Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa)
De ziekte en de determinanten

Wat zijn soa en welke factoren beïnvloeden de kans op soa?

Seksueel overdraagbare aandoeningen Determinanten en risicogroepen

Seksueel overdraagbare aandoeningen

Seksueel overdraagbare aandoeningen zijn bacteriële of virale infectieziekten

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) zijn infectieziekten die meestal worden veroorzaakt door een bacterie of virus. Chlamydia, gonorroe en syfilis zijn bacteriële soa en genitale wratten, hepatitis B, herpes genitalis en hiv zijn virale soa. Soa worden overgedragen via sperma, bloed, vaginaal vocht en bij contact van de slijmvliezen. Zie voor hiv/aids: aids en hiv-infectie.

Overdracht van soa meestal via onbeschermd seksueel contact

Meestal vindt de overdracht van het virus of de bacterie plaats via onbeschermd seksueel contact (oraal, vaginaal of anaal) maar het kan ook via andere routes worden overgedragen. Alle soa kunnen van moeder op kind worden overgedragen tijdens de geboorte. Tijdens de zwangerschap kunnen hepatitis B, syfilis en zeldzame gevallen van herpes genitalis worden overgedragen op het kind. Een aantal soa is ook overdraagbaar via bloed. Syfilis en hepatitis B kunnen ook worden overgedragen door bijvoorbeeld een bloedtransfusie of door gebruik van besmette naalden.

Soa leidt niet altijd tot symptomen of klachten

Lang niet alle soa-infecties leiden tot symptomen of klachten. Vooral vrouwen merken vaak niet dat ze een soa hebben. Zij kunnen dan echter wel anderen besmetten.

Klachten en symptomen treden met name op in de urogenitale zone. Als er klachten zijn, gaat het bijvoorbeeld om: (meer en abnormale) afscheiding uit penis, vagina of anus, branderig gevoel of pijn bij het plassen, zweertjes, wratjes of blaasjes op penis, vagina, anus of mond, jeuk, gezwollen klieren in de liezen, pijn bij vrijen.

Onbehandelde soa kunnen ernstige gevolgen hebben

De meeste soa kunnen goed worden behandeld. Voor een aantal soa geldt dat ze ernstige gevolgen kunnen hebben als ze niet of niet op tijd worden behandeld. Zo kan een onbehandelde syfilis-infectie schade toebrengen aan de organen. Vrouwen met chlamydia of gonorroe kunnen pelvic inflammatory disease (PID) krijgen. PID verhoogt het risico op verminderde vruchtbaarheid of onvruchtbaarheid en op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Infectie bij pasgeborenen of tijdens zwangerschap kan ernstige complicaties veroorzaken

Bij kinderen die tijdens de zwangerschap of geboorte worden blootgesteld aan een soa bij de moeder, kunnen ernstige complicaties ontstaan. Zo kan syfilis tijdens een zwangerschap leiden tot een spontane abortus, het vroegtijdig breken van de vliezen, een voortijdige geboorte, sterfte tijdens de geboorte of een aangeboren (congenitale) syfilis bij het kind. Ook bij een herpesinfectie kunnen levensbedreigende complicaties optreden door een uitbreiding van de ziekte naar het centrale zenuwstelsel (waaronder ontsteking van het hersenweefsel) of naar meerdere weefsels (gegeneraliseerde infectie).

Naar boven


Determinanten en risicogroepen

Determinanten

Onbeschermd seksueel contact verhoogt kans op soa

Bij aanwezigheid van het virus of de bacterie wordt de kans op een soa verhoogd door het hebben van onbeschermd (zonder condoom) seksueel contact (oraal, vaginaal of anaal) met verschillende partners of met een partner die zelf wisselende seksuele contacten heeft (gehad) en/of intraveneus drugs gebruikt(e). De kans op een infectie blijkt gerelateerd aan het aantal seksuele partners (Van Bergen et al., 2005; Götz et al., 2005).

Alcohol- en druggebruik verhogen de kans op verspreiding, omdat bij gebruik van deze genotmiddelen iemand minder goed in staat is om veilig te vrijen.

