Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Tuberculose
Omvang van het probleem

Tuberculose: Welke zorg gebruiken patiënten en wat zijn de kosten?

Zorggebruik Zorggebruik bij risicogroepen Kosten

Zorggebruik

GGD spoort ruim een vijfde van patiënten met tuberculose actief op

De GGD spoort ruim een vijfde van de patiënten met tuberculose actief op (case finding). Hiertoe verricht de GGD screening van risicogroepen, het opsporen van personen die in contact zijn geweest met tuberculosepatiënten (contactonderzoek) (Kuyvenhoven & Cobelens, 2005), reizigersonderzoek en periodiek onderzoek van contacten van risicogroepen. Onder risicogroepen vallen onder anderen verslaafden aan alcohol of drugs, dak- en thuislozen, illegalen en gedetineerden. De GGD is ook actief in het opsporen van mogelijke epidemiologische verbanden tussen patiënten in een bepaald gebied. Artsen en verpleegkundigen raken door deze informatie op de hoogte van bekende, maar soms ook onvermoede besmettingsroutes en krijgen terugkoppeling over de effectiviteit van het onderzoek rond een bronpatiënt (KNCV, 2006).

Zie voor meer informatie ook Icoon interne verwijzing naar onderwerpPreventie van tuberculose

Diagnose meestal gesteld door longarts

Het merendeel van de patiënten met tuberculose wordt niet actief opgespoord, maar gaat zelf met klachten naar de huisarts. Huisartsen verwijzen patiënten bij verdenking op tuberculose over het algemeen door naar de longarts of GGD voor nadere diagnostiek. De diagnose tuberculose wordt het meest gesteld door longartsen (52%), gevolgd door tuberculoseartsen (verbonden aan GGD'en) (24%) en internisten en infectieziektenartsen (14%). De behandeling van tuberculose wordt over het algemeen voorbehouden aan deze drie beroepsgroepen.

Sanatoria voor specifieke groep patiënten met tuberculose

Er zijn in Nederland twee tuberculosesanatoria (Beatrixoord te Haren, Dekkerswald te Groesbeek). Hier worden patiënten behandeld met zeer ernstige vormen van tuberculose, zeer resistente vormen van tuberculose, ernstige complicaties of co-morbiditeit en complexe sociale problematiek, bij wie behandeling zonder opname niet mogelijk is.

Merendeel behandeling zonder ziekenhuisopname

Het merendeel van de patiënten met tuberculose wordt behandeld zonder opname in een ziekenhuis. Van alle tuberculosepatiënten wordt 40-45% in het ziekenhuis opgenomen, gemiddeld voor een periode van vier weken. Na ontslag uit het ziekenhuis neemt de tuberculosearts de zorg in bepaalde gevallen over. Het gaat hierbij vaak om patiënten met een gecompliceerde sociale problematiek, waarbij veel begeleiding nodig is. De sociaalverpleegkundige van de GGD ondersteunt de tuberculosepatiënt en zorgt ervoor dat de patiënt zijn medicatie op tijd inneemt (KNCV, 2006). Patiënten bij wie de therapietrouw laag wordt ingeschat, worden met Dagelijks geObserveerde Therapie (DOT) behandeld. Hierbij ziet de verpleegkundige of een DOT-assistent er dagelijks op toe dat de patiënt daadwerkelijk de medicatie inneemt.

DOT-behandeling succesvol

Ongeveer 85% van de patiënten uit risicogroepen die onder DOT-behandeling stonden, voltooide de behandeling. Steeds meer patiënten met tuberculose worden op deze manier behandeld. In 2003 werd 20% van alle tuberculosepatiënten met DOT behandeld. In 2002 en 2003 kreeg 62% respectievelijk 86% van de drugsverslaafden een DOT-behandeling. In 2002 kreeg 56% van de dak- en thuislozen een DOT-behandeling. In 2003 is dit percentage gestegen naar 78% (KNCV, 2006).

Halvering klinische opnamen sinds 1994

In de periode 1994-2004 is het aantal klinische opnamen voor tuberculose bijna gehalveerd. Dit komt overeen met de trends in de incidentie. In 1994 vonden er 970 klinische opnamen plaats, in 2004 waren dit er nog 493. Deze aantallen zijn gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking in Nederland. Vrouwen met tuberculose liggen gemiddeld minder lang in het ziekenhuis dan mannen. Wel is voor mannen de gemiddelde opnameduur meer afgenomen dan voor vrouwen. Mannen liggen in 2004 negen dagen korter in het ziekenhuis ten opzichte van 1994, vrouwen zeven dagen. In 2004 is de gemiddelde opnameduur voor mannen ruim 21 dagen en voor vrouwen ruim 18 dagen (LMR).

