Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Aids en hiv-infectie
De ziekte, de determinanten en de gevolgen voor de patiënt

Aids en hiv-infectie: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?

Diagnostiek Behandeling en zorg

Diagnostiek

Hiv-testen stellen hiv-infectie vast

Een hiv-infectie kan worden vastgesteld met een hiv-test. Deze kan worden verricht door:

  • de huisarts
  • de GGD
  • een aantal ziekenhuizen
  • soa-poliklinieken

Sinds 2000 is een hiv-zelftest te koop via apotheken en internet. Een zelftest is echter erg moeilijk foutloos uit te voeren. Bovendien ontbreekt bij een zelftest de counseling (zie ook: Interne link naar documentZelftests).

Twee methoden voor vaststellen hiv-infectie

Een hiv-infectie kan op twee manieren worden vastgesteld:

  • Indirect door het aantonen van specifieke antistoffen: de antistoffen kunnen gedetecteerd worden met behulp van twee verschillende testen. Samen geven deze testen een zeer betrouwbare uitslag.
  • Direct door het aantonen van het virus of onderdelen hiervan: bij deze methode van diagnostiek wordt de aanwezigheid en de hoeveelheid hiv-RNA (viral load) in het bloed bepaald. Op basis van deze viral load en de meting van het aantal CD4-cellen kan een goede voorspelling van de ziekteprogressie worden gedaan.

Actief beleid voor hiv-testen onder risicogroepen

In Nederland is een hiv-test niet wettelijk verplicht. Wel wordt er de laatste jaren een actief testbeleid gevoerd. Dit houdt in dat aan mensen uit risicogroepen routinematig een hiv-test wordt aangeboden. In 2004 is bovendien een landelijke screening van hiv bij zwangere vrouwen ingevoerd. Voor het uitvoeren van een hiv-test is echter altijd de toestemming van de patiënt nodig.

Zie ook: Interne link naar documentPreventie van hiv: Wat is het aanbod?

Baby’s kunnen na 4 weken getest worden op hiv-infectie

Baby’s van een hiv-geïnfecteerde moeder kunnen geïnfecteerd zijn, maar dat hoeft niet. De directe methode, die aanwezigheid van het virus aantoont, is een betrouwbare methode om een hiv-infectie aan te tonen bij pasgeborenen (vanaf 4 weken). Omdat baby’s gedurende enkele maanden antistoffen van hun moeder in hun bloed hebben, heeft een test op antistoffen voor hiv bij pasgeborenen nog geen zin. Na 15 maanden zijn de antistoffen van de moeder niet meer aanwezig. De antistoffen die dan nog aanwezig zijn, zijn van de baby zelf. Het heeft dus pas zin om een baby op antistoffen voor hiv te testen na 15 maanden (Orendi et al., 1998).

Naar boven


Behandeling en zorg

Behandeling hiv en aids rust op twee pijlers

Een hiv-infectie en aids kunnen niet worden genezen. Wel is behandeling mogelijk. De behandeling rust op twee pijlers. Enerzijds wordt het voortschrijden van de infectie afgeremd met behulp van virusremmende medicijnen. Deze medicijnen worden ook wel hiv-remmers of antiretrovirale middelen genoemd. Anderzijds worden opportunistische infecties, zoals longontsteking door Pneumocystis carinii, zo veel mogelijk voorkomen en behandeld.

Langere overleving door combinatietherapie

Sinds 1996 is de zogenaamde combinatietherapie (ook wel HAART genoemd) algemeen beschikbaar. Dit houdt in dat drie of vier verschillende hiv-remmers naast elkaar worden gebruikt. Het doel van combinatietherapie is om de aanmaak van het virus te remmen, waardoor de afweer niet langer wordt aangetast en zich weer enigszins kan herstellen. Daarmee wordt bij aids een langere overleving bereikt. Ook kan bij behandeling van hiv-infectie het ontstaan van aids in hoge mate uitgesteld worden.

Richtlijnen voor behandeling moeten regelmatig worden bijgesteld

Door de vele studies over antiretrovirale therapie en de introductie van nieuwe middelen, moeten de richtlijnen voor behandeling regelmatig worden bijgesteld. De laatste keer gebeurde dit in 2007. In 2008 heeft de Nederlandse Vereniging van AIDS Behandelaren besloten dat de Amerikaanse richtlijnen van het Department of Health and Human Services ook als Nederlandse richtlijnen gelden. In deze richtlijnen wordt de antiretrovirale therapie ieder half jaar herzien. De Amerikaanse richtlijnen worden niet gevolgd indien er adviezen in staan die niet overeenkomen met de Nederlandse regelgeving (zie urlNederlandse Vereniging van Aids Behandelaren).

Sinds 2003 wordt bij een nieuwe diagnose ook getest op resistentie

Sinds 2003 bevelen de behandelingsrichtlijnen ook aan om bij een nieuwe hiv-diagnose te bepalen of de patiënt besmet is met een resistente virusstam. Dit wordt gedaan omdat de aanwezigheid van resistentie toekomstige therapiemogelijkheden beperkt en kan leiden tot een verslechterde prognose. Daarnaast kunnen deze resistente hiv-stammen ook weer overgedragen worden op ongeïnfecteerde personen (Gras et al., 2009).

Patiënten onder controle bij gespecialiseerde hiv-behandelcentra

Na vaststelling van een hiv-infectie wordt de patiënt voor medische controle doorverwezen naar een hiv-behandelcentrum. Dit is een ziekenhuis met een gespecialiseerde afdeling voor de behandeling van hiv. Bloedonderzoek vormt het belangrijkste onderdeel van de medische controle. Het geeft informatie over het beloop van de hiv-infectie. Daarnaast kunnen door regelmatige medische controle hiv-gerelateerde klachten eerder worden herkend en behandeld.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Gras L, Sighem A van, Smit C, Zaheri S, Schuitemaker H, Wolf F de.Monitoring of Human Immunodeficiency Virus (HIV) infection in the Netherlands. Report 2009. Amsterdam: Stichting HIV Monitoring, 2009.
  • Orendi JM, Geelen SPM, Graeff-Meeder ER de, Loon AM van, Schuurman R, Boucher CAB.Verticale HIV-1 transmissie. II. HIV-diagnostiek bij het kind. Ned Tijdschr Geneeskd 1998; 142(50): 2724-8.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

aids
Acquired immune deficiency syndrome
GGD
Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
HAART
Highly Active Antiretroviral Therapy
hiv
Human immunodeficiency virus
Humane Immunodeficiëntievirus.
RNA
Ribo nucleic acid
Ribonucleïnezuur.
soa
Seksueel overdraagbare aandoeningen
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.