Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Tuberculose
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op tuberculose?

Verhoogde blootstelling leidt tot verhoogde kans op infectie

Vanzelfsprekend leidt een verhoogde blootstelling aan de tuberkelbacterie tot een verhoogde kans op infectie. De volgende omstandigheden brengen een verhoogde expositie en daardoor een verhoogde kans op infectie met zich mee:

  • Herkomst uit een land waar tuberculose veel voorkomt (hoog-endemisch land);
  • Slechte sociaal-economische omstandigheden (dak- en thuislozen, verslaafden, illegalen);
  • Contact (waaronder beroepsmatig contact) met een besmettelijke patiënt.

Diverse aandoeningen en behandelingen vergroten de kans op actieve tuberculose

Diverse aandoeningen en behandelingen kunnen leiden tot een verhoogde kans op actieve tuberculose na infectie met de tuberkelbacterie.

Het betreft in eerste instantie ernstige stoornissen van de cellulaire immuniteit:

  • hiv-infectie;
  • therapie tegen afstoting na transplantatie;
  • behandeling met hoge doses corticosteroïden (> 15 mg per dag prednison, gedurende tenminste 4 weken);
  • behandeling met anti-TNF-middelen.

Overige aandoeningen met verhoogde kans op ontwikkeling van actieve tuberculose zijn:

  • silicose; dit is een vorm van stoflong die veroorzaakt wordt door het inademen van kiezelstof (silica, siliciumdioxide, kwarts)
  • chronisch nierfalen/hemodialyse
  • insuline-afhankelijke diabetes mellitus
  • leukemie; lymfoom
  • carcinoom van hoofd, hals of longen; andere tumoren
  • ondervoeding

Vaccinatie tegen tuberculose in Nederland weinig toegepast

Vaccinatie met BCG (Bacille bilié de Calmette et Guérin) wordt in veel landen voor pasgeborenen aanbevolen omdat het de ernstige complicaties van de primaire tuberculose voorkomt. De beschermende werking van het vaccin heeft altijd ter discussie gestaan. Bovendien voorkomt vaccinatie het ontstaan van tuberculose op latere leeftijd niet, zodat het aantal besmettelijke personen in de populatie niet gereduceerd wordt. Tenslotte is een belangrijk nadeel dat de tuberculinehuidtest na vaccinatie na het eerste levensjaar ongeschikt wordt voor diagnostiek (Menzies & Vissandjee, 1992). In Nederland is nooit op grote schaal met BCG gevaccineerd. Alleen kinderen jonger dan twaalf jaar, van wie een van de ouders komt uit een land waar tuberculose veel voorkomt, worden gevaccineerd. Dit in verband met regelmatige reizen naar het land van herkomst van de ouder(s). Kinderen van vluchtelingen die (waarschijnlijk) niet terugkeren naar hun land van herkomst worden niet gevaccineerd. Verder wordt BCG-vaccinatie overwogen bij personen die langer dan drie maanden naar een gebied gaan met een hoog risico op tuberculose, vooral wanneer de geneeskundige voorzieningen in dat gebied beperkt zijn (LCI, Cobelens & Van Deutekom, 2001).

Medicijnen en contactopsporing voorkómen verdere verspreiding

Preventieve behandeling met één of meer tuberculostatica (chemoprofylaxe) is gericht op het voorkómen van actieve tuberculose bij personen die nieuw geïnfecteerd zijn met tuberculose, maar nog niet ziek zijn. Hierdoor worden secundaire (besmettelijke) tuberculosegevallen voorkómen en wordt de transmissiecirkel onderbroken. Als de therapietrouw goed is, is het beschermende effect van de behandeling 60-90%, afhankelijk van de duur van de behandeling (IUAT, 1982). Iemand met een besmettelijke vorm van tuberculose ('open' tuberculose) kan vele tientallen personen infecteren. Personen die contact hebben gehad met een dergelijke patiënt vormen een belangrijke risicogroep. Contactopsporing en preventief behandelen van geïnfecteerden zijn daarom essentieel voor het uitbannen van tuberculose (Kuyvenhoven & Cobelens, 2005).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Cobelens F, Deutekom H van. Tuberculose & Reizen. Infectieziekten Bulletin,2001; 12(6): 177-182.
  • IUAT, International Union Against Tuberculosis, Committee on Prophylaxis.Efficacy of various durations of isoniazed preventive therapy for tuberculosis: five years of follow-up in the IUAT trial. Bulletin WHO, 1982; 60: 555-564.
  • Kuyvenhoven JV, Cobelens FGJ.Grootschalig contactonderzoek op tuberculose in Zeist. Ned Tijdschr Geneeskd, 2005; 149(35): 1925-1928.
  • Menzies R, Vissandjee B.Effect of bacille Calmette-Guérin vaccination on tuberculin reactivity. Am. Review of resp. Disease, 1992; 145: 621-625.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

BCG
Bacille bilié de Calmette et Guérin
LCI
Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding
Ingesteld in 1995 door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met als taken: het verrichten van crisismanagement tijdens een (dreigende) epidemie; het maken van landelijke, uniforme afspraken over de bestrijding van infectieziekten, ondermeer door het opstellen van richtlijnen en draaiboeken. Deelnemende instellingen: GGD'en, IGZ, GGD Nederland en VNG. URL: http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/richtlijnen
TNF
Tumor necrose factor
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.