Gonorroe

Omvang van het probleem

Hoe vaak komt het voor en hoeveel mensen sterven eraan?

In 2006 ruim 1.700 diagnosen van gonorroe

In 2006 kregen in Nederland 1.757 mensen de diagnose gonorroe; dit is 2,6% van de mensen uit specifieke risicogroepen die zich hebben laten testen in een regionaal soa-centrum (Van Veen et al., 2007).

Gonorroe werd ruim drie keer vaker gezien bij mannen (1.384) dan bij vrouwen (373). Een mogelijke verklaring is dat deze soa vaker klachten veroorzaakt bij mannen. De meeste diagnosen van gonorroe werden gesteld bij mannen in de leeftijd van 25 tot 30 jaar (17%) en van 35 tot 40 jaar (19%). Van de vrouwen met gonorroe was 59% jonger dan 25 jaar.

Aantal gediagnosticeerde gevallen van gonorroe is indicatief

Het is niet exact aan te geven hoeveel nieuwe gevallen van gonorroe er jaarlijks binnen de gehele bevolking optreden. Sinds 1999 is gonorroe niet meer aangifteplichtig en hiermee is de meest betrouwbare bron voor (trends in) het vóórkomen van gonorroe komen te vervallen (de verplichte aangifte aan de Inspectie Gezondheidszorg, RIF). Sindsdien biedt de soa-surveillance alleen zicht op de gediagnosticeerde gevallen van gonorroe bij mensen uit de specifieke risicogroepen die zich hebben laten testen bij een testlocatie van een regionaal soa-centrum voor laagdrempelige soa-zorg. De eerder genoemde aantallen zijn dus exclusief de patiënten met gonorroe die zich niet of elders lieten testen (zoals bij een huisarts of dermatoloog).

Zo zijn de huisartsen betrokken bij naar schatting tweederde van de soa-consulten (Van Bergen et al., 2006; Van Bergen et al., 2007). Mensen die zich niet laten testen kunnen behalve geïnfecteerden met klachten ook geïnfecteerden zonder klachten zijn, omdat soa zonder klachten kunnen verlopen. Voor informatie over de kanttekeningen bij gegevens uit de soa-surveillance, zie: Beschrijving van de gebruikte gegevensbronnen).

Gonorroe relatief vaak bij mannen met homoseksuele contacten

Bij 61% van de mannen die in 2006 een positieve gonorroetest hadden, betrof het een man met homoseksuele contacten. De gonorroe diagnose werd relatief vaak gesteld bij mensen van Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst (17%), terwijl zij respectievelijk 2% en 0,8% van de totale bevolking uitmaken (CBS, 2008). In 10% van de vastgestelde gonorroe gevallen was sprake van mensen die reeds bekend hiv-positief zijn. Bij 50% van de mensen waarbij gonorroe is vastgesteld, was al eerder de diagnose gonorroe, syfilis of chlamydia gesteld (Van Veen et al., 2007).

Sterfte aan gonorroe nihil

De sterfte aan gonorroe is nihil (CBS Doodsoorzakenstatistiek). Tussen 1996 en 2003 is er niemand aan gonorroe of aan PID overleden, maar vóór die periode zijn er nog wel in 1994 drie vrouwen aan PID overleden.

Voor informatie over de gepresenteerde gegevens, zie: Beschrijving van de gebruikte gegevensbronnen.

Voor de meest recente cijfers wordt verwezen naar de RIVM-site over hiv en soa.

bronnenboekje Bronnen
Afbeelding van een referentieboekje

Bronnen

Popup afsluiten

Bronnen

Literatuur

  • Bergen JEAM van, Kerssens J, Schellevis FG, Sandfort THG, Coenen TJ, Bindels PJ. Prevalence of STI related consultattions in general practice: results from the second Dutch National Survey of General Practice. Britisch Journal of general Practice, 2006: 104-9.
  • Bergen JEAM van, Kerssens JJ, Schellevis FG, Sandfort TG, Coenen TT, Bindels PJ. Sexually transmitted infection health-care seeking behaviour in the Netherlands: general practitioner attends to the majority of sexually transmitted infection consultations. International Journal of STD & AIDS, 2007; 18: 1-6.
  • Veen MG van, Koedijk FDH, Broek IVF van den, Coul ELM op de, Boer IM de, Sighem AI van, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2006. RIVM-report no. 210261003. Bilthoven: RIVM, 2007: 113.
begrippen boekje Begrippen
Afbeelding van een definitieboekje

Begrippen

Popup afsluiten

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
hiv
Human immunodeficiency virus
Humane Immunodeficiëntievirus.
PID
Pelvic inflammatory disease
Infecties in het kleine bekken van vrouwen. De infecties zijn het gevolg van opstijgende gonorroe en infectie met Chlamydia trachomatis. Het is een verzamelnaam voor infecties van het baarmoederslijmvlies (endometritis), de eileiders (salpingitis) en de buikholte (pelveoperitonitis), en abcessen in de eierstokken of eileider.
soa
Seksueel overdraagbare aandoeningen

Definities

Regionaal soa-centrum
Een centrum dat op meerdere testlocaties in de regio aan specifieke risicogroepen laagdrempelige soa-zorg aanbiedt, waaronder kostenloze hiv- en soa-testen en behandeling. Het betreft meestal GGD-locaties, waaronder soa-poliklinieken of andere spreekuurlocaties, en in een enkel geval biedt de GGD deze zorg aan via een ziekenhuis in de buurt. Nederland is verdeeld in acht regio’s met ieder een eigen regionaal soa-centrum, bestaande uit één coördinerende GGD en diverse satelliet GGD'en.
Specifieke risicogroepen die in aanmerking komen voor laagdrempelige soa-zorg
Mensen met veel wisselende contacten, mannen met homoseksuele contacten, drugsgebruikers, prostituees en prostituanten, mensen afkomstig uit een soa-endemisch gebied, mensen met soa-gerelateerde klachten, jongeren tot en met 24 jaar, mensen die gewaarschuwd of verwezen zijn in verband met een soa, en mensen die per se anoniem willen blijven of geen toegang hebben tot de reguliere zorg.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 3.22, 24 juni 2010
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.

Afdrukken