Tuberculose veroorzaakt door tuberkelbacterie
Tuberculose is een ernstige infectieziekte die langdurig kan zijn. Tuberculose wordt veroorzaakt door de tuberkelbacterie (Mycobacterium tuberculosis). De ziekte kan leiden tot aantasting van diverse organen en structuren, waaronder longen, hersenvliezen, lymfeklieren, skelet, gewrichten, nieren en darmen. In tabel 1 is de classificatie van tuberculose in de -9 en ICD-10 weergegeven. Onbehandeld leidt de ziekte veelal tot een vroegtijdige dood. Hoewel tuberculose al circa 40 jaar effectief is te behandelen, overlijden er in Nederland nog steeds mensen aan.
Beginnende tuberculose niet besmettelijk
Tuberculose begint als een ontstekingsreactie in de longblaasjes. Deze beginnende vorm van tuberculose (primaire tuberculose of primo-tuberculose) is niet besmettelijk. De klinische symptomen zijn meestal mild. De primaire tuberculose geneest meestal ongemerkt. De genezing kan tijdelijk zijn of blijvend.
Ongeveer één op de tien infecties leidt tot ziekte
Slechts bij circa 10% van de geïnfecteerde personen ontstaat ook werkelijk de ziekte. In 80 % van de gevallen dat de ziekte ontstaat, gebeurt dit binnen 2 jaar. Bij geïnfecteerden die (nog) niet ziek zijn, spreekt men van latente tuberculose. Pas als de geïnfecteerde ziek wordt, spreekt men van actieve tuberculose. Bacteriologisch onderzoek is van groot belang om de diagnose tuberculose te kunnen stellen. Zie ook:
Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?
Latente infectie kan na enige tijd leiden tot actieve tuberculose
Na spontane genezing van de primaire tuberculose kan een aantal bacteriën in macrofagen aanwezig blijven (latente infectie). Op latere leeftijd kan zich hieruit ‘actieve niet-primaire orgaantuberculose’ ontwikkelen. Dit kan zich vooral voordoen als de lichaamsafweer is verminderd door ouderdom, bijkomende ziekten en het gebruik van immunosuppressiva. Deze vorm van tuberculose kan in elk orgaan optreden, maar treedt meestal op in de long.
Longtuberculose kan besmettelijk zijn
Tuberculose laat zich onderscheiden in longtuberculose (of pulmonale tuberculose) en tuberculose in andere organen dan de longen (extrapulmonale tuberculose). De klinische verschijnselen van longtuberculose zijn aspecifiek en passen bij elke chronische longaandoening (). Hoesten, vermoeidheid, koorts, vermagering en nachtzweten zijn de belangrijkste klachten. De longtuberculose kan zich sterk uitbreiden. Als de ontstekingshaard doorbreekt naar de luchtwegen, is de tuberculose besmettelijk (‘open tuberculose’). De tuberkelbacteriën verspreiden zich dan via opgehoeste druppels. De mate van besmettelijkheid hangt onder andere af van het aantal bacteriën dat in het sputum van een patiënt voorkomt en van het gedrag van de patiënt, bijvoorbeeld of deze de mond bedekt bij hoesten of niezen.
Symptomen afhankelijk van het geïnfecteerde orgaan
Extrapulmonale vormen van tuberculose leiden tot verschijnselen in andere organen dan de longen. De symptomen zijn afhankelijk van het orgaan waarin de infectie zich voordoet. Vooral bij bottuberculose ontstaan de klachten vaak sluipend en kan het lang duren voordat de diagnose wordt gesteld.
Complicaties leiden tot zeer ernstig ziektebeeld
Soms treden complicaties op. Een voorbeeld hiervan is het ineenvallen van de long (atelectase). Bij onvoldoende algemene afweer kan verdere verspreiding van de tuberkelbacterie via het bloed optreden, wat pleuritis (ontsteking van het borstvlies) of hersenvliesontsteking tot gevolg kan hebben. In een enkel geval ontstaat ‘miliaire tuberculose’. Bij deze vorm van tuberculose verspreiden tuberkelbacteriën zich door het hele lichaam. Het is een zeer ernstig ziektebeeld.
Complicaties doen zich vooral voor bij kinderen en adolescenten. Naarmate de kans op besmetting in de algemene bevolking daalt, treden deze complicaties echter relatief vaker in oudere leeftijdsgroepen op ().
Tabel 1: Classificatie van tuberculose volgens de -9 en -10.
|
Primaire longtuberculose, longtuberculose en overige vormen van tuberculose van de luchtwegen
|
010 - 012
|
A15 - A16
|
|
Extrapulmonale tuberculose
|
013 - 017
|
A17 - A18
|
|
Miliaire tuberculose (uitzaaiing van tuberkelbacteriën via het bloed)
|
018
|
A19
|
|
Late gevolgen van tuberculose van de ademhalingwegen of van niet gespecificeerde tuberculose
|
137.0
|
B90.9
|
|
Late gevolgen van extrapulmonale tuberculose
|
137.1 - 137.4
|
B90.0, B90.1, B90.2, B90.8
|
Pulmonale tuberculose treedt iets vaker op dan extrapulmonale
In 2004 had 49% van de tuberculosepatiënten pulmonale tuberculose en 41% extrapulmonale tuberculose. Tien procent van de patiënten had beide vormen van tuberculose.
Bij allochtonen van de eerste en tweede generatie komt relatief vaker extrapulmonale tuberculose (2004: respectievelijk 41% en 45%) voor dan onder autochtone Nederlanders (39%). Elf procent van de tuberculosepatiënten met een niet-Nederlandse etniciteit had beide vormen van tuberculose. Onder autochtone Nederlanders had 6% beide vormen van tuberculose.
Onbehandelde tuberculose vaak dodelijk
Van de onbehandelde tuberculosepatiënten overlijdt de helft binnen 2 jaar. (Long)tuberculose kan door behandeling volledig genezen. Wel kan het zijn dat de aangedane plekken in de longen bij genezing fibroseren. De longen vormen dan te veel bindweefsel, een soort littekenweefsel. Dit kan een vermindering van de longfunctie tot gevolg hebben.
In het jaar 2003 heeft 84% van de patiënten van wie het behandelresultaat bekend is de behandeling succesvol voltooid. In datzelfde jaar heeft 6% van de patiënten de behandeling voortijdig afgebroken. Acht procent van de tuberculosepatiënten overleed vóór voltooiing van de behandeling, waarvan een deel aan andere oorzaken dan tuberculose. Bij deze acht procent zijn de patiënten bij wie de diagnose pas na overlijden is gesteld inbegrepen ().