Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa)
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat zijn de mogelijkheden voor preventie, diagnostiek en behandeling?

Preventie Diagnostiek en behandeling

Preventie

Zorg voor soa bestaat zowel uit preventie als behandeling

De zorg voor soa bestaat voornamelijk uit het voorkómen dat de aandoeningen zich binnen de Nederlandse bevolking verspreiden, maar ook de behandeling behoort tot de soa-zorg. De overheid, zowel landelijk als lokaal, de huisarts, medisch specialisten (bijvoorbeeld dermatologen) en de regionale soa-centra hebben een rol in de soa-zorg. Zij geven voorlichting aan de bevolking over de verspreiding van deze ziekten en verzorgen de vroegopsporing van infecties en de behandeling van geïnfecteerde personen.

Preventie gericht op voorkomen en vroeg opsporen soa

Met preventie van soa is soms aanzienlijke gezondheidswinst te behalen. Omdat het verloop van de meeste soa asymptomatisch kan zijn, hebben mensen niet door dat ze besmet zijn en kunnen ze de infectie ongemerkt overdragen. Preventie van soa is gericht op:

  • het voorkómen van soa. Preventie richt zich op het bevorderen van veilig vrijen door voorlichting en begeleiding (zie ook: preventie van seksueel risicogedrag),
  • het voorkómen van complicaties en overdracht van soa. Preventie richt zich op het zo vroeg mogelijk vinden van de soa door actief te testen en op het behandelen van de soa. Bij gebleken besmetting wordt (meestal) partnerwaarschuwing en behandeling aanbevolen om herbesmetting en verspreiding te voorkomen en symptoomloze partners op te sporen (zie tabel 1).

VWS voert actief preventiebeleid

Het ministerie van VWS voert een actief soa-preventiebeleid. Het ministerie van VWS neemt diverse maatregelen om stijging van het aantal soa tegen te gaan:

  • VWS maakt de jaarlijkse 'Veilig vrijen campagne' mogelijk. Deze wordt uitgevoerd door Soa Aids Nederland.
  • VWS stimuleert het gebruik van lespakketten over soa en seksualiteit op scholen.
  • De soa-centra voeren in opdracht van VWS een actief testbeleid. Mensen die een soa hebben opgelopen, moeten namelijk zo snel mogelijk weten dat ze besmet zijn, zodat ze de infectie niet overdragen.
  • VWS geeft opdracht aan het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) voor surveillance, diagnostiek en onderzoek op het gebied van soa- en hiv-bestrijding in Nederland. Het CIb voert ook de landelijke coördinatie van soa-preventie en bestrijding.
  • VWS subsidieert via het RIVM organisaties als Soa Aids Nederland, Schorer en Mainline voor preventie van soa bij specifieke risicogroepen.

WHO bepleit meer aandacht voor preventie

De WHO adviseert meer aandacht te besteden aan preventieve activiteiten om verdere verspreiding van hiv en andere soa tegen te gaan, waaronder activiteiten die veilig vrijen en partnerwaarschuwing bevorderen. Ook pleit de WHO voor het (blijven) aanbieden van laagdrempelige soa-testfaciliteiten (WHO, 2007).

Gezondheidsraad adviseert nog niet te starten met landelijke screening op chlamydia

In 2004 adviseerde de Gezondheidsraad om (nog) niet te starten met een landelijke screening op chlamydia omdat meer onderzoek nodig was naar de (kosten)effectiviteit van screenen, regionale verschillen in infectiegraad en de praktische uitvoering van screenen (GR, 2004i; GR, 2006). Op grond van dit advies is gekozen voor een driejarige proefimplementatie van chlamydiascreening in enkele grote steden. In de periode 2008-2010 is in Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Limburg aan ruim 300.000 jongvolwassenen van 16 tot en met 29 jaar een jaarlijkse screening aangeboden. De genodigden werd schriftelijk gevraagd om via internet een chlamydiatest aan te vragen (voor meer informatie zie www.chlamydiatest.nl). Eerste resultaten laten zien dat door tegenvallende deelname de doelmatigheid van de screening vooralsnog niet is aangetoond, maar op dit moment is nog geen definitief advies bekend over het wel of niet landelijk implementeren van de screening (Zie: Nieuwberichten 2010).

