Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Tuberculose
Omvang van het probleem

Tuberculose: Hoe vaak komt het voor, hoeveel mensen sterven eraan en neemt dit toe of af?

Vóórkomen Regionale verschillen Trend in de tijd

Vóórkomen

In 2010 ruim 1.000 nieuwe gevallen

In 2010 werd bij 1.073 patiënten actieve tuberculose vastgesteld (599 mannen en 474 vrouwen). Bij 58 van deze patiënten was al eerder tuberculose vastgesteld en was er dus sprake van een recidief. De incidentie van tuberculose bedroeg 6,5 per 100.000 inwoners in 2010. De incidentie was voor zowel mannen als vrouwen het hoogst in de leeftijdsgroep van 25 tot en met 34 jaar (0,15 per 1.000 mannen en 0,12 per 1.000 vrouwen) (Bron: NTR).

Tuberculose komt vooral voor onder allochtone Nederlanders

Tuberculose komt in Nederland vaker voor bij personen geboren in het buitenland (eerstegeneratieallochtonen) en bij tweedegeneratieallochtonen dan bij autochtone Nederlanders. In 2010 was 19% van de gediagnosticeerde patiënten autochtone Nederlander (1,6 per 100.000), 73% was eerstegeneratieallochtoon (45,6 per 100.000) en 5% tweedegeneratieallochtoon (3,4 per 100.000) (KNCV, 2011). Dat tuberculose ook bij tweedegeneratieallochtonen vaker voorkomt dan bij autochtonen, is het gevolg van besmetting door familieleden en/of tijdens bezoeken aan het land waar de ouders van afkomstig zijn (Kik et al., 2011).

Somaliërs vormen grootste groep eerstegeneratieallochtonen met tbc

Somaliërs vormen in absolute aantallen (199) de grootste groep eerstegeneratieallochtonen met tuberculose. De incidentie onder Somaliërs in Nederland bedroeg 926 per 100.000 in 2010.

De bevolkingsgroep in Nederland waarin tuberculose relatief het meeste voorkomt is afkomstig uit Eritrea. Het betreft een klein absoluut aantal patiënten (17), maar omdat de omvang van de gemiddelde populatie van eerstegeneratieallochtonen afkomstig uit Eritrea klein is (1.189) is de relatieve incidentie onder deze groep extreem hoog (1.430 per 100.000) (KNCV, 2011).

Surinamers vormen grootste groep tweedegeneratieallochtonen met tbc

Onder tweedegeneratieallochtonen met tuberculose is het absolute aantal patiënten met tuberculose het grootst bij personen van Surinaamse, Indonesische en Marokkaanse afkomst.

De incidentie onder tweedegeneratieallochtonen is relatief hoog onder personen van Roemeense, Somalische en Vietnamese afkomst. Het betreft een klein aantal patiënten, maar omdat de omvang van de tweede generatie van deze bevolkingsgroepen in Nederland klein is, is de relatieve incidentie hoog (KNCV, 2011).

Pulmonale en extrapulmonale tuberculose komt even vaak voor

In 2010 hadden evenveel tuberculosepatiënten pulmonale tuberculose als extrapulmonale tuberculose (beiden 44%). Twaalf procent van de patiënten had beide vormen van tuberculose.

Bij allochtonen van de eerste generatie komt relatief vaker extrapulmonale tuberculose voor (48%) dan onder autochtone Nederlanders (31%). Het percentage allochtonen van de tweede generatie met extrapulmonale tuberculose is vrijwel gelijk aan het percentage onder autochtonen. Wel is het percentage tuberculosepatiënten met beide vormen van tuberculose hoger onder tweedegeneratieallochtonen (18%) dan onder autochtone Nederlanders (10%) (Bron: NTR).

Incidentiegegevens betreffen actieve tuberculosegevallen

In het NTR heeft de incidentie betrekking op het aantal gevallen van actieve tuberculose veroorzaakt door Mycobacterium tuberculosis complex (zie ook: object_document_1Wat is tuberculose?). Het betreft nieuwe (of recente) gevallen en recidieve (niet-nieuwe) gevallen. Nieuwe gevallen hebben betrekking op patiënten die voor het eerst in hun leven gediagnosticeerd worden. Het kan zowel om primaire als om post-primaire tuberculose gaan. Recidieve gevallen zijn reactiveringen van reeds eerder opgetreden tuberculose of zijn het gevolg van een nieuwe infectie bij iemand die reeds eerder tuberculose doormaakte. Dit laatste komt vaak voor bij hiv-geïnfecteerden, maar er zijn aanwijzingen dat het optreden van recidief tuberculose als gevolg van re-infectie ook bij immuuncompetente personen een rol speelt.

