Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Hersenvliesontsteking
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op hersenvliesontsteking?

Overdracht van bacteriën via de lucht

De verwekkers van bacteriële hersenvliesontsteking bevinden zich bij dragers – niet zieke personen – vaak in de neus-keelholte. Zo draagt bijvoorbeeld 10% van de bevolking de meningokok met zich mee. De bacteriën worden via de lucht van mens op mens overgedragen door praten, hoesten, kussen en dergelijke. Soms komen de bacteriën in de bloedbaan terecht. Ze kunnen dan sepsis veroorzaken. Bereiken de bacteriën via de bloedbaan de hersenvliezen, dan ontstaat hersenvliesontsteking.

Gastheerfactoren bepalen mede of ziekte ontstaat

Of de bacteriën onschuldige keelbewoners blijven, dan wel sepsis of hersenvliesontsteking veroorzaken, hangt af van tal van factoren. Ten eerste zijn er de determinanten die samenhangen met de gastheer, zoals lage of hoge leeftijd, en situaties waarbij de afweer verminderd is. Dit kan aangeboren zijn of veroorzaakt door ziekte of medische behandeling. Ook kan de verwekker in bepaalde situaties direct de hersenvliezen bereiken en hersenvliesontsteking veroorzaken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een schedelbasisfractuur, ernstige oorontsteking en na een operatie.

Vaccinatie tegen hersenvliesontsteking

Sinds 1 juli 1993 worden kinderen ingeënt met een vaccin gericht tegen Haemophilus influenzae type b (Hib). Het vaccin is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Het beschermt tegen hersenvliesontsteking en andere ziekten door Hib, zoals sepsis, epiglottitis (infecties van strottenklepje), cellulitis (huidinfecties), pneumonie (longontsteking) en artritis (ontsteking van gewrichten). Vanaf de introductie van het Hib-vaccin in 1993 is de incidentie van hersenvliesontsteking veroorzaakt door Hib gestaag gedaald. Tussen 1988 en 1992 varieerde het jaarlijks aantal patiënten met hersenvliesontsteking veroorzaakt door Hib tussen 200 en 240. Het aantal patiënten bedroeg 39 in 1995 en 11 in 2003 (Van Alphen et al., 1997; AMC/RIVM, 2004).

Sinds 2001 zijn ook vaccins beschikbaar tegen serogroep C-meningokokken en tegen een deel van de pneumokokken. Tegen de meest voorkomende verwekker van meningitis, serogroep B-meningokokken is nog geen vaccin beschikbaar. Sinds september 2002 is vaccinatie tegen serogroep C-meningokokken onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma. Alle peuters worden eenmalig ingeënt op de leeftijd van 14 maanden (zie ook: Rijksvaccinatieprogramma). Daarnaast is medio 2002 een eenmalige landelijke vaccinatiecampagne uitgevoerd om kinderen tussen 1-18 jaar te vaccineren tegen meningokokken C. Vanaf de introductie van het vaccin tegen serogroep C-meningokokken in 2002 is een sterke daling waarneembaar in het aantal gevallen van hersenvliesontsteking veroorzaakt door meningokokken (zie ook: Interne link naar documentNeemt het aantal mensen met hersenvliesontsteking toe of af?).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Alphen L van, Spanjaard L van der, Ende A, Schuurman I, Dankert J.Effect of nationwide vaccination of 3-month-old infants in The Netherlands with conjugate Haemophilus influenzae type b vaccine: high efficacy and lack of herd immunity. J Pediatr 1997; 131: 869-73.
  • Netherlands Reference Laboratory for Bacterial Meningitis (AMC/RIVM).Annual report 2003. Amsterdam: University of Amsterdam, 2004.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

Hib
Haemophilus influenza type b
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.