Screening en vaccinatie ter preventie van hepatitis B

Nederland zet ter preventie van hepatitis B verschillende methoden in: screening van zwangeren, vaccinatie van alle pasgeborenen en vaccinatie van risicogroepen. Screening van zwangere vrouwen is gericht op het voorkómen van overdracht van hepatitis B van moeder op kind. Vaccinaties bieden voor een lange termijn, waarschijnlijk levenslang, bescherming tegen besmetting met het hepatitis B-virus. Voor de meeste risicogroepen die vanwege hun herkomst, ziekte, gedrag of werksituatie een verhoogd risico op besmetting lopen, geldt een actief vaccinatiebeleid.

Zie: object_document_1Wat zijn de mogelijkheden voor preventie van hepatitis B?

Centrum Gezond Leven werkt aan meer samenhang lokale gezondheidsbevordering

Het RIVM Centrum Gezond Leven (CGL) is door het ministerie van VWS ingesteld om te werken aan de versterking van doelmatige, samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering, onder meer op het terrein van de preventie van soa. Het CGL ondersteunt lokale professionals via het urlLoket Gezond Leven op verschillende manieren, onder andere via de I-database en de Handreiking Gezonde Gemeente.

Zie:

urlOverzicht interventies in de I-database gericht op de preventie van soa.

urlOverzicht beoordeelde interventies gericht op seksuele gezondheid (Handreiking Gezonde Gemeente)

Zie ook:

atlasOrganisatie soa-zorg, 2009

atlasSoa-regio's

Icoon interne verwijzing naar onderwerpPreventie van seksueel risicogedrag

Naar boven


Diagnostiek en behandeling

Huisarts speelt een belangrijke rol in de soa-diagnostiek en behandeling

De huisartsen in Nederland spelen een belangrijke rol in het diagnosticeren en behandelen van soa. Zo wordt naar schatting 70% van de soa-consulten door de huisartsen gedaan en is 80-85% van alle soa-diagnosen afkomstig van de huisarts (Van den Broek et al., 2010).

Soa-centra als aanvulling op reguliere aanbod

Naast de huisartsen zijn de soa-centra belangrijk voor de diagnostiek en behandeling van soa. In Nederland bestaan acht soa-regio's die elk door een GGD wordt gecoördineerd. De soa-regio's voeren de regeling aanvullende curatieve soabestrijding (ACS) uit, die in 2006 is ingegaan (Vriend et al., 2011). De ACS-regeling is bedoeld om een laagdrempelige voorziening voor kwalitatief goede soa-zorg te verschaffen. De regeling is een aanvulling op het reguliere aanbod dat verstrekt wordt door huisartsen en specialisten.

Alle bezoekers soa-centrum getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv

Tijdens de intake voor een consult bij een soa-centrum, die op verschillende manieren wordt gedaan (telefonisch, internet, tijdens consult), wordt een vragenlijst afgenomen waarmee wordt getest of iemand tot de specifieke doelgroepen behoort. Alleen wanneer iemand behoort tot één van die doelgroepen, kan hij/zij vervolgens een afspraak maken bij een soa-centrum. Alle bezoekers worden getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv (volgens opt-outprincipe). Andere soa (zoals hepatitis B, herpes, trichomonas) worden meestal alleen op indicatie getest.

Soa-centra bedoeld voor specifieke doelgroepen

De soa-centra zijn bedoeld voor groepen die door de reguliere zorg moeilijk bereikt worden en een verhoogd risico op soa hebben door hun gedrag en/of sociale kwetsbaarheid. Deze doelgroepen zijn:

  • Mannen die seks hebben met mannen (MSM)
  • Prostituees (in de laatste 6 maanden)
  • Prostituanten (in de laatste 6 maanden)
  • Personen afkomstig uit een soa-endemisch gebied (Suriname, Nederlandse Antillen, Turkije, Marokko, Afrika overig, Zuid-Amerika overige, Azië, Oost Europa)
  • Personen met soa-gerelateerde klachten
  • Jongeren tot 25 jaar
  • Personen gewaarschuwd (door partner) en/of verwezen in verband met een soa
  • Personen met veel wisselende contacten (3 of meer partners in de laatste 6 maanden)
  • Personen die persé anoniem willen blijven of geen toegang hebben tot de reguliere zorg
  • Personen met een partner behorend tot de doelgroep MSM, prostituee, prostituant of soa-endemisch gebied

