Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Gonorroe

Gonorroe samengevat

Gonorroe is een bacteriële seksueel overdraagbare aandoening

Gonorroe, ook wel druiper genoemd, is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. Gonorroe kan, behalve door onbeschermd seksueel contact, ook bij de geboorte worden overgedragen van moeder op kind (perinatale gonorroe).

Gonorroe kan ontstekingen van de urinebuis, endeldarm, bijballen, baarmoederhals en eileiders veroorzaken. Bij een deel van de geïnfecteerden treden geen of nauwelijks klachten op. Zij kunnen echter wel andere besmetten.

In 2010 ruim 2.800 diagnosen van gonorroe in de soa-centra

In 2010 kregen in Nederland 2.816 mensen de diagnose gonorroe in de soa-centra. Gonorroe werd ruim drie keer vaker gezien bij mannen dan bij vrouwen. Bij mannen werden de meeste diagnosen van gonorroe gesteld in de leeftijd van 20 tot 30 jaar (37%), van de vrouwen met gonorroe was 62% jonger dan 25 jaar.

Bij 75% van de mannen die in 2010 een positieve gonorroetest hadden, betrof het een man die seks heeft met mannen (MSM).

In 2009 werd bij 3.340 mensen een diagnose gonorroe gesteld door de huisarts (schatting op basis van één huisartsenregistratie). Zeventig procent van de diagnosen werd bij mannen gesteld.

Sinds 2004 is het percentage positieve testen gedaald

Voor heteroseksuele mannen en voor vrouwen daalde in de periode 2004-2010 het percentage positieve testen. Ook bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) was er sprake van een daling: van 10,8% in 2004 naar 8,3% in 2010.

Het aantal gonorroediagnosen gesteld bij de huisartsen schommelt; het aantal diagnosen bij mannen ligt tussen de 2.000 en 3.000 per jaar, maar lijkt sinds 2007 enigszins te dalen. Ook bij vrouwen is geen duidelijke trend waar te nemen.

Aantal gediagnosticeerde gevallen van gonorroe is niet bekend

Het is niet exact aan te geven hoeveel nieuwe gevallen van gonorroe er jaarlijks binnen de gehele bevolking optreden. Sinds 1999 is gonorroe niet meer aangifteplichtig. Sindsdien biedt de soa-surveillance alleen zicht op de gediagnosticeerde gevallen van gonorroe bij mensen die zich hebben laten testen bij soa-centrum en op de personen die bij de huisarts zijn gediagnosticeerd. Omdat gonorroe in veel gevallen asymptomatisch verloopt, met name bij vrouwen, zijn de gepresenteerde cijfers waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijk aantal gonorroediagnosen.

Antibioticaresistentie zorgt in toekomst mogelijk voor meer gonorroegevallen

De bacterie die gonorroe veroorzaakt, Neisseria gonorrhoea, heeft resistentie ontwikkeld tegen een aantal antibiotica, waaronder ciprofloxacine, dat tot 2003 nog als eerste keus voor behandeling werd gebruikt. De resistentie tegen ciprofloxacine bij gonorroepatiënten in de soa-centra is in korte tijd gestegen. Resistentie tegen de huidige medicatie (ceftriaxon) is in Nederland nog niet gerapporteerd. Resistentie zou ertoe kunnen leiden dat in de toekomst meer gevallen van gonorroe niet kunnen worden behandeld, waardoor het aantal gevallen van gonorroe zal stijgen. Monitoring van antibioticaresistentie is van groot belang om zo tijdig behandeladviezen bij te kunnen stellen, indien nodig.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.