Gedwongen opname

Patiënten met een besmettelijke tuberculose kunnen voor de totale duur van de behandeling gedwongen worden opgenomen en behandeld in één van de sanatoria of het Erasmus Medisch Centrum. Deze mogelijkheid is vastgelegd in de Infectieziektenwet (zie ook Openbare gezondheidszorg). Jaarlijks betreft dit enkele patiënten (minder dan vijf).

Naar boven


Zorggebruik bij risicogroepen

Uitkomst van de behandeling bij enkele risicogroepen nog ondermaats

Om te voldoen aan de internationale norm voor een goede tuberculosebestrijding, dient 85% van de patiënten de langdurende (zes maanden) behandeling met succes te voltooien. In een aantal risicogroepen voor tuberculose in Nederland is het succespercentage van de behandeling nog ver onder de 85%. Het gaat hierbij vooral om moeilijk bereikbare groepen zoals verslaafden aan drugs of alcohol, dak- en thuislozen, illegalen en gedetineerden (KNCV, 2006).

Betere zorg voor illegalen met tuberculose mogelijk door RVA

Voor illegalen is sinds de invoering van de Koppelingswet in 1998 de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers (RVA) van kracht. Illegalen kunnen daarmee voor de duur van de tuberculosebehandeling een tijdelijke verblijfsvergunning verkrijgen met basisverzekering, zodat de kosten van de behandeling gedekt worden. In 2002 en 2003 werd bij 57% van de tuberculosepatiënten zonder geldige verblijfstatus een RVA-regeling getroffen. Van de illegalen die gebruikmaken van de RVA-regeling, voltooide in 2002 en 2003 75% de behandeling, terwijl slechts 58% van de illegalen zonder RVA de behandeling voltooide.

Voltooiing behandeling gedetineerden laat te wensen over

Slechts 58% van de gedetineerden met tuberculose voltooide in de periode 1993-2003 de behandeling succesvol, 22% brak de behandeling voortijdig af, 9% zette elders de behandeling voort en van 10% is nog geen informatie over het behandelresultaat bekend. In de overige risicogroepen heeft 69-74% de behandeling succesvol voltooid (KNCV, 2006).

Gezamenlijk protocol moet overdracht van behandeling gedetineerden verbeteren

Ongeveer de helft van de gedetineerden met tuberculose maakt de behandeling af. Dit is mede het gevolg van onvoldoende overdracht van de behandeling naar de tuberculosebestrijding bij het ontslag van de gedetineerde met tuberculose uit de penitentiaire inrichting. Om deze overdracht te verbeteren is in 2006 de werkwijze bij gedetineerden met tuberculose door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de Commissie Praktische TBC-bestrijding (CPT) in een gezamenlijk protocol vastgelegd.

Naar boven


Kosten

Kosten van zorg voor tuberculose 53 miljoen euro in 2005

De kosten voor de zorg voor tuberculose bedroegen in 2005 in totaal 52,6 miljoen euro (Poos et al., 2008). De kosten voor zorg voor tuberculose maakten 4,3% uit van de totale kosten voor infectieziekten en 0,1% van de totale kosten van de gezondheidszorg in Nederland. Van de totale kosten voor zorg voor tuberculose gaat ruim 81% naar de openbare gezondheidszorg en preventie en bijna 16% naar ziekenhuis- en medisch-specialistische zorg.

Meer kosten gaan naar de zorg van mannen

Van de totale kosten van zorg voor tuberculose gaat 55% naar de zorg voor mannen en 45% naar de zorg voor vrouwen. In alle leeftijdsgroepen maken patiënten met tuberculose gebruik van de openbare gezondheidszorg en ziekenhuiszorg (zie figuur 1).

Figuur 1: Kosten voor tuberculose in 2005 uitgesplitst naar leeftijd en geslacht (bron: Kosten van Ziektenstudie).

Kosten van de zorg van tuberculose naar leeftijd en geslacht in 2005

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

GGD
Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
RVA
Regeling Verstrekkingen Asielzoekers
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.