In alle landen waar Hib-vaccinatie is geïntroduceerd is de incidentie flink gedaald. Landen zijn slecht vergelijkbaar door gebruik van verschillende meetmethoden en verschillende definities van de ziekte. Zweden rapporteerde in 2007 het hoogste aantal gevallen van de EU (1,58 per 100.000). Cyprus, Letland en Litouwen rapporteerden 0 gevallen. Gemiddeld werden in de Europese Unie 0,46 per 100.000 Hib-gevallen gerapporteerd in 2007 (ECDC, 2009b).
Figuur 1: Aantal Hib-patiënten van 1990-2009 (Bron: NRBM).
Zie ook: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen? (Rijksvaccinatieprogramma)