Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa)
Omvang van het probleem

Soa: Welke zorg gebruiken patiënten en wat zijn de kosten?

Zorggebruik Kosten

Zorggebruik

Ruim 105.000 consulten bij regionale soa-centra

In 2010 waren er ruim 105.000 consulten bij de regionale soa-centra in Nederland. Tijdens deze consulten werden bijna alle bezoekers van deze centra getest op chlamydia, gonorroe en syfilis (volgens opt-outprincipe, Vriend et al., 2011). Soa-centra bieden laagdrempelige soa-zorg voor specifieke risicogroepen, zoals mannen met die seks hebben met mannen (MSM), jongeren en specifieke bevolkingsgroepen.

Zie:

object_document_1Wat zijn de mogelijkheden voor preventie, diagnostiek en behandeling?

atlasOrganisaties voor soazorg in Nederland

Zeventig procent van de soa-consulten bij de huisarts

Naast de regionale soa-centra spelen ook huisartsen een belangrijke rol in de soa-zorg in Nederland (Coenen et al., 2002). Volgens een schatting nemen zij ongeveer 70% van alle soa-consulten voor hun rekening. Zij stellen hiermee naar schatting 85% van de soa-diagnosen (Van den Broek et al., 2010). In grote steden voeren huisartsen drie keer vaker soa-consulten en testverzoeken uit dan in niet-stedelijke gebieden (Van Bergen et al., 2006, Van Bergen et al., 2007).

Ruim 700 ziekenhuisopnamen voor soa in 2009

In 2009 werd 738 keer een patiënt in het ziekenhuis opgenomen met een soa als hoofdontslagdiagnose: 423 voor mannen en 409 voor vrouwen. Deze getallen geven het aantal opnamen, niet het aantal opgenomen personen. Dit getal kan hoger zijn dan het aantal personen met een opname omdat een persoon per jaar vaker opgenomen kan zijn. Het aantal ziekenhuisopnamen had betrekking op 6.528 opnamedagen. Patiënten met een soa hadden in 2009 een gemiddelde opnameduur van 8,8 dagen: 9,3 voor mannen en 8,4 voor vrouwen. In 2009 waren 1.422 dagbehandelingen voor soa-patiënten nodig (621 voor mannen, 801 voor vrouwen). De verschillen tussen mannen en vrouwen in zorggebruik voor soa zijn klein (zie tabel 1).

Aantal klinische opnamen en opnamedagen afgenomen

In de periode 1995-2009 is het aantal klinische opnamen voor soa voor zowel mannen als voor vrouwen met ongeveer 35% gedaald. Het aantal klinische opnamedagen daalde nog meer (ongeveer 45%). Dit komt omdat de gemiddelde opnameduur is gedaald. Het aantal dagopnamen voor soa vertoont zowel voor mannen als vrouwen weer een (lichte) daling na een stijging tussen 2003 en 2008. De gemiddelde opnameduur voor soa is ook gedaald, met 13% voor mannen en 21% voor vrouwen (zie figuur 1).

Tabel 1: Aantal klinische opnamen en opnamedagen, gemiddelde opnameduur (in dagen) en aantal dagopnamen in 2009 voor soa (Bron: LMR).

mannen

vrouwen

totaal

Klinische opnamen

358

380

738

Klinische opnamedagen

3.345

3.183

6.528

Gemiddelde opnameduur (dagen)

9,3

8,4

8,8

Dagopnamen

621

801

1.422

Figuur 1: Klinische ziekenhuisopnamen, klinische opnamedagen, gemiddelde opnameduur en dagbehandelingen met soa als hoofdontslagdiagnose in de periode 1995-2009; gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100) (Bron: LMR).

Trends in ziekenhuisopnamen, mannen (1995-2009) Trends in ziekenhuisopnamen, vrouwen (1995-2009)

Kosten

Ruim 52 miljoen euro voor zorg voor patiënten met soa

De kosten voor de zorg aan patiënten met soa bedroegen 52,3 miljoen euro in 2007. Dat is 0,1% van de totale kosten voor de gezondheidszorg in Nederland in dat jaar. De kosten voor soa zijn 1,4% van de zorgkosten die gemaakt worden voor de totale hoofdgroep infectieziekten en parasitaire ziekten (Kosten van Ziekten).

