In 2004 ruim 1.300 nieuwe gevallen
In 2004 werden 1.344 patiënten gediagnosticeerd met actieve tuberculose (1.296 nieuwe gevallen en 48 recidieven). Tuberculose komt vaker voor bij mannen (10 per 100.000) dan bij vrouwen (7 per 100.000). Minder dan de helft (43%) van de in 2004 gediagnosticeerde tuberculosepatiënten had de Nederlandse nationaliteit.
Tuberculose komt vooral voor bij allochtone Nederlanders
De incidentie van tuberculose naar etniciteit vertoont grote verschillen. Tuberculose komt in Nederland het meest voor bij eerste generatie allochtonen. In 2004 was 27% van de gediagnosticeerde patiënten autochtoon Nederlander (3 per 100.000), 66% was eerste generatie allochtoon (55 per 100.000) en 7% tweede generatie allochtoon (6 per 100.000).
De grootste groep (9%) van de in 2004 gediagnosticeerde tuberculosepatiënten is geboren in Marokko, gevolgd door de groep patiënten geboren in Somalië (6%).
Verschillen in leeftijdsverdeling tussen Nederlanders en niet-Nederlanders
Bij personen met de Nederlandse nationaliteit is het absolute aantal tuberculosepatiënten tamelijk gelijk verdeeld over de leeftijd van 15 tot 85 jaar. Bij niet-Nederlanders is het absolute aantal patiënten het grootst in de leeftijd van 15 tot 35 jaar (zie figuur 1 met gegevens uit 2003). In 2004 was de incidentie bij autochtone Nederlanders relatief het hoogst onder personen van 65 jaar en ouder (7 per 100.000) en het laagst in de leeftijdsgroep 0-14 jaar (0,6 per 100.000). Bij de eerste generatie allochtonen was de incidentie in 2004 het hoogst onder jongvolwassenen: 97 per 100.000 personen in de leeftijd van 15-24 jaar. De incidentie was het laagst in de leeftijdsgroep 0-14 jaar (19 per 100.000). Bij de tweede generatie allochtonen was de incidentie in 2004 ook het hoogst in de leeftijdsgroep 15-24 jaar (10 per 100.000), gevolgd door de leeftijdsgroepen 0-14 en 25-34 jaar (resp. 8 en 5 per 100.000).
Een verklaring voor de verschillen in leeftijdsverdeling van Nederlandse en niet-Nederlandse tuberculosepatiënten is dat tuberculose in een endemische situatie meer voorkomt bij jongvolwassenen. In landen waar tuberculose niet veel voorkomt (laag-endemische landen) en waar de kans op infectie dus laag is, komt tuberculose relatief vaker voor bij ouderen. Dit is dan het gevolg van reactivatie van een oude infectie.
Het infectierisico in Nederland is laag
Onder infectieprevalentie wordt verstaan: het percentage personen in de bevolking dat positief reageert op de tuberculinehuidtest (Mantoux-test), hetgeen wijst op een latente infectie met tuberculose.
De geschatte infectieprevalentie in 2005 onder de bevolking van 0-65 jaar is 2,4%. In de leeftijdsgroep 45-54 jaar is deze 3,3%. Deze infectieprevalenties van tuberculose zijn gebaseerd op een extrapolatie van de prevalentie gevonden bij dienstplichtigen in de jaren 1956-1966 (; ).
Ter vergelijking: in een groot aantal ontwikkelingslanden heeft vaak meer dan de helft van de bevolking op een leeftijd van 15 jaar een infectie doorgemaakt.
In 2004 overleden 78 personen aan de gevolgen van tuberculose
In 2004 overleden in Nederland 47 mannen (0,58 per 100.000) en 31 vrouwen (0,38 per 100.000) als gevolg van tuberculose (bron: ). Hiervan overleed 35% als gevolg van pulmonale tuberculose, 63% als gevolg van extrapulmonale tuberculose en 2% als gevolg van een combinatie van en tuberculose.
Bij 21 van de 78 personen die in 2004 overleden als gevolg van tuberculose ging het om nieuwe gevallen, dat wil zeggen patiënten bij wie tuberculose in 2004 is gediagnosticeerd ().
Van alle personen die in 2004 overleden aan tuberculose, overleed 55% als gevolg van late gevolgen van tuberculose. Sterfte aan late gevolgen van tuberculose is vooral een weerslag van een niet-adequate behandeling in vroegere jaren (geen medicatie, ongeschikte medicatie, onvoldoende behandelingsduur).
Figuur 1: Incidentie (absoluut) van actieve tuberculose (nieuwe gevallen en recidieven) naar leeftijd, nationaliteit en type tuberculose in 2003 () (PTB = pulmonale tuberculose; ETB = extrapulmonale tuberculose).
Sterfte aan tuberculose groter onder ouderen
De sterfte aan tuberculose in Nederland is sterk gerelateerd aan de leeftijd en co-morbiditeit. In 2002 en 2003 overleed 5% van de patiënten ouder dan 65 jaar aan de gevolgen van tuberculose. Dit was iets lager dan gemiddeld over de periode 1993-2003. Oudere tuberculosepatiënten hebben vaker een vorm van verminderde weerstand die geassocieerd is met een hogere sterfte aan tuberculose, bijvoorbeeld als gevolg van diabetes mellitus, kanker en behandeling met middelen die het immuunsysteem onderdrukken ().
Zie ook:
Beschrijving gebruikte bronnen en epidemiologische termen
Incidentie (2003) en sterfte (2004) naar leeftijd en geslacht
Meer recente gegevens beschikbaar
Recentere gegevens naar leeftijd en geslacht zijn te vinden in:
Incidentie en sterfte.