Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Gonorroe
Omvang van het probleem

Hoe vaak komt het voor en hoeveel mensen sterven eraan?

In 2010 ruim 2.800 diagnosen van gonorroe in de soa-centra

In 2010 kregen in Nederland 2.816 mensen de diagnose gonorroe; dit is 2,7% van de mensen die zich hebben laten testen bij een testlocatie van een regionaal soa-centrum (Vriend et al., 2011).

Gonorroe werd ruim drie keer vaker gezien bij mannen (2.161) dan bij vrouwen (655). De meeste diagnosen van gonorroe werden gesteld bij mannen in de leeftijd van 20 tot 30 jaar (37%). Van de vrouwen met gonorroe was 62% jonger dan 25 jaar.

Aantal gediagnosticeerde gevallen van gonorroe is indicatief

Het is niet exact aan te geven hoeveel nieuwe gevallen van gonorroe er jaarlijks binnen de gehele bevolking optreden. Sinds 1999 is gonorroe niet meer aangifteplichtig. Sindsdien bieden de cijfers alleen zicht op de gediagnosticeerde gevallen van gonorroe bij mensen die zich hebben laten testen bij de soa-centra of bij de huisarts. Omdat gonorroe in veel gevallen asymptomatisch verloopt, met name bij vrouwen, zijn de gepresenteerde cijfers waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijk aantal gonorroegevallen.

Gonorroe relatief vaak bij mannen die seks hebben met mannen

Bij 75% van de mannen die in 2010 een positieve gonorroetest hadden, betrof het een man die seks heeft met mannen (MSM). Van de MSM die zich lieten testen, had 8,3% een positieve test, ten opzichte van 1,6% van de heteroseksuele mannen die zich hadden laten testen en 1,6% van de vrouwen die zich hadden laten testen. Het percentage positieve gonorroetesten was het hoogst bij de 25-29-jarige MSM (zie figuur 1), terwijl bij heteroseksuele mannen en bij vrouwen het percentage positieve testen het hoogst was bij de 15-19-jarigen.

Relatief vaak diagnose gonorroe bij MSM Sub-Sahara en Noord-Afrikanen

In de groep heteroseksuele mannen en vrouwen werd de diagnose gonorroe relatief vaak gesteld bij mannen uit Suriname. Het percentage positieve gonorroetesten is 6,4% voor de mannen en 4,3% voor de vrouwen (zie figuur 2). Bij MSM werden de hoogste percentage positieve testen gevonden bij Sub-Sahara Afrikanen en Noord-Afrikanen/Marokkanen (respectievelijk 14,8% en 14,3%). Het absolute aantal ziektegevallen in deze bevolkingsgroepen is echter klein (Vriend et al., 2011).

Schatting aantal gonorroediagnosen bij huisarts: 3.340 in 2009

Het geschatte aantal gonorroediagnosen dat in 2009 bij de huisarts werd gesteld is 3.340. Zeventig procent van de diagnosen wordt bij mannen gesteld (n=2.347).

Sterfte aan gonorroe nihil

De sterfte aan gonorroe is nihil (CBS Doodsoorzakenstatistiek). Tussen 1996 en 2010 is er niemand aan gonorroe of aan PID overleden.

Zie:

detailsPositieve testen naar leeftijd, geslacht, etniciteit en seksuele voorkeur.

detailsBeschrijving van de gebruikte gegevensbronnen.

Figuur 1: Percentage positieve gonorroetesten naar leeftijd, bij vrouwen, heteromannen en MSM in 2010 (Bron: SOA-centra).

Percentage positieve gonorroetesten naar leeftijd, bij vrouwen, heteromannen en MSM

Figuur 2: Percentage positieve gonorroetesten naar etniciteit, bij vrouwen, heteromannen en MSM in 2010 (Bron: SOA-centra).

Percentage positieve gonorroetesten naar etniciteit, bij vrouwen, heteromannen en MSM
.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

MSM
Mannen die seks hebben met mannen
PID
Pelvic inflammatory disease
Infecties in het kleine bekken van vrouwen. De infecties zijn het gevolg van opstijgende gonorroe en infectie met Chlamydia trachomatis. Het is een verzamelnaam voor infecties van het baarmoederslijmvlies (endometritis), de eileiders (salpingitis) en de buikholte (pelveoperitonitis), en abcessen in de eierstokken of eileider.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.