Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Infectieziekten van het maagdarmkanaal
Geografische verschillen

Infecties maagdarmkanaal: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Relatief lage incidentie van maagdarminfecties in Nederland

De incidentie van maagdarminfecties is in Nederland hoger dan in het Verenigd Koninkrijk, maar lager dan in andere Europese landen, zoals Ierland en Noorwegen (Flint et al., 2005). De veroorzaker van een maagdarminfectie is meestal een micro-organisme, zoals een bacterie, een virus of een schimmel (zie ook: Wat zijn infectieziekten van het maagdarmkanaal en wat is het beloop?). Campylobacter en Salmonella zijn de belangrijkste bacteriële veroorzakers van voedselgerelateerde infecties in Nederland en de rest van de Europese Unie (zie ook: Microbiologische ziekteverwekkers in voedsel). Het zijn ook met name de maagdarminfecties veroorzaakt door Campylobacter en Salmonella waarvoor internationale gegevens beschikbaar zijn.

Incidentie Campylobacter-infectie in Nederland onder EU-gemiddelde

De incidentie van Campylobacter-infecties in Nederland ligt iets onder het gemiddelde in de 27 EU-lidstaten (EFSA, 2011; zie figuur 1). In de hele EU is Campylobacter de meest gerapporteerde bacteriële verwekker van maagdarminfecties bij mensen (meest recente jaar 2009; EFSA, 2011). In 2008 lag het aantal bevestigde gevallen van Campylobacter-infectie in de EU 5% lager dan in 2007, maar in 2009 was het aantal weer iets gestegen ten opzichte van 2008 (EFSA, 2011). In de periode 2004-2008 was de trend in Nederland, België, Tsjechië, Hongarije en Spanje significant dalend. In 2009 was de incidentie in deze landen echter gestegen ten opzichte van 2008 (EFSA, 2011).

Geïmporteerde Campylobacter-infectie neemt toe in EU, maar niet in Nederland

Binnen de EU is een lichte toename geconstateerd in het aandeel geïmporteerde gevallen van Campylobacter-infecties. Dit geldt niet voor Nederland. Hier is het geïmporteerde aandeel slechts 4%, veel lager dan bijvoorbeeld Zweden, Finland en Noorwegen, waar meer dan de helft van de gevallen is geïmporteerd (EFSA, 2010).

Relatief weinig Salmonella-infecties in Nederland

Salmonella is de op één na meest gerapporteerde via dieren overgedragen ziekteverwekker bij mensen, maar Salmonella-infecties komen in Nederland relatief weinig voor vergeleken met de overige EU-landen (zie figuur 2; EFSA, 2011).

Het aantal gevallen van Salmonella-infectie in Europa steeg midden jaren negentig, met een piek rond 1997-1998. Tussen 1998 en 2003 is het aantal bevestigde Salmonella-infecties afgenomen met gemiddeld 35% (Fischer, 2004). Ook in de periode 2003-2009 was sprake van een dalende trend in Salmonella-infecties in de EU. Vooral het aantal gevallen veroorzaakt door Salmonella enteritidis daalde scherp, terwijl het aantal gevallen door Salmonella typhimurium juist steeg (EFSA, 2011). Ondanks de afname, blijft Salmonella een belangrijke oorzaak voor infecties van het maagdarmkanaal in Europa.

Dierlijke producten oorzaak van meeste maagdarminfecties

In de meeste landen van de Europese regio van de WHO, zijn dierlijke producten (waaronder vlees, gevogelte, eieren en melk) verantwoordelijk voor het grootste deel van voedselgerelateerde infecties. De plaatsen waar de besmetting heeft plaatsgevonden, verschillen per land, en zijn bijna altijd afhankelijk van de eetgewoonten. In Nederland is buitenshuis, bijvoorbeeld restaurants, het vaakst gerapporteerd als plaats van besmetting.