In 2010 overleden 54 personen aan de gevolgen van tuberculose

In 2010 overleden in Nederland 36 mannen (0,4 per 100.000) en 18 vrouwen (0,2 per 100.000) met tuberculose als primaire doodsoorzaak (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek). Dit aantal is inclusief sterfgevallen als gevolg van 'late gevolgen van tuberculose'.

Van de tbc-patiënten geregistreerd in het NTR in 2010 overleden 14 personen (1%) aan tuberculose en 29 personen als gevolg van een andere doodsoorzaak. De gegevens berusten op voorlopige cijfers (KNCV, 2011). Het CBS hanteert een andere wijze van registreren dan het NTR; het CBS registreert het jaar van overlijden, terwijl het NTR sterfte als uitkomst van de ziekte toekent aan het jaar waarin de diagnose tuberculose is gesteld. Sterfte als gevolg van late gevolgen van tuberculose wordt in de NTR niet geregistreerd.

Zie ook:

detailsIncidentie en sterfte in 2010 naar leeftijd en geslacht

detailsBeschrijving gebruikte bronnen en epidemiologische termen

urlTBC-ONLINE

Naar boven


Regionale verschillen

Meeste tbc-patiënten in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam 

In Nederland varieert het aantal geregistreerde tuberculosepatiënten tussen 2,9 per 100.000 inwoners in de GGD-regio Twente en 17,0 per 100.000 inwoners in de GGD-regio Den Haag. De twee grote steden Amsterdam en Rotterdam scoren met meer dan 10 gevallen per 100.000 inwoners hoog.

Naar boven


Trend in de tijd

Aantal nieuwe patiënten in periode 1996-2010 gedaald

Het absolute aantal nieuwe gevallen van tuberculose is gedaald in de periode 1996-2010. Deze daling is vooral toe te schrijven aan een daling in het aantal autochtonen met tuberculose (zie figuur 1).

De incidentie van tuberculose uitgedrukt in aantallen per 100.000 is in de periode 1996-2010 eveneens gedaald (zie figuur 2). Dit geldt zowel voor autochtonen, eerste generatie allochtonen als tweede generatie allochtonen.

Sterfte aan tuberculose in de periode 1996-2010 gedaald

De sterfte aan tuberculose is in de periode 1990-2010 gedaald (zie figuur 3) (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek). Deze daling is waarschijnlijk volledig toe te schrijven aan een daling in de sterfte als gevolg van 'late gevolgen van tuberculose'. De sterfte als direct gevolg van pulmonale of extrapulmonale tuberculose is volgens de sterftecijfers van het CBS in de periode 1996-2010 niet gedaald (KNCV, 2011).

Zie ook:

detailsBeschrijving gebruikte bronnen en epidemiologische termen

Figuur 1: Incidentie (absoluut, niet gestandaardiseerd) van actieve tuberculose (nieuwe gevallen en recidieven) naar etnciteit in de periode 1996-2010 (Bron: NTR).

tbc_incidentie_1996_2010_absoluut

Figuur 2: Incidentie (per 100.000, niet gestandaardiseerd) van actieve tuberculose (nieuwe gevallen en recidieven) naar etniciteit in de periode 1996-2010, geïndexeerd (1996 is 100) (Bron: NTR).

tbc_incidentie_1996_2010_relatief

Figuur 3: Sterfte aan tuberculose (ICD-10-code A15-19, B90) in de periode 1990-2010; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 1990 en geïndexeerd (1990 is 100) (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

tbc_sterfte_trend_1990_2010

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Kik SV, Mensen M, Beltman M, Gijsberts M, Aeijden EJ van, Cobelens FG, et al.Risk of travelling to the country of origin for tuberculosis among immigrants living in a low-incidence country. Int J Tuberc Lung Dis, 2011; 15(1): 38-43.
  • KNCV, KNCV Tuberculosefonds.‘Tuberculose in Nederland 2010’, Surveillancerapport over de tuberculosesituatie in Nederland. 2011.ISBN-nummer: 978-90-77865-00-2

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
hiv
Human immunodeficiency virus
Humane Immunodeficiëntievirus.
ICD-10
International Classification of Diseases, tenth revision

Definities

Standaardisatie
Het vergelijkbaar maken van cijfers (bijvoorbeeld sterftecijfers) die betrekking hebben op verschillende jaren of populaties, door rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld leeftijdsverdeling. Een veel gebruikte methode is zogenaamde 'directe standaardisatie', die de leeftijdsspecifieke cijfers van een populatie (de 'indexpopulatie') toepast op de leeftijdsverdeling van een gekozen 'standaardpopulatie'.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.