Verhoogd risico op sommige soa bij bloed-bloedcontact

Sommige soa, zoals syfilis en hepatitis B, kunnen ook worden overgedragen door bijvoorbeeld een bloedtransfusie of door gebruik van besmette naalden. Mensen die vanwege hun gedrag, werksituatie, herkomst of een ziekte in aanraking komen met bloedtransfusies en/of besmette naalden, lopen een verhoogd risico op besmetting.

Kans op besmetting groter bij infectie zonder symptomen

De kans dat iemand zijn seksuele partner(s) infecteert, is groter als de infectie zonder symptomen verloopt. Hierdoor heeft een persoon de besmetting zelf niet in de gaten en zal dan ook geen maatregelen nemen om overdracht te voorkomen. Bij zowel gonorroe als chlamydia treden niet of nauwelijks klachten op bij 10% van de mannen en 30-60% van de vrouwen.

Zie ook: object_document_1Seksueel gedrag

Risicogroepen

Mensen met veel onbeschermde seksuele contacten behoren tot risicogroep

Mensen die relatief vaak onbeschermd seksueel contact hebben, behoren tot de risicogroepen voor het krijgen van (een) soa. Het gaat dan vooral om de volgende groepen mensen:

  • mannen die seks hebben met mannen (MSM)
  • bepaalde allochtone bevolkingsgroepen, met name mensen van Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst
  • jonge heteroseksuele mannen en vrouwen

Verhoogd risico ook onder mensen met eerdere bacteriële soa of hiv-infectie

Mensen die bekend hiv-positief zijn of bij wie al eerder sprake was van (een) bacteriële soa behoren ook tot de belangrijke risicogroepen voor seksuele overdracht van soa.

Pasgeborenen lopen risico bij moeder met soa

Een risicogroep voor overdracht via een andere route zijn de pasgeborenen die door een soa van hun moeder risico lopen op perinatale overdracht van de soa. Het risico voor perinatale overdracht van het herpes-virus is vooral groot wanneer de moeder tijdens of vlak voor de geboorte een primaire herpes-infectie heeft.

Gezinsleden vormen risicogroep voor genitale wratten bij beperkte hygiëne

Leden van een gezin of woongemeenschap van een patiënt met genitale wratten vormen een risicogroep voor overdracht van het wrattenvirus door beperkte persoonlijke hygiëne. Het wrattenvirus kan overgedragen worden door contact met een handdoek, washand of vingers van de patiënt, wanneer deze kort daarvoor met de geslachtsorganen in aanraking zijn geweest. De kans op overdracht van het virus is overigens kleiner dan bij andere routes van overdracht.

Allerlei risicogroepen te onderscheiden met verhoogd risico op hepatitis B

Er is een aantal groepen te onderscheiden die vanwege hun herkomst, ziekte, gedrag of werksituatie een verhoogd risico lopen op besmetting met het hepatitis B-virus. Werkers in de gezondheidszorg, druggebruikers en mensen met een piercing lopen risico op contact met besmette naalden. Mensen die een bloedtransfusie ondergaan of pasgeborenen met een geïnfecteerde moeder vormen een risicogroep vanwege bloed-bloedcontact. Leden van een gezin of woongemeenschap kunnen elkaar besmetten met het hepatitis B-virus door hun frequente en intensieve contact. Vooral jonge kinderen kunnen de ziekte krijgen via bijvoorbeeld wondjes en tondeuses (bloed-bloedcontact) of het uitwisselen van tandenborstels (contact met bloed of bloedbevattend speeksel). Voor enkele van deze groepen geldt een actief vaccinatiebeleid. Zo krijgen alle kinderen geboren na 1 augustus 2011 een hepatitis B-vaccinatie in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma.

Zie ook: object_document_1Preventie van hepatitis B.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bergen J van, Götz HM, Richardus JH, Hoebe CJPA, Broer J, Coenen AJT.Prevalence of urogenital Chlamydia trachomatis increases significantly with level of urbanisation ans suggests targeted screening approaches; results from the first national population based study in the Netherlands. Amsterdam: Sex Transm Infect, 2005; 81: 17-23.
  • Götz HM, Bergen JEAM van, Veldhuijzen IK, Broer J, Hoebe CJPA, Richardus JH.A prediction rule for selective screening of Chlamydia trachomatis infection. Sex. Transm. Inf., 2005; 81: 24-30.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.