Meeste kosten voor 20- tot 50-jarigen

De kosten voor vrouwen waren ongeveer even hoog als voor mannen. De kosten worden vooral gemaakt in de leeftijdscategorie van 20 tot 50 jaar. Voor vrouwen worden de kosten vooral gemaakt door de 15- tot en met 29-jarigen, mannen met soa maken meer kosten op de leeftijd van 30 tot en met 54 jaar (zie figuur 2).

Meeste geld uitgegeven aan openbare gezondheidszorg en preventie

Van de totale zorgkosten voor soa is 24,8% toe te schrijven aan de sector openbare gezondheidzorg en preventie (zie figuur 3). Dit zijn directe kosten voor de soa-centra bij de GGD'en in Nederland. De ziekenhuis- en medisch-specialistische zorg is verantwoordelijk voor 16,1% van de totale kosten voor soa in 2007. Bijna 7% wordt uitgegeven aan genees- en hulpmiddelen (Kosten van Ziektenstudie).

De kosten die hier genoemd zijn, betreffen de kosten gemaakt in de (gezondheids)zorg. Dit zijn dus zorgkosten en niet kosten zoals ziekteverzuim of een verminderde arbeidsparticipatie.

Figuur 2: Kosten voor de zorg voor soa in 2007, uitgesplitst naar leeftijd en geslacht (Bron: Kosten van ziekten).

Kosten naar leeftijd en geslacht voor soa in 2007

Figuur 3: Kosten voor de zorg voor soa in 2007, uitgesplitst naar sector en geslacht (Bron: Kosten van ziekten).

Kosten naar sector en geslacht voor soa in 2007

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Bergen JEAM van, Kerssens J, Schellevis FG, Sandfort THG, Coenen TJ, Bindels PJ.Prevalence of STI related consultattions in general practice: results from the second Dutch National Survey of General Practice. Britisch Journal of general Practice, 2006: 104-9.
  • Bergen JEAM van, Kerssens JJ, Schellevis FG, Sandfort TG, Coenen TT, Bindels PJ.Sexually transmitted infection health-care seeking behaviour in the Netherlands: general practitioner attends to the majority of sexually transmitted infection consultations. International Journal of STD & AIDS, 2007; 18: 1-6.
  • Broek IVF van den, Verheij RA, Dijk CE van, Koedijk FDH, Sande MA van der, Bergen JE van.Trends in sexually transmitted infections in the Netherlands, combining surveillance data from general practices and sexually transmitted infection centers. BMC Fam Pract., 2010; 11: 39.
  • Coenen AJJ, Berends R, Van der Meijden WI.The organization of STI control in the Netherlands- an overview. International Journal of STD & AIDS, 2002; 13: 254-260.
  • Vriend HJ, Koedijk FDH, Broek IVF van den, Veen MG van, Coul ELM Op de, Sighem AI van, et al. Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2010. RIVM-rapport nr. 210261009. Bilthoven: RIVM,2011.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

Opt-out
Afname van een standaard HIV-test
Opt-out betekent dat een hiv test 'standaard' wordt afgenomen. De patiënt wordt van tevoren expliciet (mondeling) geïnformeerd dat een hiv-test wordt uitgevoerd en dient hiertegen actief bezwaar te maken als hij dat niet wenst.
soa
Seksueel overdraagbare aandoeningen

Definities

Regionaal soa-centrum
Een centrum dat op meerdere testlocaties in de regio aan specifieke risicogroepen laagdrempelige soa-zorg aanbiedt, waaronder kostenloze hiv- en soa-testen en behandeling. Het betreft meestal GGD-locaties, waaronder soa-poliklinieken of andere spreekuurlocaties, en in een enkel geval biedt de GGD deze zorg aan via een ziekenhuis in de buurt. Nederland is verdeeld in acht regio’s met ieder een eigen regionaal soa-centrum, bestaande uit één coördinerende GGD en diverse satelliet GGD'en.
Specifieke risicogroepen die in aanmerking komen voor laagdrempelige soa-zorg
Mensen met veel wisselende contacten, mannen met homoseksuele contacten, drugsgebruikers, prostituees en prostituanten, mensen afkomstig uit een soa-endemisch gebied, mensen met soa-gerelateerde klachten, jongeren tot en met 24 jaar, mensen die gewaarschuwd of verwezen zijn in verband met een soa, en mensen die per se anoniem willen blijven of geen toegang hebben tot de reguliere zorg.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.