Diagnostiek meestal met behulp van laboratoriumtesten

De meeste soa worden gediagnosticeerd met behulp van laboratoriumtesten, zoals een Nucleic Acid Amplification Test (NAAT) of een kweek (voor gonorroe en chlamydia), of door middel van een serologische test (voor syfilis en hepatitis B). Bij een serologisch onderzoek wordt de aanwezigheid van zogenaamde virusmarkers in serum aangetoond. Dit geeft informatie over het al of niet (meer) aanwezig zijn van het virus in het lichaam en het verloop van de immunologische reactie tegen het virus. Sommige diagnosen worden gesteld op basis van het klinische beeld, zoals bijvoorbeeld bij genitale wratten (zie tabel 1).

Om te kijken of er leverschade is ontstaan als gevolg van een hepatitis B-infectie, kan er ook klinisch-chemisch onderzoek naar leverfuncties worden verricht.

Behandeling voorkomt verspreiding

De behandeling van opgespoorde soa-infecties bij een patiënt is een effectieve vorm om verspreiding van soa bij anderen te voorkómen. Voor behandeling van soa kunnen patiënten terecht bij de huisarts, dermatoloog of de soa-centra. De behandeling is primair gericht op de ziekte zelf. Tevens is de behandeling bedoeld om te voorkómen dat de patiënt zijn of haar partner of een ander infecteert (Veldhuizen et al., 2005).

Meeste bacteriële soa eenvoudig te behandelen met antibiotica

De meeste soa zijn eenvoudig te behandelen. De behandeling van de bacteriële soa chlamydia, gonorroe en syfilis bestaat meestal uit het voorschrijven van een eenmalige antibioticumkuur (zie tabel 1).

Behandeling van genitale wratten bestaat uit verwijderen ervan

De behandeling van genitale wratten bestaat uit het verwijderen van de genitale wratten. Hiermee zal de virusuitscheiding en dus ook de besmettelijkheid afnemen, maar niet verdwijnen. De kans op recidieven blijft dan hoog. De belangrijkste reden om genitale wratten te behandelen is in de meeste gevallen een cosmetische, omdat men het storend vindt dat de wratten zichtbaar zijn. Zonder behandeling verdwijnt 90% van de genitale wratten spontaan in twee jaar. De kans op recidieven is groot.

Vooral symptoombestrijding bij acute hepatitis B-infectie

Acute hepatitis B geneest bij meer dan 90% van de volwassen patiënten spontaan binnen drie tot zestien weken. Rust en dieet kunnen symptomatisch verlichting bieden en de ziekteduur verkorten. Zo kan met een dieet de heftige jeuk die optreedt ten gevolge van de geelzucht of vitamine- en voedseltekort door een gestoorde opname van voedsel in de darmen, worden bestreden. Bij een snel en ernstig beloop van een acute hepatitis B-infectie kan leverschade onomkeerbaar zijn en is levertransplantatie soms de enige levensreddende ingreep.

Bij chronische hepatitis B is de behandeling gericht op het remmen van vermenigvuldiging van het virus.

Bij herpes oorzaak niet te bestrijden maar symptomen wel

Voor herpes genitalis is de behandeling alleen gericht op het bestrijden van de symptomen, omdat er geen medicijn beschikbaar is voor het bestrijden van het virus zelf. De ziekteverschijnselen verdwijnen weliswaar binnen enkele weken, maar het virus blijft latent aanwezig. Doel van de behandeling is de duur en ernst van de ziekteverschijnselen en van de virusuitscheiding te beperken.

Na antibioticumbehandeling nacontrole op blijvende klachten

Aansluitend op de behandeling met antibiotica vindt voor chlamydia en gonorroe alleen nacontrole plaats in specifieke situaties, bijvoorbeeld bij blijvende klachten of vermoeden van resistentie. In het geval van syfilis vindt nacontrole plaats tot twee jaar na de behandeling. Zonodig wordt de behandeling voortgezet.

