Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Aids en hiv-infectie
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat zijn aids en hiv-infectie en wat is het beloop?

Ziektebeeld Beloop

Ziektebeeld

Hiv bouwt in menselijke cellen erfelijk materiaal in

Het humane immuundeficiëntievirus (hiv), de veroorzaker van aids, is een virus dat de afweer verzwakt. Het is overdraagbaar via seksueel contact en via bloedcontact. Het virus behoort tot de groep van retrovirussen. Deze virussen waren tot begin jaren tachtig als ziekteverwekkers voor de mens vrijwel onbekend. Kenmerkend is dat ze een enzym hebben dat van het eigen genetisch materiaal kopieën maakt. Deze kopieën worden ingebouwd in het genetisch materiaal van de menselijke cel. Eenmaal ingebouwd in het DNA van de menselijke cel, kan hiv jarenlang voor de lichaamsafweer verborgen blijven. Een andere belangrijke eigenschap van hiv is dat het virus steeds verandert van uiterlijk. Dit bemoeilijkt zowel de bestrijding door het lichaam, als de vaccinontwikkeling.

Hiv breekt immuunsysteem af

Het hiv-virus bindt zich specifiek aan een bepaald soort witte bloedcellen, de CD4+ T-lymfocyten (CD4-cellen). Het virus gebruikt deze CD4-cellen om zich te vermenigvuldigen. Het oefent echter ook een schadelijke invloed op deze cellen uit waardoor ze na verloop van tijd verloren gaan. Dit betekent dat het immuunsysteem wordt afgebroken en dat leidt weer tot een breed scala van aandoeningen. Door meting van het aantal CD4-cellen is de afbraak van het immuunsysteem vast te stellen. In de westerse wereld gaat het met name om het virustype hiv-1, het virus dat zich wereldwijd heeft verspreid. Een verwant virustype, hiv-2 kan eveneens aids veroorzaken. Hiv-2 komt voornamelijk in West-Afrika voor en is in Nederland slechts sporadisch aangetroffen.

Aids is een syndroom van verschillende aandoeningen

Een hiv-infectie kan leiden tot aids (acquired immune deficiency syndrome). Vaak treden ziekteverschijnselen van aids pas meerdere jaren na infectie op wanneer hiv het afweersysteem grotendeels heeft afgebroken. Aids wordt gekenmerkt door een opeenvolging van zogenoemde opportunistische infecties (infecties die alleen optreden bij mensen met een ernstig verminderde weerstand) en kwaadaardige tumoren. De ernst van de hiv-infectie en de definitie van aids worden vastgesteld op grond van laboratorium- en klinische bevindingen. In 1987 en 1994 zijn aandoeningen toegevoegd aan de lijst van aandoeningen die aids definiëren. Zie tabel 1 voor de classificatie van aids en hiv-infecties volgens ICD-9 en ICD-10

Aantal CD4-cellen neemt af bij toenemende klachten

Tegenwoordig wordt ook het aantal CD4-cellen in de classificatie van hiv-infectie en aids opgenomen. In het algemeen correleren CD4-celtellingen goed met de mate van klachten: bij vroege, asymptomatische hiv-infectie worden meestal gangbare niveaus gevonden. Bij toenemende klachten worden steeds lagere aantallen gezien. De grens tussen asymptomatische en symptomatische hiv-infectie wordt vaak gelegd bij 200 CD4-cellen per microliter. In Europa is echter besloten om tellingen van het aantal CD4-cellen niet op te nemen in de definitie van aids.

Kans op infectie via bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht en moedermelk

De kans op hiv-infectie bestaat bij onveilige handelingen met bloed, sperma, vaginaal vocht en voorvocht. Ook overdracht van moeder op kind is mogelijk, zowel gedurende de zwangerschap, als bij en na de geboorte (via borstvoeding). Bloed en sperma van hiv-geïnfecteerden bevatten een hoge concentratie van het hiv-virus. In vaginaal vocht en voorvocht is de concentratie beduidend lager. Ook in andere lichaamsvochten -zoals moedermelk, speeksel, zweet, traanvocht en urine- kan het virus aanwezig zijn. De concentratie in speeksel, zweet, traanvocht en urine is te laag om infectieus te zijn. Dus overdracht via speeksel en huishoudelijk contact (servies, bestek, toilet) treedt niet op.

Naar boven

Tabel 1: Onderverdeling van aids volgens de ICD-9 en ICD-10.

ICD-9

ICD-10

hiv-infecties met gespecificeerde secundaire infecties, kwaadaardige nieuwvorming, of aids

42

hiv-infecties leidend tot infectieziekten en parasitaire aandoeningen

B20

hiv-infecties met andere manifestaties, zonder gespecificeerde secundaire infecties of kwaadaardige nieuwvormingen

43

hiv-infecties leidend tot kwaadaardige nieuwvormingen

B21

overige hiv-infecties, niet hierboven geclassificeerd

44

hiv-infecties leidend tot overig gespecificeerde ziekten

B22

positieve serologische of virologische bevinding voor hiv

795,8

hiv-infecties leidend tot andere aandoeningen

B23

hiv-infecties leidend tot niet gespecificeerde ziekte

B24

Naar boven


Beloop

Een hiv-infectie leidt via verschillende ziektestadia tot aids

Een hiv-infectie leidt via verschillende ziektestadia tot aids. De belangrijkste ziektestadia van een hiv-infectie zijn:

  • Seroconversiesyndroom (eerste drie maanden na de besmetting met hiv waarin antistoffen in het bloed aantoonbaar worden).
  • Asymptomatische infectie (langdurige fase waarin geen of weinig klachten optreden).
  • Symptomatische infectie, maar nog geen aids (stadium waarin wel klachten optreden, maar waarin de infecties of nieuwvormingen die specifiek zijn voor aids nog niet optreden).
  • Aids: opeenvolging van opportunistische infecties en kwaadaardige tumoren door sterk verzwakt afweersysteem.

