Huisarts speelt een belangrijke rol in de soa-diagnostiek en behandeling
De huisartsen in Nederland spelen een belangrijke rol in het diagnosticeren en behandelen van . Zo wordt naar schatting 70% van de soa-consulten door de huisartsen gedaan en is 80-85% van alle soa-diagnosen afkomstig van de huisarts ().
Soa-centra als aanvulling op reguliere aanbod
Naast de huisartsen zijn de soa-centra belangrijk voor de diagnostiek en behandeling van soa. In Nederland bestaan acht soa-regio's die elk door een GGD wordt gecoördineerd. De soa-regio's voeren de regeling aanvullende curatieve soabestrijding (ACS) uit, die in 2006 is ingegaan (). De ACS-regeling is bedoeld om een laagdrempelige voorziening voor kwalitatief goede soa-zorg te verschaffen. De regeling is een aanvulling op het reguliere aanbod dat verstrekt wordt door huisartsen en specialisten.
Alle bezoekers soa-centrum getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv
Tijdens de intake voor een consult bij een soa-centrum, die op verschillende manieren wordt gedaan (telefonisch, internet, tijdens consult), wordt een vragenlijst afgenomen waarmee wordt getest of iemand tot de specifieke doelgroepen behoort. Alleen wanneer iemand behoort tot één van die doelgroepen, kan hij/zij vervolgens een afspraak maken bij een soa-centrum. Alle bezoekers worden getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en (volgens principe). Andere soa (zoals hepatitis B, herpes, trichomonas) worden meestal alleen op indicatie getest.
Soa-centra bedoeld voor specifieke doelgroepen
De soa-centra zijn bedoeld voor groepen die door de reguliere zorg moeilijk bereikt worden en een verhoogd risico op soa hebben door hun gedrag en/of sociale kwetsbaarheid. Deze doelgroepen zijn:
- Mannen die seks hebben met mannen (MSM)
- Prostituees (in de laatste 6 maanden)
- Prostituanten (in de laatste 6 maanden)
- Personen afkomstig uit een soa-endemisch gebied (Suriname, Nederlandse Antillen, Turkije, Marokko, Afrika overig, Zuid-Amerika overige, Azië, Oost Europa)
- Personen met soa-gerelateerde klachten
- Jongeren tot 25 jaar
- Personen gewaarschuwd (door partner) en/of verwezen in verband met een soa
- Personen met veel wisselende contacten (3 of meer partners in de laatste 6 maanden)
- Personen die persé anoniem willen blijven of geen toegang hebben tot de reguliere zorg
- Personen met een partner behorend tot de doelgroep , prostituee, prostituant of soa-endemisch gebied
Diagnostiek meestal met behulp van laboratoriumtesten
De meeste soa worden gediagnosticeerd met behulp van laboratoriumtesten, zoals een Nucleic Acid Amplification Test (NAAT) of een kweek (voor gonorroe en chlamydia), of door middel van een serologische test (voor syfilis en hepatitis B). Bij een serologisch onderzoek wordt de aanwezigheid van zogenaamde virusmarkers in serum aangetoond. Dit geeft informatie over het al of niet (meer) aanwezig zijn van het virus in het lichaam en het verloop van de immunologische reactie tegen het virus. Sommige diagnosen worden gesteld op basis van het klinische beeld, zoals bijvoorbeeld bij genitale wratten (zie tabel 1).
Om te kijken of er leverschade is ontstaan als gevolg van een hepatitis B-infectie, kan er ook klinisch-chemisch onderzoek naar leverfuncties worden verricht.
Behandeling voorkomt verspreiding
De behandeling van opgespoorde soa-infecties bij een patiënt is een effectieve vorm om verspreiding van soa bij anderen te voorkómen. Voor behandeling van soa kunnen patiënten terecht bij de huisarts, dermatoloog of de soa-centra. De behandeling is primair gericht op de ziekte zelf. Tevens is de behandeling bedoeld om te voorkómen dat de patiënt zijn of haar partner of een ander infecteert ().
Meeste bacteriële soa eenvoudig te behandelen met antibiotica
De meeste soa zijn eenvoudig te behandelen. De behandeling van de bacteriële soa chlamydia, gonorroe en syfilis bestaat meestal uit het voorschrijven van een eenmalige antibioticumkuur (zie tabel 1).
Behandeling van genitale wratten bestaat uit verwijderen ervan
De behandeling van genitale wratten bestaat uit het verwijderen van de genitale wratten. Hiermee zal de virusuitscheiding en dus ook de besmettelijkheid afnemen, maar niet verdwijnen. De kans op recidieven blijft dan hoog. De belangrijkste reden om genitale wratten te behandelen is in de meeste gevallen een cosmetische, omdat men het storend vindt dat de wratten zichtbaar zijn. Zonder behandeling verdwijnt 90% van de genitale wratten spontaan in twee jaar. De kans op recidieven is groot.
Vooral symptoombestrijding bij acute hepatitis B-infectie
Acute hepatitis B geneest bij meer dan 90% van de volwassen patiënten spontaan binnen drie tot zestien weken. Rust en dieet kunnen symptomatisch verlichting bieden en de ziekteduur verkorten. Zo kan met een dieet de heftige jeuk die optreedt ten gevolge van de geelzucht of vitamine- en voedseltekort door een gestoorde opname van voedsel in de darmen, worden bestreden. Bij een snel en ernstig beloop van een acute hepatitis B-infectie kan leverschade onomkeerbaar zijn en is levertransplantatie soms de enige levensreddende ingreep.
Bij chronische hepatitis B is de behandeling gericht op het remmen van vermenigvuldiging van het virus.
Bij herpes oorzaak niet te bestrijden maar symptomen wel
Voor herpes genitalis is de behandeling alleen gericht op het bestrijden van de symptomen, omdat er geen medicijn beschikbaar is voor het bestrijden van het virus zelf. De ziekteverschijnselen verdwijnen weliswaar binnen enkele weken, maar het virus blijft latent aanwezig. Doel van de behandeling is de duur en ernst van de ziekteverschijnselen en van de virusuitscheiding te beperken.
Na antibioticumbehandeling nacontrole op blijvende klachten
Aansluitend op de behandeling met antibiotica vindt voor chlamydia en gonorroe alleen nacontrole plaats in specifieke situaties, bijvoorbeeld bij blijvende klachten of vermoeden van resistentie. In het geval van syfilis vindt nacontrole plaats tot twee jaar na de behandeling. Zonodig wordt de behandeling voortgezet.
Contactonderzoek en partnerwaarschuwing van belang
Contactonderzoek en partnerwaarschuwing zijn bij de meeste soa geboden om herbesmetting en verdere verspreiding te voorkomen en om symptoomloze seksuele partners op te sporen (zie tabel 1). Bij een hepatitis B-besmetting moet ook onderzoek plaatsvinden bij huisgenoten met wie geen seksuele relatie bestaat.
Voor alle soa zijn richtlijnen voor diagnostiek en behandeling opgesteld
Voor alle soa zijn richtlijnen voor diagnostiek en behandeling opgesteld. De ziektespecifieke richtlijnen zijn tot stand gekomen in afstemming met de Nederlandse Vereniging van Dermatologie en Venereologie en de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie, waardoor de richtlijnen een multidisciplinair karakter hebben.
Nadere informatie over diagnostiek en behandeling van soa is te vinden in Handboek Seksuele Gezondheidszorg, Deel 1: Handboek Soa, dat is uitgebracht door het RIVM en Soa Aids Nederland (LCI-draaiboeken seksuele gezondheid).
Zie:
LCI-draaiboeken seksuele gezondheid