Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Decubitus
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op decubitus?

Bloedtoevoer belemmerd door krachten van buiten

De veranderingen in de huid en het onderliggende weefsel treden op als gevolg van zuurstoftekort door onvoldoende bloedtoevoer (ischemie). De toevoer van bloed wordt belemmerd door druk- en/of schuifkrachten. Onder drukkracht wordt hier verstaan de loodrechte kracht die het lichaam ondervindt op elke plek die ondersteund wordt. Druk geldt als belangrijkste oorzakelijke factor voor het ontstaan van decubitus. Naarmate de druk langer wordt uitgeoefend of groter is, is ook de schade groter. Schuifkrachten zijn de krachten die parallel aan de ondergrond op het lichaam inwerken, bijvoorbeeld als men in zittende houding onderuit zakt. Schuifkracht heeft als schadelijk gevolg dat al bij geringe druk de doorstroming in de haarvaatjes geblokkeerd kan raken.

Verschil schuif- en wrijfkrachten

De laatste jaren is er discussie of letsels ten gevolge van wrijfkrachten wel decubitusletsels zijn. In de CBO richtlijn (CBO, 2002c) worden schuifkrachten gedefinieerd als krachten die in de lengterichting op de huid worden uitgeoefend (zoals bij onderuitzakken in bed). Wrijfkrachten zijn volgens deze richtlijn krachten die dwars op de huid worden uitgeoefend (zoals bij transfers van bed naar stoel). In de praktijk wordt bij de term wrijfkrachten echter niet gedacht aan ‘dwarse schuifkracht’ maar aan het wrijven over de huid (zoals het wrijven van hielen over het laken). Daardoor kan de verbindingslaag tussen epidermis (opperhuid) en dermis (huid) beschadigd worden. Wrijfkrachten vormen echter geen directe oorzaak van decubitus. Wel is op de beschadigde plek in het geval van druk- en/of schuifkrachten een verhoogde kans op decubitus (Gezondheidsraad, 1999b). In de Belgische richtlijn (Defloor et al., 2005a), wordt daarom expliciet aangegeven dat wrijfkrachten geen decubitus veroorzaken, maar een schaafwond.

Figuur 1: Conceptueel model "Ontstaan van Decubitus" (met toestemming overgenomen van Defloor, 1999).

decubitus - welke factoren beïnvloeden - drukfiguur defloor

Omvang en duur van drukkrachten belangrijk

Het effect van druk op het ontstaan van decubitus wordt bepaald door de grootte en de duur ervan. Naarmate de druk langer en hoger is, wordt de kans op het ontstaan van decubitus groter. De omvang van de druk wordt in sterke mate bepaald door de hardheid van de onderlaag en de houding van de patiënt. Informatie over preventie is te vinden bij het onderwerp Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?.

Determinanten van drukduur

De duur van de druk wordt op zijn beurt beïnvloed door de frequentie waarmee een patiënt van houding verandert. De mate waarin de patiënt pijnsignalen van zuurstoftekort waarneemt (sensibiliteit), en de mate waarin de patiënt hierop kan of wil reageren (mobiliteit; Defloor, 2000) bepalen hoe vaak een patiënt zelf van houding verandert. Patiënten met een neurologische aandoening, zoals ziekten van Alzheimer en Parkinson, multiple sclerose, dwarslaesie of een beroerte hebben een verhoogde kans op het ontstaan van decubitus doordat zij pijnsignalen niet (goed) waarnemen (Gezondheidsraad, 1999b). Ook patiënten die pijnstillers, tranquillizers of sedativa gebruiken zijn minder gevoelig voor pijnprikkels en hebben een verhoogde kans op het ontstaan van decubitus.

Omvang, duur en determinanten van schuifkrachten

Het effect van schuifkrachten wordt ook bepaald door de grootte en de duur ervan, welke op hun beurt weer beïnvloed worden door de onderlaag en de houding van de patiënt (Defloor, 2000). De vochtigheid van de huid (en laken) heeft effect op de schuifkracht, doordat de wrijvingsweerstand toeneemt bij een vochtige huid.

Weefseltolerantie belangrijke factor

De mate waarin druk- en schuifkrachten uiteindelijk invloed hebben op het ontstaan van decubitus is afhankelijk van de weefseltolerantie (zie figuur 1). Weefseltolerantie is een verzamelnaam van diverse factoren. Men zou ze kunnen indelen in factoren die de toevoer van en behoefte aan zuurstof van het weefsel beïnvloeden en factoren die de drukspreidende capaciteiten van het weefsel beïnvloeden. Factoren die de zuurstoftoevoer- en behoefte kunnen beïnvloeden zijn onder andere verhoogde lichaamstemperatuur, medicatie, inadequate voedingstoestand en bepaalde aandoeningen, zoals diabetes mellitus. Een goed vaatstelsel is ook van belang. De drukspreidende capaciteit van het weefsel wordt in belangrijke mate bepaald door de dikte van de huid. Waar de huid dun is, zoals ter hoogte van het heiligbeen (sacrum), wordt de druk bijna geheel doorgeleid naar het onderliggende weefsel. De druk ter hoogte van de botuitsteeksels is vaak vele malen hoger dan de extern uitgeoefende druk. Ook onvoldoende vochtinname vermindert de elasticiteit van de huid en verhoogt dus de weefselvervormbaarheid.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.