Deze indeling berust op klinische gronden. Daarnaast worden ook laboratoriummaten voor de verstoring van de afweer gebruikt. Hiermee wordt het ziektestadium vastgesteld. Dit is onder andere belangrijk voor het vaststellen van het moment waarop met therapie begonnen moet worden.

Hiv-infectie begint vaak met griepachtig beeld

Een hiv-infectie gaat in meer dan de helft van de gevallen gepaard met een griepachtig beeld. Dat duurt enkele dagen tot weken. Meestal zijn binnen drie weken tot drie maanden na de besmetting antistoffen in het bloed aantoonbaar (seroconversie). Bij uitzondering is dat pas na meer dan zes maanden. De aanwezigheid van antistoffen in het bloed betekent niet dat het lichaam het virus ook daadwerkelijk uitschakelt; (vrijwel) iedereen die geïnfecteerd is, wordt ook drager. Na seroconversie volgt een lange periode van asymptomatische infectie, eventueel met aanhoudende, pijnlijke klierzwellingen over het hele lichaam (lymfadenopathie).

Na wisselende incubatietijd treden allerlei infecties en tumoren op

Na een sterk variërende incubatietijd van gemiddeld negen à tien jaar, treden zonder specifieke behandeling opportunistische infecties en tumoren op. Er is dan sprake van aids. Deze opportunistische infecties en tumoren komen bij personen met een normale weerstand niet voor, maar krijgen nu een kans doordat het immuunsysteem wordt afgebroken onder invloed van hiv. Een bekend voorbeeld van een opportunistische infectie is een longontsteking door de parasiet Pneumocystis carinii en van het Kaposi-sarcoma (een kwaadaardig gezwel van de bloedvaten in huid of ingewanden). Het is nog niet bekend of er hiv-geïnfecteerden zijn die op lange termijn geen aids krijgen. Als de diagnose aids eenmaal is gesteld, leidt dit (zonder specifieke behandeling) gemiddeld binnen drie jaar tot de dood. Bij veel hiv-geïnfecteerden kan behandeling het moment van aids echter met jaren uitstellen.

Hoe ouder de hiv-geïnfecteerde, hoe eerder aids

Leeftijd is een risicofactor voor ziekteprogressie: hoe ouder de hiv-geïnfecteerden, hoe eerder zij aids krijgen. Een uitzondering hierop vormen kinderen. Bij kinderen is de progressie sneller dan bij volwassenen (Collaborative Group on AIDS, 2000).

Hiv-infectie leidt vaak tot reactivering van tuberculose

Hiv-infectie verandert het klinisch beloop van diverse andere aandoeningen. Een groot probleem vormt de combinatie hiv en tuberculose (Murray, 1998). Onderdrukking van het afweersysteem (immunosupressie) bij een hiv-infectie leidt vaak tot reactivering van een vroeger doorgemaakte tuberculose. Het klinisch beloop van tuberculose bij hiv-geïnfecteerden is ernstiger en vaker dodelijk (zie tuberculose).

Hiv nu een chronische ziekte

Een hiv-infectie wordt in westerse landen nu beschouwd als een chronische ziekte. Sinds de introductie van combinatietherapie (HAART) in 1996 (zie: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?) is de sterfte onder hiv-geïnfecteerden aanzienlijk gedaald. Door tijdig te beginnen met combinatietherapie kan iemand lang leven met hiv, zonder de ziekteverschijnselen van aids te krijgen. Patiënten moeten dan wel de rest van hun leven medicijnen slikken met soms vervelende bijwerkingen, zoals misselijkheid en veranderingen in de vetverdeling over het lichaam. Ook is regelmatige controle van lever en nieren nodig. Dit heeft gevolgen voor de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Het verbeteren van de kwaliteit van leven is een belangrijk therapeutisch doel in de behandelrichtlijnen (De Boer-van der Kolk et al., 2010).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Collaborative Group on AIDS.Incubation and HIV Survival including the CASCADE EU Concerted Action, Time from HIV-1 seroconversion to AIDS and death before the widespread use of highly active antiretroviral therapy: a collaborative re-analysis. Lancet 2000; 355: 1131/7.
  • De Boer-van der Kolk IM, Sprangers MA, Prins JM, Smit C, De Wolf F, Nieuwkerk PT.Health-related quality of life and survival among HIV-infected patients receiving highly active antiretroviral therapy: a study of patients in the AIDS Therapy Evaluation in the Netherlands (ATHENA) Cohort. Clin Infect Dis, 2010; 50(2): 255-63.
  • Murray JF.Tuberculosis and HIV infection: a global perspective. Respiration 1998; 65(5): 335-342.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

aids
Acquired immune deficiency syndrome
DNA
Desoxyribo nucleic acid
Desoxyribonucleïnezuur. De drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen.
HAART
Highly Active Antiretroviral Therapy
hiv
Human immunodeficiency virus
Humane Immunodeficiëntievirus.
ICD-10
International Classification of Diseases, tenth revision
ICD-9
International Classification of Diseases, ninth revision
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.