Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Decubitus
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Wat is decubitus en wat is het beloop?

Wat is decubitus? Ontstaan en beloop

Wat is decubitus?

Schade aan de huid door krachten van buiten

Decubitus, ook wel doorliggen genoemd, is de verzamelnaam van verschillende processen van inwerking van druk- en/of schuifkrachten op het lichaam wat weefselversterf kan veroorzaken (ICD-9 code 707.0 en ICD-10 code L89). Het weefselversterf is het gevolg van zuurstoftekort door onvoldoende bloedtoevoer in de huid en het onderliggende weefsel (Gezondheidsraad, 1999b; CBO, 2002c).

Decubituswonden vooral aan stuit, hielen, heup, enkel en ellebogen

Decubitus ontstaat meestal op plaatsen waar het botweefsel zich dicht onder de huid bevindt, zoals de stuit, hielen, heup, enkel en ellebogen. Deze vormen samen plusminus 80% van alle decubituswonden. Andere plaatsen zijn onder andere het oor, de knie, en het schouderblad. Bij volwassenen is de druk in rugligging ter hoogte van het sacrum en de hielen het hoogst, terwijl dit bij kinderen het achterhoofd is (Solis et al., 1988). Hierdoor is het achterhoofd bij kinderen een specifiek aandachtsgebied bij de preventie van decubitus.

Decubitus kent vier ernstgradaties

Decubitus komt voor in verschillende gradaties van ernst. Door de European Pressure Ulcer Advisory Panel (EPUAP; vereniging van Europese decubitus experts) wordt een onderscheid wordt gemaakt in vier graden (EPUAP, 1998), welke overgenomen zijn in de Nederlandse richtlijn (CBO, 2002c):

  • Graad 1: Niet wegdrukbare roodheid van de intacte huid. Verkleuring van de huid, warmte, vochtophoping en verharding zijn andere mogelijke kenmerken, die vooral relevant zijn bij mensen met een donkere huid.
  • Graad 2: Oppervlakkig huiddefect van de opperhuid (epidermis), al dan niet met aantasting van de huidlaag daaronder (lederhuid of dermis). Het defect manifesteert zich als een blaar of een schaafwond.
  • Graad 3: Huiddefect met schade of weefselversterf van huid en onderhuids weefsel (subcutis). De schade kan zich uitstrekken tot aan het onderliggende bindweefselvlies.
  • Graad 4: Uitgebreide weefselschade of weefselversterf aan spieren, botweefsel of ondersteunende weefsels, met of zonder schade aan opperhuid (epidermis) en lederhuid (dermis).

Er wordt tegenwoordig bewust gesproken van graden en niet (meer) van stadia, omdat het beloop van decubitus niet per definitie opeenvolgende stadia zijn.


Ontstaan en beloop

Top-down en bottom-up ontstaanstheorie

Over de etiologie van decubitus is feitelijk nog niet zo veel bekend. Momenteel wordt er veel onderzoek naar gedaan, maar hieruit zijn nog geen eenduidige conclusies te trekken (Bader & Oomens, 2006). Globaal zijn er twee theorieën over het ontstaan en beloop van decubitus: de top-down en de bottom-up theorie. Volgens de top-down theorie ontstaat decubitus in de epidermis (opperhuid) en gaat vervolgens verder in de diepere weefsellagen. Volgens deze theorie is graad 1, mits juist behandeld, omkeerbaar. Dit geldt niet als decubitus ontstaat volgens de bottom-up theorie. Deze stelt dat decubitus eerst ontstaat in de skeletspieren, om vervolgens pas zichtbaar te worden in de oppervlakte van de huid. In die gevallen is de zichtbare graad 1 in feite al een graad 3 of 4, en dus niet meer omkeerbaar.

Diverse studies (Welch, 1990; Staarink, 1995) laten zien dat de druk in de diepere weefsellagen vele malen hoger is dan de van buitenaf uitgeoefende druk. Dit maakt aannemelijk dat decubitus eerder ontstaat volgens de bottom-up theorie dan volgens de top-down theorie. Daar staat tegenover, dat iets meer dan de helft van alle geconstateerde decubitus graad 1 betreft. Deze graad 1 evolueert slechts in een gering aantal gevallen (10 % in verpleeghuizen en 22% in ziekenhuizen) verder naar een ernstigere graad (Halfens et al., 2001). In specifieke populaties zoals op de intensive care kan dit percentage hoger zijn (Derre, 1998).

Decubitus is pijnlijk en leidt tot sociaal isolement

Decubitus beïnvloedt de kwaliteit van leven ongunstig, en kan leiden tot complicaties en soms zelfs tot overlijden. Decubitus treedt op bij een al bestaande aandoening (co-morbiditeit), en geeft vrijwel altijd klachten. Veelal in de vorm van pijnlijke wonden die zonder ingrijpen niet genezen en een langere periode van noodzakelijke extra (ziekenhuis)zorg noodzakelijk maken. In deze acute fase hangen de klachten veelal samen met ontstekingsverschijnselen en daarmee gepaard gaande symptomen. Bij een langdurig aanwezige wond gaat het meer om verminderde bewegingsvrijheid en sociaal isolement, onder andere veroorzaakt door de sterke wondgeur.

Er zijn nog nauwelijks studies naar de kwaliteit van leven verricht. In een Europese studie onder patiënten ouder dan 65 jaar met een decubitusgraad 3 of 4 bleek dat vooral de constant aanwezige pijn, en de beperkingen in sociale contacten en activiteiten een grote rol spelen en de kwaliteit van leven sterk kunnen beïnvloeden (Hopkins et al., 2006).

Meer informatie over kwaliteit van leven is te vinden bij het onderwerp Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bader D, Oomens C.Recent Advances in Pressure Ulcer Research. In: Romanelli M, Clark M, Cherry G, Colin D, DeFloor T (eds). Science and Practice of Pressure Ulcer Management. Londen: Springer Verlag, 2006: 11-26.
  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg. Decubitus. Tweede herziening. Alphen a/d Rijn: Van Zuiden Communications B.V.,2002c.
  • Derre B.Evolutie van beginnende decubitus op intensieve zorgen. Gent: Universiteit Gent, 1998.
  • EPUAP, European Pressure Ulcer Advisory Panel. Pressure Ulcer Prevention Guidelines. Oxford: EPUAP,1998.
  • Gezondheidsraad.Decubitus. Den Haag: Gezondheidsraad, 1999b; 23.
  • Halfens RJG, Bours GJJW, Ast JF van.Relevance of the diagnosis ‘Stage 1 Pressure Ulcer’: an empirical study of the clinical course of stage 1 ulcers in acute care and long-term care hospital populations. Journal of Clinical Nursing, 2001; 10(6): 748-57.
  • Hopkins A, Dealey C, Bale S, Defloor T, Worboys F.Patient stories of living with a pressure ulcer. Journal of Advanced Nursing, 2006; 56(4): 345-53.
  • Solis I, Krouskop T, Trainer N, Marburger R.Supine interface pressure in children. Archives of Physical Medicine and Rehabilitation, 1988; 69(7): 524-6.
  • Staarink HAM.Sitting Posture, Comfort, and Pressure: Assessing the Quality of Wheelchair Cushions. Delft: Technische Universiteit Delft, 1995.
  • Welch CB.Preventing pressure sores. BMJ 1990; 300(6736): 1401.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EPUAP
European pressure ulcer advisory panel
URL: http://www.epuap.org/
ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.