Contactonderzoek en partnerwaarschuwing van belang

Contactonderzoek en partnerwaarschuwing zijn bij de meeste soa geboden om herbesmetting en verdere verspreiding te voorkomen en om symptoomloze seksuele partners op te sporen (zie tabel 1). Bij een hepatitis B-besmetting moet ook onderzoek plaatsvinden bij huisgenoten met wie geen seksuele relatie bestaat.

Voor alle soa zijn richtlijnen voor diagnostiek en behandeling opgesteld

Voor alle soa zijn richtlijnen voor diagnostiek en behandeling opgesteld. De ziektespecifieke richtlijnen zijn tot stand gekomen in afstemming met de Nederlandse Vereniging van Dermatologie en Venereologie en de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie, waardoor de richtlijnen een multidisciplinair karakter hebben.

Nadere informatie over diagnostiek en behandeling van soa is te vinden in Handboek Seksuele Gezondheidszorg, Deel 1: Handboek Soa, dat is uitgebracht door het RIVM en Soa Aids Nederland (LCI-draaiboeken seksuele gezondheid).

Zie: urlLCI-draaiboeken seksuele gezondheid

Tabel 1: Diagnostiek en behandeling van soa.

Soa

Diagnostiek

Behandeling

Nazorg

Partnerwaarschuwing a

Chlamydia

moleculair laboratoriumonderzoek: NAAT

antibioticumkuur: 1e keus: azithromycine, 2e keus: doxycycline/amoxycilline

nacontrole bij blijvende klachten/afwijkingen, contactonderzoek

bij symptomatische chlamydia: alle partners uit de 4-6 weken voorafgaand aan het begin van de klachten,

bij asymptomatische chlamydia: alle partners van de laatste 6 maanden

Gonorroe

1. moleculair laboratoriumonderzoek: NAAT, 2. kweek

antibioticumkuur: 1e keus: ceftriaxon, 2e keus: cefuroxim axetil

controletest bij blijvende klachten/afwijkingen en op indicatie, contactonderzoek

bij symptomatische gonorroe: alle partners uit de 4-6 weken voorafgaand aan de klachten,

bij asymptomatische gonorroe: alle partners van de laatste 6 maanden

Syfilis, vroeg

serologie: primaire screeningstest: TPPA en/of EIA, bevestigingstest: FTA-abs of IgG-immunoblot. Tevens, als primaire screeningstest positief is: VDRL (of RPR), kwantitatief

antibioticumkuur: 1e keus: benzathine benzylpenicilline, 2e keus: doxycycline

controle minimaal na 3 en 6 maanden, bij complicaties: controle oogarts, KNO-arts, internist en/of neuroloog

afhankelijk van type lues: alle partners van de afgelopen 3-12 (eventueel 24) maanden.

Syfilis, laat latent

serologie: TPPA en/of EIA, eventueel FTA-abs of IgG-immunoblot, VDRL kwantitatief

antibioticumkuur: 1e keus: benzathine benzylpenicilline, 2e keus: doxycycline

controle: frequentie/duur afhankelijk van VDRL-titer ten tijde van diagnose

huidige (vaste) partner

Genitale wratten

klinisch beeld

verwijderen genitale wratten: cryotherapie, electrocoagulatie, trichloorazijnzuur, crèmes: podofyllotoxine, imiquimod

niet zinvol, wel informeren seksuele partner

Hepatitis B, acuut

serologie: anti-HBc bepaling, indien positief HBsAg bepalen

geen standaardbehandeling, vooral symptoombestrijding, bedrust, dieet

contactonderzoek, vaccinatie adviseren aan risicogroepen

alle partners uit de voorgaande 6 maanden (bij dragerschap kan de periode eventueel langer zijn)

Hepatitis B, chronisch

serologie: anti-HBc bepaling, indien positief HBsAg bepalen

indien HBsAg-positief: verwijzing voor verder beleid. behandeling gericht op remmen van vermenigvuldiging van het virus

contactonderzoek, follow-up door internist in geval van dragerschap

alle partners uit de voorgaande 6 maanden (bij dragerschap kan de periode eventueel langer zijn)

Herpes genitalis

1. moleculair laboratoriumonderzoek: NAAT, 2. kweek

behandeling gericht op bestrijden van symptomen: valaciclovir, famciclovir

niet zinvol, wel informeren seksuele partner(s)