Belang ziekteverwekkers in voedsel verschilt binnen Europa

Het relatieve belang van bepaalde ziekteverwekkers in voedsel verschilt tussen landen. Zo is brucellose nog steeds een aanzienlijk probleem in Spanje, maar vrijwel afwezig in Noord-Europa (LCI/CIb/RIVM, 2010b). Botulisme is in Nederland en omringende landen een zeldzaamheid, maar komt nog regelmatig voor in Oost-Europa (zoals Rusland en Polen), meestal door zelf ingemaakt voedsel in wekpotten (LCI/CIb/RIVM, 2010a).

Gegevens moeilijk te vergelijken met andere landen

Het is moeilijk om incidentiecijfers voor infecties van het maagdarmkanaal uit verschillende landen met elkaar te vergelijken. Verschillen in incidentie tussen landen kunnen ook wijzen op verschillen in nationale rapportagesystemen (EFSA, 2010). De incidentie is vaak onderschat als gevolg van onderrapportage (maar een deel van de patiënten raadpleegt een arts en voor slechts een deel daarvan zal de arts besluiten diagnostiek in te zetten). Daarnaast verschillen de methoden voor monsterneming en detectie tussen landen (Fischer, 2004).

Internationaal netwerk voor snelle uitwisseling gegevens

In 1993 is een Europees netwerk voor de surveillance van Salmonella- en pathogene Escherichia coli-infecties opgezet, later kwam daar Campylobacter bij. Het surveillancenetwerk is nu door de ECDC in Stockholm overgenomen (FWD-ECDC netwerk). Het doel van FWD (Food and Waterborne Diseases)-netwerk is het snel uitwisselen van gegevens met betrekking tot voedsel en water gerelateerde infecties, zodat actuele problemen in een vroeg stadium kunnen worden onderkend. Sinds 2010 is er een web-applicatie (EPIS: Epidemiological Intelligence System) waarin nieuwe uitbraken kunnen worden gemeld en waarin de reacties van landen en de follow-up worden geregistreerd.

Figuur 1: EU-27 landen met de hoogste en de laagste incidentie van Campylobacter-infecties in 2009 (Bron: EFSA, 2011).

Internationale vergelijking Campylobacter infecties 2009

Figuur 2: EU-27 landen met de hoogste en de laagste incidentie van Salmonella-infecties in 2009 (Bron: EFSA, 2011).

Internationale vergelijking Salmonella infecties 2009

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • EFSA, European Food Safety Authority.Trends and Sources of Zoonoses and Zoonotic Agents and Food-borne Outbreaks in the European Union in 2008 http: //www.efsa.europa.eu/en/scdocs/doc/1496.pdf. Parma: EFSA, 2010.
  • EFSA, European Food Safety Authority. The European Union Summary Report on Trends and Sources of Zoonoses, Zoonotic Agents and Food-borne Outbreaks in 2009. EFSA Journal,2011; 9(3).
  • Fischer IST.International trends in salmonella serotypes 1998-2003 – a surveillance report from the Enter-net international surveillance network. Euroroundup, 2004; 9(11): 9-10.
  • Flint JA, Van Duynhoven YT, Angulo FJ, DeLong SM, Braun P, Kirk M, et al.Estimating the burden of acute gastroenteritis, foodborne disease, and pathogens commonly transmitted by food: an international review. Clin Infect Dis, 2005; 41(5).
  • LCI/CIb/RIVM.Botulisme. LCI november 2003, laatst gewijzigd november 2010. http: //www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/infectieziekten/botulisme/index.jsp. Bilthoven, 2010a.
  • LCI/CIb/RIVM.Brucellose. LCI, oktober 2007. Laatst gewijzigd februari 2009. http: //www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/infectieziekten/Brucellose/index.jsp. Bilthoven, 2010b.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ECDC
The European Centre for Disease Prevention and Control
Europees Centrum voor Ziektepreventie en –bestrijding. URL: http://ecdc.europa.eu
EU
Europese unie
EU-27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
WHO
World Health Organization
Wereldgezondheidsorganisatie. URL: http://www.who.int
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.