HIV-infectie/aids

zie: diagnostiek en behandeling van hiv/aids

zie: diagnostiek en behandeling van hiv/aids

a Partnerwaarschuwing is het informeren van die (seksuele) partner(s) van patiënt, die mogelijk door seksueel contact geïnfecteerd is (zijn) met een soa (LCI-draaiboeken seksuele gezondheid; Draaiboek partnerwaarschuwing). Welke partner(s) dit betreft is afhankelijk van de infectiositeit van de soa waarvoor gewaarschuwd wordt en de gebruikte sekstechnieken.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Broek IVF van den, Verheij RA, Dijk CE van, Koedijk FDH, Sande MA van der, Bergen JE van.Trends in sexually transmitted infections in the Netherlands, combining surveillance data from general practices and sexually transmitted infection centers. BMC Fam Pract., 2010; 11: 39.
  • Gezondheidsraad.Screenen op chlamydia. Den Haag: GR, 2004i; 07.
  • GR, Gezondheidsraad.Jaar­be­richt be­vol­kings­on­der­zoek 2006. Den Haag: GR, 2006; 2006/10.
  • Veldhuizen I, Bergen J van, Götz H, Hoebe C, Morré S, Richardus JH.Reinfections, persistent infections and new infections after general population screening for Chlamydia Trachomatis in the netherlands. Sex Trans Dis, 2005; 32: 599-602.
  • Vriend HJ, Koedijk FDH, Broek IVF van den, Veen MG van, Coul ELM Op de, Sighem AI van, et al. Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2010. RIVM-rapport nr. 210261009. Bilthoven: RIVM,2011.
  • WHO, World Health Organization.Golbal strategy for the prevention and control of sexually transmitted infections: 2006-2015. Geneve: WHO press, 2007.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

anti-HBc
Antistoffen (IgM én IgG) tegen HBcAg
Antistoffen (IgM én IgG) tegen HBcAg; wijst op oude of recente infectie; niet aanwezig na vaccinatie; goede screeningsmarker voor 'ooit HBV-infectie doorgemaakt'. Geïsoleerde, positieve anti-HBc betekent meestal een doorgemaakte infectie of een vals-positieve uitslag. Zeer zelden is er toch een infectie bij een geïsoleerde anti-HBc, soms zelfs chronisch met ondetecteerbaar HBsAg.
EIA
Enzyme immunoassay
Enzyme immunoassay.
FTA-abs
Fluorescent Treponemal antibody-absorbed
Fluorescent Treponemal antibody-absorbed test.
HBsAg
Hepatitis B-surface antigeen
Hepatitis B-surface antigeen.
hiv
Human immunodeficiency virus
Humane Immunodeficiëntievirus.
IgG
Immunoglobuline G
Immunoglobuline G.
KNO
Keel-, neus- en oorheelkunde
MSM
Mannen die seks hebben met mannen
NAAT
Nucleic Acid Amplification Test
Nucleic Acid Amplification Test (moleculaire lab-techniek zoals PCR).
Opt-out
Afname van een standaard HIV-test
Opt-out betekent dat een hiv test 'standaard' wordt afgenomen. De patiënt wordt van tevoren expliciet (mondeling) geïnformeerd dat een hiv-test wordt uitgevoerd en dient hiertegen actief bezwaar te maken als hij dat niet wenst.
RPR
Rapid Plasma Reagin
Rapid Plasma Reagin.
soa
Seksueel overdraagbare aandoeningen
TPPA
Treponema Pallidum Particle Agglutination Assay
Treponema Pallidum Particle Agglutination Assay.
VDRL
Veneral Diseases Research Laboratory
Veneral Diseases Research Laboratory.
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws
WHO
World Health Organization
Wereldgezondheidsorganisatie. URL: http://www.who.int

Definities

Regionaal soa-centrum
Een centrum dat op meerdere testlocaties in de regio aan specifieke risicogroepen laagdrempelige soa-zorg aanbiedt, waaronder kostenloze hiv- en soa-testen en behandeling. Het betreft meestal GGD-locaties, waaronder soa-poliklinieken of andere spreekuurlocaties, en in een enkel geval biedt de GGD deze zorg aan via een ziekenhuis in de buurt. Nederland is verdeeld in acht regio’s met ieder een eigen regionaal soa-centrum, bestaande uit één coördinerende GGD en diverse satelliet GGD'en.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.